Wraak nemen op zijn Engels: beheerst, maar dodelijk

In de Britse politiek doen bedrogen echtgenotes een boekje open. Dat kan verkeerd uitpakken, zo blijkt bij Chris Huhne en zijn ex Vicky Pryce.

HIEKE JIPPES

Freelance journalist

Carina Trimingham, the partner of Chris Huhne leaves a flat in Clerkenwell in London February 3, 2012. British Energy Secretary Chris Huhne resigned on Friday after learning he would face criminal charges for allegedly lying to police, a fall from grace that could tweak the dynamics of the coalition government and weaken its environmental agenda. REUTERS/Olivia Harris (BRITAIN - Tags: SOCIETY CRIME LAW POLITICS) Reuters

Toen de Britse minister voor energie en klimaatbeheersing, Chris Huhne, afgelopen week „terugtrad” om zich voor te bereiden op een strafproces wegens fraude , wist hij dat zijn carrière als prominent Liberaal-Democraat menselijkerwijs in duigen ligt. Huhne moet ook, met horden journalisten aan de andere kant van de microfoon, hebben geweten dat er één iemand was die een groot gevoel van voldoening koesterde op dit moment van ultieme vernedering. Die iemand was Victoria (tot voor kort) Huhne, nu weer Vicky Pryce, de vrouw met wie de politicus 26 jaar getrouwd is geweest en met wie hij drie kinderen heeft gekregen. Het fenomeen van de wraak van de versmade bruid had weer eens toegeslagen.

Er is in de Britse politiek een hele serie voorbeelden van echtgenotes die in de afgelopen vijftien jaar tot het besef gekomen zijn dat ze niet over zich hoeven te laten lopen teneinde manliefs politieke carrière niet te schaden. In 1992 nog poseerde de eega van de conservatieve minister van cultuur in het kabinet-Major, David Mellor, blond en gedwee met haar kinderen aan de zijde van haar man, nadat diens overspel met ene Antonia de Sanchez uitvoerig in de tabloids (Antonia: „Hij deed het alleen in een Chelsea-shirt”) was behandeld. Mellors carrière en herverkiezing stond immers op het spel. Kiezers dienden te geloven dat hier een gelukkig gezinnetje naar de fotografen lachte. Het paar scheidde desondanks, maar pas na de verkiezingen kort daarop.

Nog geen vijf jaar later keerde het tij voor de ‘politicians’ wives’. Als eerste koos de echtgenote (dertig jaar getrouwd, twee zoons) van Labours minister van buitenlandse zaken Robin Cook prominent voor zichzelf. Misschien had zij zich wel laten inspireren door de figuur van ene Lady Moon, een keurige upper class-dame uit een keurig home counties-dorp, die zich door haar notabele man verlaten zag voor de plaatselijke rijschoolhoudster. Op een vroege ochtend verdeelde Moon alle flessen uit hun fenomenale wijnkelder over de stoepen in het dorp. Daarna ging ze naar huis en knipte met een grote schaar van alle maatpakken die nog in de kast hingen de mouwen en pijpen doormidden. Lady Moon bouwde een onbedoelde mediacarrière op, want heel Engeland smulde van al deze acties.

Margaret Cook nam wraak op zijn Engels: beheerst, maar dodelijk. Zij schreef een boek over de mateloze ambitie en politieke verblinding die háár echtgenoot ertoe bracht voor zijn secretaresse te kiezen. Dat gebeurde alleen op het moment dat Tony Blairs woordvoerder Alastair Campbell hem daartoe per telefoon in de ministeriele auto dwong: „De pers stelt je verhouding morgen aan de kaak, dus wie wordt het? Je vrouw of je secretaresse?” New Labour mocht immers niet in gevaar komen door de mésaillance van één van zijn prominentste bewindslieden. De Cooks waren op dat moment op weg naar Heathrow voor een gezamenlijke paardrijvakantie. Zij had voor hem nog nieuwe rijlaarzen in de koffer gestopt, als verrassing. Maar haar echtgenoot nam nog achterin de auto een besluit: het werd de secretaresse en Margaret Cook kon per taxi naar huis terugkeren.

Het werd een keurige, dodelijke wraak. Ogenschijnlijk geen onvertogen woord over Robin, maar een mes in de rug van het nieuwe huwelijk. In haar boek zou ex-Mrs. Cook, arts-specialist, later over het Alastair Campbell-incident schrijven: „Robin zei dat hij al twee jaar bezig was geweest een punt achter de relatie (met de secretaresse) te zetten, maar dat ze hem daar steeds van afhield. Hij zei dat ze wel eens heel onplezierig gedrag zou kunnen gaan vertonen, als hij (die breuk) toch zou doorzetten.”

Sindsdien is het thema „politieke echtgenote stands ogenschijnlijk by her man, maar dient de wraak koud op” zoiets als een hit geworden. De tv-film The Politician’s Wife – waarin actrice Juliet Stevenson begint als Mrs. Mellor, maar eindigt als Mrs. Cook door de carrière van haar bedriegende echtgenoot (Trevor Eve) onder zijn ogen te ondermijnen – kreeg in 1995 een Emmy Award en wordt nog steeds herhaald.

Natuurlijk wemelt het ook nu nog van de affaires – Blairs vicepremier John Prescott met zijn secretaresse Tracy terwijl zijn vrouw Pauline beneden voor de deur van het ministerie opgedoft voor een receptie op hem zat te wachten; Alan Johnson van Binnenlandse Zaken met zijn politiebewaakster – maar de echtgenotes laten zich niet langer als kiezersvee gebruiken. Pauline laat geen gelegenheid voorbijgaan om in interviews te benadrukken hoeveel haar man heeft goed te maken en wat een oneigenlijke Lothario hij – met zijn uiterlijk – eigenlijk wel niet is. Prescott, die lijdt aan boelimia, vreet genadebrood.

In de affaire-Huhne dient zich een nieuwe variant op het thema aan: trouwe echtgenote wordt bedrogen, neemt wraak, maar wordt dit keer zelf meegetrokken in de effecten van die wraakoefening. Want ook Vicky Pryce, ex-Mrs Chris Huhne, moet zich aanstaande donderdag, 16 februari, voor de rechter verantwoorden wegens beschuldiging van „verhindering van het rechtsverloop” (perverting the course of justice). Een vergrijp waarop, voor beiden, potentieel gevangenisstraf staat.

Dit zijn de feiten in het fraudeschandaal: Chris Huhne, een ambitieuze ex-journalist (The Independent) later Liberaal Democratisch politicus trouwde in 1984 met de briljante, even ambitieuze econome Vicky Pryce. Uit het huwelijk komen drie kinderen voort. Vicky Huhne-Pryce werd in 2002 topadviseur op het ministerie van Handel en Industrie, de eerste vrouw die die baan ooit is toegevallen. In 2010 geeft ze die baan op omdat Chris Huhne minister wordt en ze de schijn van een belangenconflict dient te vermijden. Tot zover nog niets aan de hand.

Ondanks die concessie deelde Huhne haar in juni 2010, in de pauze van een voetbalwedstrijd, mee dat een zondagskrant achter zijn verhouding met zijn pr-adviseuse was gekomen. In een interview zou Vicky Pryce later vertellen dat Huhne vervolgens naar zijn kamer ging, een verklaring voor de pers opstelde, zijn spullen pakte en naar de sportschool vertrok – om niet meer terug te keren. Wat de kwestie nog pijnlijker maakte, was dat de pers veel werk maakte van het feit dat Huhnes nieuwe partner kortgeleden uit een lesbische relatie was gestapt.

Pryce vroeg onmiddellijk echtscheiding aan, maar haar wraakoefening begon toen ze besloot te verschijnen op het eerstvolgende partijcongres van de Liberale Democraten. Dat noopte Huhnes nieuwe liefde tot de uitspraak: „Wat doet ze hier? Ze is nog nooit op een partijcongres geweest.”

Pryce poogde de stand op 2-0 te brengen door in mei 2011 een interview te geven aan de Sunday Times. Daarin zei ze dat Huhne „iemand in zijn directe nabijheid” had overgehaald rijbewijsstrafpunten voor te hard rijden op zich te nemen, omdat Huhne zelf al aan het maximum zat en een ontzegging niet kon gebruiken. Het betrof een overtreding uit 2003, toen Huhne nog lid was van het Europees parlement. Kort na het interview dook een bandje op, een weergave van een telefoongesprek tussen Huhne en de ‘iemand’, waarin Huhne zegt dat als die iemand maar zijn mond houdt over hun wederzijdse afspraak, niemand hun iets kan maken.

Dat was open doel voor een Labour-Lagerhuislid, die aangifte van een strafbaar feit deed bij de politie. Hoewel Huhne volhield en volhoudt dat hem niets te verwijten valt, bleek uit het politieonderzoek al snel dat die ‘iemand’ niemand minder bleek te zijn dan Huhnes toenmalige echtgenote. Justitie vorderde het bandje, zowel Huhne als Price werd verhoord, e-mails tussen Huhne en zijn zoons over de kwestie werden in beslag genomen en vorige week kondigde – vanwege het gewicht van de zaak – het hoofd van de Crown Prosecution Service zelf aan dat er voldoende bewijs is om Huhne én Pryce voor de rechter te brengen.

Chris Huhne kondigde minder dan een uur later aan dat hij zijn ministerspost eraan zou geven. Een opvolger stond binnen een dag klaar. Premier Cameron en vicepremier Nick Clegg (leider van de Liberaal Democraten) betuigden hun persoonlijk medeleven, maar spraken ook over „de juiste stap in deze omstandigheden”. De bekende rituelen die de politieke misstap omgeven en waaraan het electoraat al heel lang gewend is.

En de versmade echtgenote? Hoe loopt het in dit geval met haar af? Wordt vervolgd op donderdag 16 februari, wanneer Huhne en Pryce verschijnen voor Westminster magistrates’ court. Een bouquetreeksverhaal waarvan de afloop nog geenszins te voorspellen valt.