Terug in Groningen

Aan de gevel van het woonhuis (van 1953 tot 1967) van W.F. Hermans op Spilsluizen 17a in de stad Groningen ontbrak tot voor kort een verwijzing naar zijn verblijf aldaar. Dat merkte ik twee jaar geleden toen ik een aan Hermans gewijde wandelroute door de binnenstad liep.

Ik vond het jammer en vermeldde het in deze rubriek. In dit pand had Hermans nota bene zijn twee meesterwerken, hoogtepunten in de Nederlandse literatuur, geschreven: De donkere kamer van Damokles en Nooit meer slapen. Hier keek hij, vanuit zijn werkkamer op de eerste etage, over de Ossenmarkt uit.

Steden kunnen zo achteloos met hun overleden kunstenaars omgaan. In Praag was ik enkele jaren eerder tot de ontdekking gekomen dat ook op het huis waar Franz Kafka Het Proces geschreven had, geen verwijzing was aangebracht.

Wie schetste mijn tevredenheid toen ik onlangs van de Bestuursdienst van Groningen vernam dat er een emaillen bordje aan de gevel is aangebracht met een beeltenis van Hermans en een korte toelichting, waarin staat dat hij „na een dispuut met de universiteit” vertrok, maar dat hij „nog altijd een markante betekenis voor de stad Groningen heeft”.

Niet iedereen was tevreden. De literaire website Tzum wijst erop dat het woord ‘dispuut’ wel erg tam is voor de enorme herrie – tot aan Kamervragen toe – die ontstond over de ontoereikende manier waarop Hermans zijn lectoraat zou hebben uitgeoefend. „Vast geschreven door een pr-medewerker die na een treinramp schrijft dat er sprake is van enige blikschade”, schrijft Tzum, bijna hermansiaans. Tzum wijst er ook op dat Hermans op een gemeentelijke website nog even een trap nakrijgt: „In de omgang was Hermans doorgaans niet gemakkelijk. De titel van een van zijn romans Ik heb altijd gelijk is ook op hem persoonlijk van toepassing.”

Handig en chic is dat inderdaad allemaal niet, maar omdat Hermans zelf zich ook niet altijd even fijnzinnig uitte, kan ik er niet veel kwaad in zien. Belangrijker is de fout die Tzum constateert: er staat op het bordje als adres ‘Spilsluizenstraat 17a’ , terwijl het daar Spilsluizen heet, zonder de toevoeging ‘straat’. Hier zou Hermans met enig sarcasme om gelachen hebben. Een overheid die een fout maakt bij het herdenken van zo’n ‘markante’ schrijver – het zou een kolfje naar zijn schrijvershand zijn geweest. De gemeente erkent de fout en zal een nieuw bordje laten vervaardigen.

Kritiek uitte ook het Dagblad van het Noorden. De krant vroeg zich af of een stad een voormalige bewoner mag eren die zo duidelijk heeft laten blijken dat hij die stad haatte, „zo verschrikkelijk dat hij in zijn laatste roman Ruisend Gruis de helft van de stad liet verzwelgen door een poedervulkaan”. Ook herinnert de krant eraan dat een Groningse professor in 1999 een beeld wilde laten oprichten voor Hermans. „Mijn vader zou zich omdraaien in zijn graf”, zou de zoon van Hermans toen gezegd hebben.

Ik schreef destijds ook dat zo’n beeld eigenlijk niet kon. Maar moet je zo halsstarrig blijven als een stad herhaaldelijk laat blijken dat hij zo graag een vroegere burger wil eren, ook al spelen public relations daar een rol bij? (In Groningen nam Marketing Groningen, de lokale VVV, het initiatief.)

Er komt over een poosje ook nog een Willem Frederik Hermanslaan in de nieuwe wijk Helpermaar. De familie heeft ermee ingestemd. Als Hermans maar niet vergeten wordt, daar gaat het om.

    • Frits Abrahams