Republikeinse vloedgolf

Van buitenaf lijkt de race om de Republikeinse nominatie voor het presidentschap een moddergevecht tussen doldrieste kandidaten, met als gevolg dat president Obama ontspannen naar zijn herverkiezing zeilt. Dit is gezichtsbedrog. Een sterke onderstroom in de Amerikaanse samenleving versterkt de electorale positie van de Republikeinen.

Bij veel Amerikanen heerst het gevoel dat Obama zijn taak niet aankan. Hij is een fatsoenlijk man, met een perfect gezin, maar hij lijkt een stagiair in het Witte Huis. Zijn plan voor de hervorming van de gezondheidszorg (Obamacare) is niet populair. De oplopende schuld is een nationale bedreiging. De werkloosheid is hoger dan onder zijn voorganger. De regelzucht van zijn regering is grenzeloos.

Deze twijfel heeft een electorale vloedgolf veroorzaakt ten gunste van de Republikeinen, die uitgeteld leken na hun nederlaag in 2008. In 2010 kwam de correctie bij de verkiezingen voor het Congres, voortgestuwd door de Tea Party. De Republikeinen behaalden een meerderheid in het Huis van Afgevaardigden en lanceerden daar hun oppositie tegen Obama.

In november kiest Amerika niet alleen een president, maar ook eenderde van de Senaat. Nu hebben de Democraten een meerderheid, van 53 zetels tegen 47 voor de Republikeinen. De kans op een Republikeinse meerderheid in de Senaat is groot. Er komen 23 Democratische zetels vrij en tien Republikeinse. De Republikeinen hoeven netto maar vier zetels op de Democraten te veroveren voor een meerderheid. Van de 23 Democratische zetels staat ruim de helft zwaar onder druk en bij de Republikeinen maar één – de zetel van Scott Brown uit Massachusetts. Het is niet uitgesloten dat de Republikeinen in de buurt komen van de zestig Senaatzetels.

Op het niveau van de staten is deze onderstroom nog sterker. Zelfs Staten waarin Democraten van oudsher sterk zijn – Michigan, Wisconsin, Virginia, New Jersey – hebben een Republikeinse gouverneur. Ook de Republikeinse greep op de parlementen van de staten wordt steeds groter: slechts enkele staten – zoals Californië en Illinois – worden nog volledig bestuurd door Democraten. Deze trend brengt veelbelovende politici voort, zoals Marco Rubio (senator uit Florida), Paul Ryan (afgevaardigde uit Wisconsin), en een hele serie gouverneurs, zoals Chris Christie (New Jersey) en Bob McDonnell (Virginia). Zij geven de Republikeinen een modern gezicht.

De electorale erosie van de Democraten bemoeilijkt Obama’s herverkiezing. Zelfs zijn kernaanhang kalft af. Jongeren haken af. Latino’s zijn ethisch conservatiever dan Obama. Joden bekritiseren zijn Israëlbeleid. Katholieken hekelen zijn bemoeizucht met religie, zoals het voorstel katholieke ziekenhuizen te verplichten voorbehoedsmiddelen te verstrekken.

Maakt dit de Republikeinen sterk genoeg om het Witte Huis te herwinnen?

Vorige week paradeerden de Republikeinse presidentskandidaten op de Conservative Political Action Conference (CPAC), de jaarlijkse hoogmis van Amerikaanse conservatieven. Mitt Romney, Rick Santorum en Newt Gingrich presenteerden zich. Ron Paul liet het afweten. Door een Europese bril lijkt zo’n bokswedstrijd desastreus, maar dit is niet zo. Een harde voorverkiezing maakt een kandidaat sterker. Obama won in 2008 na een slopend gevecht met Hillary Clinton. Hij groeide als kandidaat.

De race bij Republikeinen is een strijd tussen ‘Mitt Romney’ en de ‘niet-Mitt-Romneykandidaten’. Romney heeft een overtuigingsdeficit bij de conservatieve partijbasis. Als gouverneur van het ‘progressieve’ Massachusetts heeft hij ‘progressieve’ standpunten ingenomen op onderwerpen als abortus en gezondheidszorg. Hij werd uiteindelijk gouverneur in de staat met de Kennedyerfenis. Conservatieven uit het Amerikaanse hartland bekijken Romneys bekering tot het conservatisme met scepsis. Hij is ‘gematigd’. Ook spreekt hij Frans. Dat is verdacht! Gingrich kan ook Frans – zijn proefschrift ging over Belgisch-Congo – maar hij verzwijgt dat wijselijk.

Romney maakte fouten. Hij profileert zich op ‘ervaring’, maar dit deed Clinton ook, in 2008, en dat bleek onvoldoende. Hij heeft een offensieve agenda nodig. Ook lijkt hij zich te schamen voor zijn rijkdom. Hij stamelt daarover in debatten. Tot overmaat van ramp zei hij dat hij „niet bezorgd is over de armen, want er is voldoende opvang in de VS”. Dit is onhandig. Hij lijkt een harteloze rijkeluiszoon die president wil worden.

Romney moet blij zijn dat zijn conservatieve concurrenten deze tekortkomingen blootleggen, want Obama zou dit in de herfst ongetwijfeld genadeloos doen. Romney heeft ook het geluk dat diverse ‘niet-Romneykandidaten’ in de race blijven. Hij heeft bovendien een grotere campagnekas dan zijn concurrenten. Conservatieven beseffen evenwel ook dat Romney betere kansen heeft tegenover Obama dan Santorum of Gingrich. Romney zelf beseft dat hij conservatieven moet aanspreken met een levendig, aantrekkelijk toekomstverhaal en niet alleen met zijn biografie als zakenman. Dit lukte bij CPAC. Hier won hij verrassend de straw poll (een steekproef).

Als Romney op 6 maart (Super Tuesday) geen doorbraak forceert, wordt het een lange weg naar de Republikeinse Conventie in Tampa, eind augustus. Zijn nadeel als ‘gematigde’ in de voorverkiezingen is evenwel zijn voordeel bij de presidentsverkiezingen. Obama is niet verzekerd van four more years.