Poetin gaf wel even zomaar een flat

Sommige van mijn Russische vrienden keuren de massaprotesten van de afgelopen twee maanden af, wat tot opgewonden discussies kan leiden. Ze zijn tegen, omdat ze voor Poetin zijn. In hem zien ze de enige die het land bijeen kan houden en beschermen tegen het Westen, dat er in hun ogen alleen op uit is Rusland te verwoesten. Als ik vraag waarom het Westen dat zou willen, krijg ik er verbaal van langs.

„Omdat ze hier democratie willen vestigen en dat is helemaal niet mogelijk”, luidt steevast het antwoord.

„Je denkt toch niet dat Nemtsov of Oedaltsov een goede president kan zijn?” vroeg mijn vriendin Alina me onlangs. Boris Nemtsov is een liberale oppositieleider, Sergej Oedaltsov een radicale activist.

Haar man Sergej ging nog een stap verder. „Nemtsov wordt door de Amerikanen betaald. Die betogingen zijn alleen bedoeld om Rusland kapot te maken. Daarom heb ik voor Poetin gedemonstreerd. En ik heb er geen geld voor gekregen, mocht je dat soms denken.”

Alina en Sergej, beiden begin veertig, hebben de afgelopen twaalf jaar in materieel opzicht een beter leven gekregen, na een lange periode van armoede. Alina, psycholoog van opleiding, leidt potentiële klanten rond voor een makelaar in luxe woningen, in een Audi van de zaak. Ze maakt werkdagen van twaalf uur en krijgt er zo’n 600 euro per maand voor. Sergej, leraar en dichter, probeerde tevergeefs beroemd te worden met filmscenario’s, maar staat sinds kort uit geldgebrek weer enkele dagen per week voor de klas.

Twee keer per jaar gaan ze met vakantie. ’s Zomers naar Europa, ’s winters naar een warm land, dit keer Israël. Maar iedere keer zijn ze weer blij in Rusland terug te zijn.

„Hotels en restaurants zijn in het buitenland zo ontzettend duur,” zei Sergej laatst nog, toen hij zijn nieuwe kleding kwam showen die hij in Wenen had gekocht.

„En goede boekwinkels zijn nergens te vinden”, merkte Alina op na een werkbezoek aan de Verenigde Staten. „Het is net of niemand er leest. Zo’n primitief en oppervlakkig volk, die Amerikanen.”

Alina en Sergej zijn typische kinderen van de Sovjet-Unie. Met het Westen hebben ze weinig, ook al vieren ze er vakantie. Voor hen gaat er niets boven Rusland, ook al is er veel mis. „Maar bij jullie zal er ook wel corruptie en gebrek aan rechtvaardigheid zijn”, zegt Sergej altijd als we het erover hebben.

Alina komt uit Togliatti in Zuid-Rusland, waar haar vader bij de Lada-fabrieken werkte. Tot 1992, toen het communistische imperium uit elkaar viel, leidde hij met zijn vrouw en dochter een bescheiden, maar tevreden leven. Zijn salaris stelde niet veel voor, maar niemand had veel. „En daardoor was er geen afgunst”, zegt Alina. „Maar nu zijn de verschillen tussen rijk en arm enorm.”

Na 1992, in de chaotische overgangsjaren naar het kapitalisme, viel iedere zekerheid weg. Alina en Sergej leerden elkaar in die jaren in Moskou kennen. Ze woonden, met Alina’s dochter uit een eerder huwelijk, in de flat van Sergejs overleden grootmoeder. Een krot dat volgestouwd was met boeken en dozen waarin hun kleding zat. Een jaar geleden werd het eindelijk gesloopt en kregen ze een nieuwe flat. „Zomaar, voor niets”, zegt Sergej. „Dat zou me onder Nemtsov niet gebeuren, die gaat liever theedrinken met de Amerikaanse ambassadeur om over de revolutie te praten. Zonder te bedenken dat een revolutie een ramp is voor ons land.”

Poetin heeft voor Alina en Sergej de meeste herkenbaarheid. Hij lijkt op een Sovjet-leider, die de Russische eigenwaarde wil hooghouden. Dat er aan zijn systeem veel niet deugt, vergeven ze hem. „Beter krijg je het toch niet. We hebben nu eenmaal een lange geschiedenis van corruptie. Maar we zijn in iedere geval verzekerd van stabiliteit.”

Michel Krielaars