Podiumdichter die wars was van kapsones en ijdelheid

Adriaan Bontebal, de ‘Haagse Bukowski’, dichtte toegankelijk. Een doorbraak naar het grote publiek bleef echter uit.

Toen Ischa Meijer in 1990 tijdens een radio-interview aan Adriaan Bontebal vroeg waarom hij altijd zulke korte verhaaltjes schreef, antwoordde de Hagenees: „Omdat ik een warhoofd ben. Ik heb een verhaal in mijn hoofd zitten en ik denk: Dat moet ik opschrijven. Ik ga zitten schrijven, maar een dag later heb ik weer een ander verhaal in mijn hoofd zitten. Het moet gewoon snel af. Daarom blijft het zo kort.”

De zaterdag op 59-jarige leeftijd overleden schrijver en dichter Adriaan Bontebal (pseudoniem van Aad van Rijn) schreef zo honderden korte verhalen en gedichten. Uitgeverij In de Knipscheer publiceerde Een goot met uitzicht (1988) en De ark (1990). Maar zowel voor als na deze twee verhalenbundels verscheen er van alles, voornamelijk in kleine oplages, en vaak in eigen beheer. Een doorbraak bij het grote publiek kwam er nooit. Daarvoor was de linkse, sterk geëngageerde Bontebal te eigenzinnig: uitgevers kregen geen vat op hem. Hij ging zijn eigen gang, schreef en was intermediair: hij organiseerde poëzieavonden in het krakersbolwerk (en voormalig belastingkantoor) De Blauwe Aanslag.

Toch is zijn werk toegankelijk genoeg voor een groter publiek. Neem dit gedicht: ‘In Amsterdam bestaat een café dat Korsakov heet. / Ik heb er ooit voorgedragen. / Zegt men. / Het zal wel.’ Het is podiumpoëzie. Met zijn lange haren en zijn beenprothese vormde Bontebal een markante verschijning op vele podia, van Lowlands tot het Haagse Crossing Border. Crossing Border-oprichter Louis Behre omschrijft Bontebal als de „Haagse Bukowski”, die immers ook een hekel had aan elke vorm van kapsones en ijdelheid. Twintig jaar geleden ondernamen Behre, Bontebal en een vertaalster een Charles Bukowski-tour door Nederland en Vlaanderen. Behre: „Ik heb weinig mensen meegemaakt die met zoveel zelfspot en humor konden vertellen.”

Schrijver-cabaretier Sjaak Bral, die Bontebal kende van de ‘zwartrijdersbond’, vormde eind jaren negentig een tijdje een duo met hem. Als ‘Bral en Bontebal’ traden ze in 1998 op met het literaire programma ‘Klappen uit de Haagse School’. Bral: „Hij was rustig, ik een stuiterbal, dat combineerde goed. Aad was heel onzeker, maar als hij eenmaal op het podium stond, kon hij excelleren.” Voor Bral is Bontebal de Haagse Herman Brusselmans: „Bontebal was net zo wars van de realiteit. Hij schreef zijn eigen verhaal. Zijn engagement was niet principieel, het zat nog dieper: het was hoe hij leefde.”

De laatste jaren hield Bontebal een blog bij waar hij zich als ‘sympathieke misantroop’ profileerde. Met name de top van het bedrijfsleven kon op weinig genade van hem rekenen. Zijn laatste post, een dag voor zijn dood geplaatst, gaat over de bonuscultuur en eindigt zo: ‘Het is onbeschoft, zeker in een tijd dat „we allemaal de broekriem moeten aanhalen”. Maar is het nieuws? We weten toch: er zijn nog graaiers als wij er niet meer zijn.’ Bontebal wordt vrijdag in Den Haag gecremeerd.

    • Ward Wijndelts