Moedig en zinvol puntenplan

Eurocommissaris Viviane Reding draait niet om de hete brij heen. In de maand dat de Europese Unie en de euro twintig jaar geleden werden geconcipieerd met het Verdrag van Maastricht (op 7 februari 1992 getekend) acht de Luxemburgse christen-democratische politicus het hoog tijd om te zeggen waarop het volgens haar staat.

Dwars tegen de tijdgeest in veel Europese naties in, en in weerwil van de terughoudendheid die menig regeringsleider nu betracht, pleit Reding voor een federaal Europa. Dat zou in 2020 zijn beslag moeten krijgen. De eurocommissaris, die twaalf jaar meedraait en nu vicevoorzitter is onder Barroso, heeft dat plan gisteren in vijf punten verwoord.

Haar routeplan voor een federale unie begint bij de verkiezingen voor het Europese Parlement in 2014. De volgende commissie-voorzitter moet worden gekozen op voordracht van de politieke partijen daar.

Zo doorkruist ze de praktijk dat nationale regeringsleiders dat doen en wil ze de Europese partijen – zoals de christen-democratische EVP, de liberale ELDR of de sociaal-democratische PES – een grensoverschrijdende machtspositie geven. Het resultaat zou kunnen zijn dat Nederlandse burgers ooit op een Duitser of Spanjaard kunnen stemmen.

Dat is toekomstmuziek. Actueler is haar voorstel om al in 2014 te beslissen dat de voorzitter van de Europese Commissie ook over de Europese Raad van de 27 nationale regeringen gaat presideren. Het Verdrag van Lissabon heeft die functies gescheiden. Met als gevolg dat er twee kapiteins op één schip zijn. Die toestand is inderdaad onoverzichtelijk.

Die voorzitter moet ook het recht krijgen om het Europese Parlement te ontbinden bij een onoverkomelijk conflict over wetgeving of beleid. Dat komt neer op een ingrijpende balansverschuiving van de nationale uitvoerende machten naar de federale controlerende macht. Het kan een stimulans zijn voor een Europese parlementaire democratie.

Al die punten moeten worden verankerd in een nieuw verdrag, dat volgens Reding moet worden onderworpen aan referenda in alle 27 lidstaten. Daarin zit ’m de kneep. Want het is moeilijk voorstelbaar dat de grote landen het snel eens worden over zo’n nieuw verdrag en het is zo goed als ondenkbaar dat de burgers er vervolgens mee instemmen. De kans dat lidstaten uit de EU treden, is daarentegen wel reëel.

Maar de verdienste van het vijfpuntenplan is dat Reding de meningsvorming over de architectuur van Europa op scherp zet. We discussiëren nu over steunfondsen en transferunies. Die debatten hebben betekenis omdat ze over geld en dus over belangen gaan. Reding schetst echter een beeld van Europa dat verder reikt. Anno 2012 is dat moedig en zinvol.