Krokus vergist zich in de lente

Heel droog, heel nat, heel mild, heel koud. Het klimaat verandert in Nederland, en dat raakt flora en fauna. Bioloog Arnold van Vliet bepleit extra bescherming van kwetsbare natuur.

Rotterdam, 14 februari 2012 Door extreem temperatuur verschil liggen de narcissen op de grond. Foto: Walter Herfst

Het leek lang een milde winter te worden. Tot het alsnog bitter koud werd. „Daarmee is de lente on hold gezet”, zegt bioloog Arnold van Vliet. „Het is control-alt-delete voor de bloemen.”

Van Vliet is docent aan Wageningen Universiteit en coördinator van de Natuurkalender, waarin jaarlijks terugkerende verschijnselen in de natuur worden bestudeerd aan de hand van waarnemingen. Nog geen maand geleden waren er talrijke waarnemingen dat de lente eraan zat te komen. De krokussen waren al uitgekomen, kort daarna volgden narcissen. „Die komen normaal gesproken pas in april.”

De eerste bloeiende hazelaars werden gemeld, en bloemen van speenkruid. Ook waren er enthousiaste verhalen over het drukke onderwaterleven in de Zeeuwse Delta. Het water van de Oosterschelde was zes graden Celsius, vijf graden warmer dan vorig jaar. Soorten die tijdens een normale winter het loodje legden, bleken in deze „extreem warme winter” prominent en in grote aantallen aanwezig, zoals blauwtipjes en fluwelen zwemkrabben.

Sinds enkele weken is alles voorbij. Het was over en uit voor veel bloemen en planten. En ook voor de eerste vlindersoorten die zich al hadden laten zien. Bomen lijden doorgaans niet veel schade, „omdat de sapstromen nog niet op gang zijn gekomen”, zegt bioloog Van Vliet.

Dat geldt dan weer niet voor de perenbomen. De fruittelers vrezen een miljoenenschade nu de knoppen die vorige maand al gingen „schuiven”, zijn uitgedroogd door de vorst. Pas in het voorjaar zal duidelijk zijn hoe veel fruit deze rare winter heeft doorstaan. Akkerbouwers en melkveehouders hebben relatief weinig hinder, stelt landbouworganisatie LTO Nederland.

Ook veel vogels hebben zich lelijk op de winter verkeken. Teruggekeerde aalscholvers waren al begonnen met het bouwen van nesten, maar hebben rechtsomkeert gemaakt. Ook veel ganzen trokken bij nader inzien zuidelijker, tot voorbij de vorstgrens.

Ronduit gevaarlijk is het volgens Vogelbescherming Nederland voor vogels als eend, wulp en houtsnip. Zij zijn Nederland massaal ontvlucht maar kunnen in Frankrijk, waar de jacht op al deze vogelsoorten is toegestaan, „op een schot hagel worden getrakteerd”, aldus Kees de Pater. Ook zeer zeldzame soorten worden door de Fransen bedreigd. „Want die jagers kijken niet zo nauw.”

De omslag van warmte naar felle kou is volgens bioloog Van Vliet vermoedelijk toe te schrijven aan de klimaatverandering, die immers leidt tot een toename van extreme weertypen. Vorig jaar was het eerst heel droog, toen weer heel nat, daarna verliep de winter bijzonder mild en nu is het ineens weer heel koud. „Dat hebben we nog nooit meegemaakt.”

Des te meer reden om de kwetsbare natuur te beschermen. Van Vliet: „Er is behoefte aan grotere natuurgebieden. Planten en dieren hebben het in Nederland tóch al erg moeilijk. Zij hebben ruimte nodig om in deze extreme weersituaties een beschutte plaats te vinden. Maar ja, dat zal onder staatssecretaris Bleker wel niet gebeuren.”