Kostbaarste bezit

In mijn spreekkamer, op de polikliniek gynaecologie, verschijnen een man en een vrouw, afkomstig uit het woonwagenkamp. Hij houdt zijn bromfietshelm vast, als was het zijn kostbaarste bezit.

De reden van de komst is een uitblijvende zwangerschap. Ik kijk haar na en vraag aan de man of ik even de grootte van zijn testikels mag voelen. Hij laat het zonder morren toe. Vervolgens spreek ik laboratoriumonderzoek af en stel voor dat ook zijn zaad wordt nagekeken. Dan merkt hij aarzelend op: „Eh, dokter, even voor de duidelijkheid, ik ben niet haar man hoor, maar de enige in het kamp met een brommer.”

Kees van Katwijk

    • Kees van Katwijk