Het vet gaat van de basisschool af

Duizenden banen verdwijnen doordat de minister bezuinigt, klaagt het basisonderwijs. Dat is niet de enige reden. Het aantal leerlingen daalt ook. En de gemeente betaalt minder.

Dat is raar. Vorige maand concludeerde het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) nog dat de overheidsuitgaven voor het basisonderwijs in tien jaar met 50 procent zijn toegenomen. Gisteren stelde de PO-raad, de koepel van schoolbesturen in het basisonderwijs, dat door bezuinigingen van 900 miljoen euro duizenden banen verdwijnen. Is al dat extra geld opeens verdwenen?

Minister Van Bijsterveldt (Onderwijs, CDA) beweert van niet. Een blik op de begroting van haar ministerie geeft haar op het eerste gezicht gelijk. Het bedrag dat de landelijke overheid aan het primair onderwijs besteedt, blijft de komende jaren constant. Per leerling is dat in 2014 5.600 euro, 300 euro meer dan in 2008 en evenveel als in 2010. Rekening houdend met inflatie zal er de komende jaren wel sprake zijn van een achteruitgang, maar een bezuiniging van bijna een miljard is het niet.

Waarom moeten er dan zoveel leraren en ander personeel verdwijnen? Simpel: er komen minder leerlingen in het primair onderwijs, en niet alleen in krimpprovincies als Limburg en Zeeland. Het aantal leerlingen zal de komende tien jaar afnemen van 1,64 miljoen nu tot 1,43 miljoen in 2020. Minder leerlingen, betekent minder leraren. Dat is erg voor de leraar die zijn baan verliest, maar onbegrijpelijk is het niet.

Bij het basisonderwijs doen de ontslagen extra pijn omdat er aan het begin van deze eeuw juist veel nieuw personeel is aangenomen om de klassen te verkleinen. Het personeelsbestand groeide in tien jaar tijd met zo’n 15 procent, terwijl het aantal leerlingen iets kromp.

Niet al dat nieuwe personeel kwam overigens voor de klas terecht. Het aantal voltijdsbanen voor leraren in het basisonderwijs groeide tussen 2000 en 2010 van 92.000 naar 105.000. Het ‘overig personeel’ groeide van 15.000 naar 19.000, procentueel een sterkere toename.

Van Bijsterveldt zei gisteren dat nog niet alle scholen rekening houden met het feit dat het aantal leerlingen krimpt. In 2010 waren er ongeveer 3.500 formatieplaatsen meer dan je op grond van de leerlingenaantallen zou verwachten, aldus de minister. Dan is het niet zo gek dat sommige scholen op hun reserves interen om de lopende kosten te dekken, concludeert ze.

Hier vertelt de minister niet het hele verhaal. Want ook op een krimpende school moet overal de verwarming branden. Dit soort vaste kosten fluctueert niet mee met het leerlingenaantal. Daarop bezuinigen gaat niet, bezuinigen op personeel wel.

Volgens de schoolbesturen is de focus op het krimpende leerlingenbestand te beperkt. Zij spreken over „sluipende” bezuinigingen, de tweede reden voor de mogelijke ontslagen. Net als de werkgeverslasten, zoals verplichte premies voor de pensioen- en vervangingsfondsen, stijgen de materiaalkosten en de energieprijzen. Daarvoor worden de scholen niet of onvoldoende gecompenseerd, vindt de PO-raad.

Ten derde: scholen hebben ook te maken met gemeenten die minder geld gaan uitgeven aan onderwijs. Uit een rapport van onderzoeksbureau Oberon blijkt dat in 80 procent van de gemeenten de onderwijsbijdrage dit jaar stevig zal dalen. Het eigen budget voor onderwijs verdwijnt zelfs volledig in 5 procent van de gemeenten.

Tot slot is er de aangekondigde bezuiniging van 300 miljoen euro op het passend onderwijs voor kinderen met leerproblemen. Die korting kost 5.000 mensen hun baan, schat de PO-raad. Van Bijsterveldt denkt niet dat er zoveel ontslagen vallen, maar ze geeft toe dat deze bezuiniging waarschijnlijk niet zonder baanverlies kan worden gerealiseerd.

Wie heeft er nu gelijk? De schoolbesturen die de alarmbel luiden, of de minister die zegt dat het allemaal wel meevalt? De waarheid ligt in het midden. Dat er de komende jaren leraren hun baan kwijtraken, staat wel vast. Hoeveel dat er worden, valt nog te bezien. Er gaat ook een groep met pensioen.

Het basisonderwijs heeft het lang goed gehad. Grootschalige bezuinigingen zijn er de afgelopen jaren niet geweest, integendeel. Daarvan is ook nu nog geen sprake. Maar al het vet verdwijnt wel van de botten.