Het relatiemuseum

Jazeker, het is Valentijn: de dag van hartjes en kaarten en diners en klagen over al die commerciële hartjes, kaarten en diners. Een lofzang op de romantiek en de omzet van Merci. Oftewel: een uitstekende dag om eens stil te staan bij die andere kant van de liefde: ongeluk, eenzaamheid, gebroken harten en besnotterde Kleenex. Waar het iconische hartje wordt gezien als een soort ironieteken.

Een paar dagen geleden stuitte ik op een artikel over een veelbesproken tentoonstelling die al een tijd rondreist: The Museum of Broken Relationships. De collectie van deze expositie bestaat voor een groot gedeelte uit voorwerpen die mensen van over de hele wereld hebben gedoneerd, voorwerpen die allemaal iets te maken hebben met een verloren liefde. Zo is er een tuinkabouter met een geschaafd gezicht (in een vlaag van woede tegen zijn auto gegooid), een pluchen kikkerknuffel (volgens de jongen die hem als afscheidscadeau gaf, kijkt de kikker net zo triest als hij zich voelde) en de ‘boyfriend hat’ (zijn vriendin had haar enigszins mannelijke hoed deze benaming gegeven. Later bleek de hoed aan haar ex-vriend toe te behoren en bleek ze bovendien nog steeds met hem naar bed te gaan.)

Het is een prachtig idee, een museum vol artikelen die de verhalen van vervlogen liefdes vertellen. Elk voorwerp, ook al is het een luciferdoosje of een fruitschaal, lijkt betoverd door zijn bitterzoete geschiedenis.

Daarbij is het idee om zulke voorwerpen ergens te kunnen doneren ook bijzonder praktisch – want wat immers te doen met de spullen die je aan hem of haar doen denken? Er zijn maar twee opties: weggooien of bewaren. Natuurlijk, als je liefde er met je beste vriendin vandoor is en ook nog eens jullie vijftiendelige fondueset heeft meegenomen, is weggooien de enige optie (en dan zie ik nog eerder een groots uitdrijvingsritueel voor me, vol vreugdevuren aangemaakt met zijn kasjmier sokken). Maar als de relatie niet eindigde in hartstochtelijke wraakgevoelens en een eventueel straatverbod, is de prullenbak wel een koude plek voor de gezamenlijke herinneringen. Dus ga je toch spullen bewaren: liefdesbrieven stop je in een doos, de fotomapjes van een vakantie naar Italië leg je onderin een la, en zelfs die lelijke rozeglitteroctopuskoelkastmagneet bewaar je, want het was wel jullie lelijke rozeglitteroctopuskoelkastmagneet. Zijn shirt blijft achter in je kast liggen en je hebt die kleine pluchen pandabeer weggestopt omdat je niet goed wist hoe een nieuwe geliefde erop zou reageren. Zodat je uiteindelijk verspreid door je huis een eigen museum van een gebroken relatie onderhoudt: een collectie voorwerpen die zich in een vacuüm bevindt – je doet er niets mee, maar ze mogen ook niet weg.

Daarom is een rondreizende tentoonstelling zo’n mooie plek voor ze: daar kunnen ze door iedereen worden bewonderd, precies om wat ze zijn.