Harde brief die toch niet alles zegt

De oproep van tien ambassadeurs aan de Tweede Kamer is formeel gericht aan „de Nederlandse samenleving en haar politieke leiders”, maar is in de praktijk vooral een oproep aan premier Rutte om zich te distantiëren van het PVV-meldpunt tegen Midden- en Oost-Europeanen.

De oppositie en CDA-fractieleider Van Haersma Buma hebben inmiddels wél afstand genomen van het PVV-meldpunt, waar mensen klachten over Midden- en Oost-Europeanen in Nederland kunnen melden. Rutte doet dat niet. „Ik heb ervoor gekozen niet op iedere uiting PVV te reageren”, zei hij. Volgens de PVV hebben 40.000 mensen een melding geplaatst over overlast of ‘verdringing’ van Nederlandse werknemers door migranten uit de bewuste landen.

De ambassadeurs schrijven in hun brief dat ze het initiatief discriminatoir vinden en betogen dat de Nederlandse economie profiteert van de arbeidsmigranten. Maar terwijl het internationale rumoer aanzwelt, lijken ze een derde argument diplomatiek achterwege te laten: Nederland heeft ons, de nieuwe lidstaten van de EU, hard nodig om in Brussel zijn doelen te bereiken. Bijvoorbeeld om strengere Europese maatregelen voor gezinshereniging te bewerkstelligen, een speerpunt van minister Leers (Asiel en Immigratie, CDA) én Geert Wilders.

Wat er dus niet staat maar tussen de regels wel valt op te maken, is: Nederlanders, als jullie zaken met ons willen doen, neem dan afstand van „het verwerpelijke initiatief”.

Rutte zou mogelijk vandaag tijdens het vragenuurtje in de Tweede Kamer reageren op de brief van de ambassadeurs.