Gilbert mag vaker langskomen

New York Philharmonic, o.l.v. Alan Gilbert. 13/2 Concertgebouw Amsterdam. Herh. 14/2.

Alan Gilbert komt op het goede moment. De New York Philharmonic, sinds 2009 zijn orkest, kampt met de nodige problemen: geldzorgen, een conservatief publiek en een gortdroge thuiszaal die moet worden gerenoveerd. Gilbert lijkt echter beter dan zijn voorganger Lorin Maazel in staat om het orkest vertrouwen te schenken.

In het Concertgebouw kreeg Beethovens Vioolconcert maandag rust en ruimte. Violist Frank Peter Zimmermann gedijde goed boven een warm strijkersveld. Zó eenvoudig ging de lastige solopartij hem af, dat hij eerder pienter dan peinzend speelde, en met volksmuzikaal temperament kleine accent-experimentjes uitvoerde in de finale. Gilbert volgde oplettend.

De dirigent overspeelde toch even zijn hand in Stravinsky’s Symfonie in drie delen. Het cliché dat Amerikaanse orkesten altijd te hard spelen werd hier in apocalyptische uitbarstingen waargemaakt. Bovendien is het voor onwennige orkestleden lastig timen in de grote zaal, zoals bleek uit coördinatiefoutjes.

De vlezige totaalklank was niettemin aantrekkelijk, en werd vooral in Ravels tweede suite uit Daphnis et Chloé optimaal uitgebuit. Er bestaan lichtvoetiger uitvoeringen. Maar ook de meer pompeuze versie bleek razend effectief.

In een toegift van Debussy viel men toch weer terug in hard en plat, alvorens een swingend koperkwintetje het publiek juichend naar huis stuurde. Conclusie: de New Yorkers moeten vaker in Amsterdam komen oefenen, mét Gilbert.