Europese Unie wordt economisch volwassen

Terwijl het enthousiasme voor de EU wegebt, voert Europa economische hervormingen door. Deze maatregelen mogen niet te centralistisch worden, stelt Adriaan Schout.

De Europese Unie zit in een spagaat: meer integratie is nodig om uit de crisis te komen, maar het enthousiasme onder de bevolkingen daalt. Gezien de Europese twijfels heeft dit kabinet ‘subsidiariteit’ in het regeerakkoord staan: maatregelen moeten zo dicht mogelijk bij de burgers worden genomen. Dit hoeft uiteraard niet anti-Europees te zijn, maar de bevolking moet zich wel betrokken voelen bij de Europese besluitvorming.

Ondertussen beginnen de nieuwe Europese maatregelen te werken. De combinatie van noodfondsen en bankfaciliteiten van de Europese Centrale Bank levert inmiddels een behoorlijke ‘bazooka’, die de rentes op staatsobligaties uit Spanje en Italië doet dalen. In heel Europa zijn lidstaten bezig pijnlijke economische hervormingen door te voeren. Achter deze ontwikkelingen schuilen structurele hervormingen in de EU. Het lijkt dat de ontbrekende E (van ‘economische unie’) nu wordt ontwikkeld, opdat de Economische en Monetaire Unie (de eurozone) volwassen kan worden.

Zonder steun van de bevolking wordt het evenwel niets. Anti-Europese sentimenten van bijvoorbeeld François Hollande, de uitdager van Nicolas Sarkozy in de verkiezingen, onderstrepen dat hervormingen in de landen zelf gesteund moeten worden en niet louter vanuit Brussel kunnen worden opgelegd.

Een van de ingrijpendste maatregelen is de instelling van een onafhankelijke commissaris voor het begrotingsbeleid en structurele hervormingen in de lidstaten. Nederland heeft dit najaar sterk aangedrongen op dit versterkt economisch toezicht. Met Olli Rehn als onafhankelijk Commissaris voor Economie, Financiën en de euro is de Nederlandse wens inderdaad verwezenlijkt.

Rehn kan aanbevelingen doen en – wanneer de situatie in lidstaten uit de hand loopt – zelfs hoge boetes opleggen of landen korten op Europese fondsen. De eerste successen zijn al binnen. Vijf landen, waaronder België en Polen, hebben aanwijzingen gehad. Behalve Hongarije hebben de landen meteen hun beleid aangepast. Tot voor kort namen lidstaten de meningen van de Commissie hooguit beleefd in ontvangst. Hongarije is nog hardhorend en kan kortingen verwachten op Europese uitkeringen.

Ook Nederland zit in de gevarenzone, met een begrotingstekort van 3,7 procent (in plaats van 3 procent). In 2013 is rond de 7 miljard euro aan extra bezuinigingen nodig. Rehn heeft al gezegd dat Nederland zich hieraan heeft te houden. De toepassing van de regels maakt duidelijk wat onafhankelijk toezicht betekent. Het betreft vooral een juridische visie. Regels zijn regels.

Hieraan kleven twee bezwaren. Ten eerste is er vanuit economisch perspectief veel voor te zeggen om minder snel te bezuinigen. Voor de Nederlandse economie heeft het CPB al gewaarschuwd dat ‘kapotbezuinigen’ moet worden voorkomen. Voor de Europese Unie als geheel hebben het Internationaal Monetair Fonds en economen als Nobelprijswinnaar Krugman erop aangedrongen dat economisch sterke landen als Nederland nu juist niet aan de rem moeten hangen. Hier botsen dus de Europese juridische met de Europese economische opvattingen. Het is begrijpelijk dat de Commissie zich juridisch opstelt. Als Nederland en Duitsland minder hard hoeven te bezuinigen, zouden Frankrijk en andere landen meteen dezelfde aanpak vragen.

Ten tweede worden lidstaten – en nu ook Nederland – geconfronteerd met dictaten uit ‘Brussel’. De commissie breidt haar staf uit om lidstaten beter in de gaten te houden. Met het oog op het draagvlak is het beter dat besluiten worden genomen op basis van nauwe samenwerking met onafhankelijke instituten in de lidstaten.

In plaats van een alleingang van de onafhankelijke commissaris zou het verstandig zijn als in eerste instantie een Europees netwerk van onafhankelijke nationale Centrale Planbureaus (CPB’s) de economische analyses zouden maken en de contouren van de aanbevelingen zouden opstellen. Dit netwerk zou kunnen bepalen wat goed is per land en voor de EU als geheel. De onafhankelijke commissaris kan zo in de uiteindelijke aanbevelingen voorbij de strikt juridische normen kijken. Ook zouden de aanbevelingen aan draagvlak winnen omdat onafhankelijke nationale instanties het beleid ondersteunen. Een belangrijke bijkomstigheid is dat de nationale CPB’s tevens de besluiten thuis verdedigen. De commissie zou niet alleen de kop van Jut moeten willen zijn.

Nederland heeft een gezaghebbend Planbureau met een traditie die teruggaat tot Jan Tinbergen. In de meeste landen zijn macro-economische planners helaas in ministeries gehuisvest. Hierdoor is hun onafhankelijkheid gering. Naar analogie van de Europese stelsels van centrale banken en van concurrentieautoriteiten moet Nederland pleiten voor een stelsel van nationale CPB’s. Mede op aandringen van Nederland is dit eerder met succes gedaan met nationale milieuautoriteiten (zoals het RIVM bij ons).

Zulke onafhankelijke sociaal-economische instanties zijn een voorwaarde voor goed beleid in de lidstaten. De EU moet ze versterken in plaats van hun taken overnemen. Dit soort onafhankelijke instanties hebben direct toegang tot nationale beleidsmakers, politici en media. In Nederland maken pleidooien van het CPB en De Nederlandsche Bank tegen de hypotheekrenteaftrek de weg vrij voor hervormingen. Ook andere landen hebben zulke onafhankelijke pleitbezorgers nodig. Verder kunnen op deze manier ook Europabrede inschattingen worden gemaakt, bijvoorbeeld dat noordelijke landen tijdelijk kunnen wachten met harde bezuinigingen totdat de zuidelijke landen wat meer lucht hebben.

Er is nog een hele weg te gaan voordat de EMU volwassen is.

Adriaan Schout is hoofd EU-studies van het Instituut Clingendael.

    • Adriaan Schout