Europa ziet: de PVV regeert in Nederland

Niet alleen bij de PVV-site tegen Polen, altíjd dicteert Geert Wilders het beleid van premier Rutte. Dat is de perceptie in Brussel. Nederland zal een hoge prijs betalen, zeggen diplomaten.

Wie regeert er eigenlijk in Nederland? Die vraag begint men zich in diverse Europese hoofdsteden nadrukkelijker te stellen.

En dat komt niet alléén doordat premier Mark Rutte geen afstand neemt van de PVV-website voor klachten over Oost-Europeanen. Die site is het recentste voorbeeld van een hele reeks.

Bij de eurocrisis, onderhandelingen over de Europese begroting en de weigering om Roemenië en Bulgarije in de vrij-reizenzone Schengen te laten, zie je hetzelfde mechanisme: het is de PVV van Geert Wilders die, zeggen diplomaten in Brussel, het beleid dicteert en de grenzen trekt. Ook op die terreinen neemt de Nederlandse regering geen afstand van Wilders.

Dat begint andere lidstaten te irriteren. In de Europese politiek, waar je moet geven en nemen, waar je coalities moet bouwen met andere landen om je zin te krijgen, kan dit Nederlandse belangen schaden.

Een hooggeplaatste Europees functionaris legt uit dat veel regeringsleiders aanvankelijk blij waren toen Mark Rutte premier Balkenende opvolgde. ,,Niemand hield van Balkenende. Hij was stug en onbenaderbaar, had weinig gevoel voor humor. Rutte is zijn tegenpool: joviaal, flexibel, oplossingsgericht. Het is prettig zo iemand aan tafel te hebben. Maar het probleem met Rutte is dat hij steeds naar Brussel komt zonder enige manoeuvreerruimte. ‘Wilders wil dit niet, Wilders wil dat niet.’ Er kan geen cent meer naar Griekenland. Al voldoen Bulgarije en Roemenie aan de regels, we laten ze tóch Schengen niet in”.

Het geduld met Rutte raakt op, zegt de functionaris. „Andere regeringen krijgen hier genoeg van. Wat heeft onderhandelen voor zin als je steeds eist dat alleen ánderen water bij de wijn doen? Een rode kaart kun je niet te vaak trekken. Op zeker moment denk je: op die Rutte kunnen we niet bouwen.”

Het verklaart waarom Ruttes argument dat hij weinig te maken heeft met de PVV-site over de Oost-Europeanen, in Brussel en andere hoofdsteden geen indruk maakt.

Want daar is de perceptie dat Rutte altíjd te maken heeft met de PVV. Dat álle Nederlanders te maken hebben met de PVV. Ze praten doorlopend over Wilders. Je ziet ze de PVV-site bekijken op hun Blackberry.

Ambtenaren uit Den Haag of Utrecht interesseren voor een tijdelijke baan bij een Europese instelling is nog nooit zo moeilijk geweest als nu, omdat „Europa geen Nederlander meer interesseert”.

Dát is Nederland anno nu, vanuit Brussel bezien. Europarlementariërs van coalitiepartijen CDA en VVD zien dit als geen ander. Vandaar dat Corien Wortmann (CDA) en Hans van Baalen (VVD) de site keihard veroordelen en Rutte oproepen afstand te nemen. Van Baalen noemde de site gisteren „vulgair”. Een Italiaan die zich vaak heeft geschaamd voor premier Berlusconi, merkte daarna ongevraagd op: „Nu weten jullie hoe dat voelt.”

Vorig jaar vertelde de Poolse eurocommissaris van Begroting Janusz Lewandowski aan deze krant dat hij Nederland vroeger bewonderde. Hij promoveerde op Hugo de Groot en diens geschriften over vrijhandel. Toen Lewandowski in 1991 minister van Privatisering was, na de val van de Muur, „was Philips er dus als de kippen bij” om te profiteren van de nieuwe kansen.

„Maar dat opene dat Nederland altijd had en mij zo aantrok, dat verandert nu”, zei Lewandowski. „Mensen voelen zich door immigratie en turbulentie rond de euro onveilig en bedreigd in hun levenswijze. Ze stemmen op extreemrechtse, eurosceptische partijen. In plaats van tegengas te geven, scheldt de regering op Brussel. Zorgelijk.”

Anders dan bij de Fitna-affaire doet de Nederlandse diplomatie bij de rel om de PVV-site niet georganiseerd aan schadebeperking. In 2008 werden ambassadeurs op pad gestuurd om uit te leggen dat de regering afstand van de film nam, niets tegen moslims had maar de persvrijheid respecteerde, enzovoort. Dat uitleg nu achterwege blijft, versterkt het beeld dat Nederlandse ministers óók vinden dat Oost-Europeanen tweederangs burgers zijn.

De bezorgdheid dat Nederland hiervoor op een dag de rekening gaat betalen, groeit onder Nederlanders in Brussel. Zo komen er binnenkort onderhandelingen aan over de Europese begroting 2014-2020. Nederland wil, met enkele andere lidstaten, de uitgaven bevriezen.

Het kabinet wil de huidige Nederlandse ‘korting’ van ongeveer 1 miljard behouden. Dit is voor Wilders cruciaal. „Good luck”, waarschuwt een betrokkene: „Hiervoor moet je Oost-Europese landen meekrijgen. Die moeten wel in de stemming zijn om Nederland te helpen.” Al een jaar geleden groepeerden tien Oost-Europese landen zich in de club ‘vrienden van de cohesiefondsen’. In die fondsen, net als in Landbouw, wil Nederland juist snijden.

Ook wordt er in Brussel gevochten over wie grote infrastructuurprojecten binnenhaalt – transport, gasverbindingen, ICT. Noord en Zuid, centrum en periferie en oost en west staan lijnrecht tegenover elkaar. Iedereen wil een groot deel van de taart. Hierbij moet veel bij consensus worden besloten. Nederland heeft de goodwill uit Oost-Europa nodig.

Rutte lijkt een botsing met Wilders te willen vermijden over de site. Maar de paradox is: als Nederland mede daardoor slecht onderhandelt bij de begroting, botst Rutte alsnóg met Wilders.

    • Caroline de Gruyter