Er was geen vuile was bij Machiavelliprijs

Het geeft geen pas om het bestuur van de Stichting Machiavelli te verlaten en daarna met flinterdunne bewijzen een juryrapport verdacht te maken, vindt

Jan van Rossum.

NRC-redacteur Frank Vermeulen is een beetje dom geweest, bekent hij zelf in zijn bijdrage ‘Stop met dat geknipmes voor het koningshuis’ (Opinie, 8 februari). Als bestuurslid van de Stichting Machiavelli stemde hij eerst in met de toekenning van de jaarlijkse Machiavelliprijs aan prinses Máxima, maar een fase verder kreeg hij hier spijt van en stapte op.

Om daarna het nest dat hij heeft verlaten als een groep knipmessen en meebuigers neer te zetten, getuigt niet van gevoel voor verantwoordelijkheid. Ook voor een journalist die in een bestuur zitting neemt, gelden regels van goed bestuur. Er moet sprake zijn van een groot maatschappelijk belang om de vuile was buiten te hangen.

Is de was in dit geval vuil, of is er sprake van gewone was die Frank Vermeulen zelf door de modder haalt? De argumenten in zijn betoog dat er een Oranjecoup heeft plaatsgevonden – „de prijs werd gekaapt” – zijn flinterdun. Volgens Vermeulen had de voorzitter laten weten dat het juryrapport tot stand was gekomen „met betrokkenheid van een aantal bestuursleden (en na overleg met RVD en hof)”. Nou en? Als een carnavalsvereniging de jaarlijkse Vergulde Hoed aan Máxima toekent en haar uitnodigt om deze prijs te komen ophalen, kan ik me voorstellen dat de Rijksvoorlichtingsdienst en het hof vragen om het juryrapport. Uit dit feit kun je toch nog geen manipulatie afleiden? Vermeulen levert geen spoor van bewijs. Zelf spreekt hij over een „niet zo belangrijk” incident. Let op zijn bewoordingen: „mogelijk dat deze betrokkenheid heeft geleid tot…”, „deze kennelijke inmenging…”, Máxima en haar echtgenoot „staan hier waarschijnlijk buiten…”. De cursivering is van mij.

De RVD heeft zijn betrokkenheid bij het juryrapport inmiddels ontkend, schrijft Vermeulen. De lezer blijft achter met de indruk dat een redacteur met een persoonlijke „anekdote” – zijn term – over zijn functioneren als bestuurslid de krant misbruikt voor een nabrander.

Vermeulen tracht zijn handelwijze te rechtvaardigen met de stelling dat Nederlanders last hebben van „koningskramp” en dat ‘de Troon’ in onze parlementaire democratie een anachronisme is. „Daaraan moet een eind komen. Stop met buigen. Wees geen onderdaan. Wees burger.”

Andere argumenten voor deze oproep komen niet veel verder dan afkeer van „het geheim van de Troon” tijdens formaties en in het wekelijks overleg met de premier. Pff… What’s new, vraag je je af.

Vermeulen gaat er geheel aan voorbij dat juist het Huis van Oranje als een van de weinige instituties gunstig wordt beoordeeld als samenbindend element in de samenleving. Zolang persoonlijkheden als koningin Beatrix en prinses Máxima hun excellente bijdragen leveren, kiest deze burger uit overwegingen van opportunisme én maatschappelijk belang voor de rol die de monarchie thans speelt. Daarbij hoort onontkoombaar ook een heel circus, met paleizen en rituelen. Het zij zo.

Een gunstig aspect van onze mediacratie is dat weinig hiervan verborgen blijft. Dit werkt echt niet alleen maar als „gelikte pr-show”. Evenzeer geldt dit voor de rol van de RVD, pr-adviseurs en journalisten. Ook díé moet je als burger goed in de gaten houden. Juiste feiten, goede argumenten en passende verantwoording dienen daarbij boven frustraties of dommigheidjes te gaan. De krant als podium had hiervan beter verschoond kunnen blijven.

Jan van Rossum is zelfstandig managementconsultant. Hij richtte in 1987 de Stichting Machiavelli op. Van Rossum is geen bestuurslid meer.