Door de ramen van de berg turen

Het is honderd jaar geleden dat de spoorlijn naar de Jungfraujoch, in hartje Zwitserland, gereedkwam. Met 3.454 meter is het nog altijd het hoogstgelegen treinstation van Europa.

Friederike de Raat

A giant light installation of the flag of Switzerland (L), by Swiss artist Gerry Hofstetter, illuminates the north face of the Jungfrau in the Bernese Oberland January 11, 2012. The installation commemorates the 100-year anniversary of the Jungfrau railway, which first began operations in the year 1912. The installation on right is Europe's highest railway station, the Jungfraujoch station, at an altitude of 3,454 metres (11,332 ft). Picture taken with a fish-eye lens. REUTERS/Christian Hartmann (SWITZERLAND - Tags: ENVIRONMENT TRAVEL ANNIVERSARY) REUTERS

Het is altijd weer een leuk tijdverdrijf voor toeristen op Kleine Scheidegg, de bergpas aan de voet van de Eiger: pak je verrekijker en zoek de ramen in de immer in de schaduw gelegen noordwand van de Eiger. Ramen? Ja, sinds er een treintunnel door de Eiger loopt, is het zo’n beetje de enige berg ter wereld met ramen. Soms verdringen zich honderden treinreizigers tegelijk voor de immense vensters, om te genieten van het uitzicht over het Lauterbrunnental aan de ene kant en Grindelwald, in de diepte aan de andere kant.

De Eigerwand is een van de haltes in het ruim negen kilometer lange spoortraject van Kleine Scheidegg naar de Jungfraujoch (3.454m), de bergpas tussen de Mönch (4.107 m) en de Jungfrau, met 4.158 meter een van de hoogste bergen in het Berner Oberland, in hartje Zwitserland. Ooit was het de bedoeling de lijn door te trekken naar de top van de Jungfrau, maar daar zagen de Zwitsers van af: de top zou te weinig ruimte bieden om veel toeristen tegelijk te kunnen ontvangen, bovendien was de lucht er veel ijler dan op de 700 meter lager gelegen joch. De joch kijkt uit over de immense Aletschgletscher en biedt alle ruimte voor wandelingen en andere sneeuwpret.

Het traject van de trein lijkt enigszins vreemd: de trein gaat niet rechtstreeks naar de Jungfrau, maar maakt vanaf zijn vertrekpunt een enorme bocht door zowel de Eiger als de naastgelegen Mönch. Maar daar is over nagedacht: de grote bocht heeft als voordeel dat de hellinghoek voor de trein veel kleiner is (maximaal 25 cm per meter) en de reiziger meer tijd heeft om te wennen aan de steeds ijlere lucht. Want dat effect dient niet te worden onderschat in een trein die in vijftig minuten een hoogteverschil van 1.400 meter overbrugt. Niet zo gek dus dat de treinen naar de Jungfraujoch hun eigen elektriciteit produceren. De remenergie van de dalende treinen wordt omgezet in elektriciteit voor de stijgende treinen. Voor één trein omhoog is de remenergie van drie afdalende treinen nodig.

Na vijf minuten vertrekt de trein weer van station Eigerwand, om dwars door de bergwand verder te klimmen naar halte Eismeer, gelegen in de buik van de Mönch. Ook daar mogen de passagiers even de trein uit om via panoramavensters uit te kijken over de woeste ijsschotsen van een gletscher. De uitzichtspunten zijn welkome momenten tijdens de reis, die zeven van de negen kilometer door louter tunnels voert.

Vanaf station Eismeer gaat het enkele kilometers lang via een vrij vlak traject naar het eind punt, om gedurende de laatste vijfhonderd meter nog even een helling van 25 procent te maken.

Als in vier talen door de omroepinstallatie klinkt dat de Top of Europe is bereikt, kunnen de passagiers, onder wie altijd groepen Japanners voor wie vaak aparte treinwagons worden gereserveerd, uitstappen. Het uitzicht is adembenemend én oogverblindend door alle sneeuw: voor je strekt zich 27 miljard ton ijs uit, de Aletschgletscher. Met een lengte van ruim 23 kilometer is het de grootste gletscher in de Alpen. De plek is zo bijzonder dat de Zwitserse posterijen een postkantoor op de Jungfraujoch hebben neergezet, vanwaar jaarlijks ruim 100.000 ansichtkaarten worden verstuurd. Het is het hoogste postkantoor van Europa, met een eigen postcode en een eigen postzegel.

De Jungfraujoch is om meer redenen een bijzondere plek: het is een waterscheiding. Water dat ten zuiden van de bergkam terechtkomt, stroomt naar de Middellandse Zee. Wat ten noorden valt of smelt, gaat naar de Atlantische Oceaan.

Zelf heeft Adolf Guyer-Zeller, de industrieel die eind 19de eeuw de aanleg van de spoorlijn begeleidde en deels financierde, nooit op de Jungfraujoch gestaan. Hij maakte slechts de opening van het eerste station, Eigergletscher, mee. Hij overleed in 1899 aan een longontsteking.

Lees meer informatie op www.jungfraubahn.ch

    • Friederike de Raat