De muzikanten: samen sterven

De muzikanten: samen sterven

Susanne Linssen (34) violiste/zangeres van The Hospital Bombers: „Laatst was ik voor een optreden in Eindhoven en zag daar het beeld van Frits Philips, voor het station. Bij dat beeld heb ik eens, toen ik zestien was, vier uur staan wachten op mijn liefde uit België. Hij kwam niet. De hele reis terug naar Culemborg heb ik gehuild. De dagen erna zat ik ontroostbaar in mijn eentje op mijn kamer naar droevige liedjes te luisteren.

„Liefdesverdriet kan het leven ook extra mooi maken. Zo kon ik uren met een lekke band door de stad lopen, te zeer ondergedompeld in verdriet om een fietsenmaker te vinden. Die totale overgave had een prettige kant.

„Rond mijn vijfentwintigste drong tot me door dat je niet te lang in die emotie moet blijven hangen. Liedjes schrijven is de beste oplossing, dan heb je er nog iets aan. Ik geef mezelf de opdracht om in twee weken een liedje af te hebben. Dan heb ik een voldaan gevoel, en een nieuw nummer.”

Marc van der Holst (38) drummer/ songwriter van The Hospital Bombers: „Mijn muziek gaat gelijk op met mijn leven. De laatste keer dat ik liefdesverdriet had, en dat duurde vier jaar, heb ik er veel liedjes over geschreven. Slechte liedjes, dat wel. Je kunt nu eenmaal beter creëren als je afstand hebt. Muziek moet geen klaagmuur worden.

„Onze nieuwe liedjes, zoals New Car Scent en Talking Pillow Blues, noem ik protestsongs tegen liefdesverdriet. Het woord protestsong doet me denken aan de jaren zestig en dat vond ik een mooie tijd. Toen wilden muzikanten dat een tekst meer zou bieden dan vermaak of ontroering, het moest de maatschappij veranderen. Zulke nummers zal ik niet snel schrijven. Ik protesteer liever tegen persoonlijk leed dan tegen maatschappelijk onrecht. Als ik bijvoorbeeld over de neutronenbom zou schrijven, zou het alsnog in een romantische context zijn. Dat als hij valt, we dan samen mogen sterven.”

Favoriete liefdesverdrietliedjes:’Your Favorite T’ van The Lemonheads en ‘Heartbreak Hotel’ in de versies van Elvis Presley en John Cale