De bankier in vergadering kan naar Saint Paul's kijken

Alle Londense bankiers van de Rothschild-bank samen laten komen in één pand, zo luidde de opdracht aan Rem Koolhaas’ architectenbureau OMA. Nog niet eerder maakte het zo’n luxe gebouw.

Charlie_koolhaas_Rothschilds_Bank_OMA

Het is een onwaarschijnlijk stel, de traditionele Rothschild-bank en het opruiende architectenbureau OMA van Rem Koolhaas. Toch heeft de bank na een prijsvraag OMA de opdracht gegund om in de middeleeuwse City van Londen haar nieuwe hoofdkantoor ‘New Court’ te bouwen. Opdrachtgever en architect hadden elkaar, als in een slecht huwelijk, te gronde kunnen richten. Maar nu het lange en vaak pijnlijke proces van ontwerpen en bouwen tot een goed einde is gebracht, blijkt dat ze elkaar hebben geholpen, of gedwongen, over hun eigen schaduw heen te springen.

Rothschild laat hiermee zien dat het een bedrijf van deze tijd is; OMA op zijn beurt laat zich met dit uiterst zakelijke gebouw van een verrassend nieuwe kant zien. Niet alleen blijkt dat OMA, in tegenstelling tot veel van zijn andere gebouwen, wel degelijk in staat is om secuur met materialen en details om te gaan. Maar ook is hier heel goed de hernieuwde belangstelling van het bureau te zien voor de relatie tussen een nieuw gebouw en zijn historische omgeving.

„In 2005 schreef de bank een prijsvraag uit voor een nieuw hoofdkantoor”, vertelt OMA-partner Ellen van Loon. „Het bedrijf was gegroeid en verspreid geraakt over een aantal plekken in de buurt, nu moest iedereen samenkomen onder één dak.” Dit is het vierde gebouw van de bank op deze locatie sinds Nathan Rothschild zich hier in 1809 vestigde, aan de smalle middeleeuwse St Swithin’s Lane. Die is zo krap dat je als voorbijganger nauwelijks in de gaten hebt dat het gebouw van staal en glas tien verdiepingen hoog is. Het hoofdgebouw als een kubus en de drie lagere ‘annexen’ eromheen, met vergaderkamers, een sportzaal en een personeelscafé, lijken er met de schoenlepel in gewurmd.

Des te verrassender is het contrast met de open ruimte die het op straatniveau biedt. Vanaf de straat loop je langs de hoge glazen lobby, met een glinsterend gordijn van Petra Blaisse, onder het gebouw door een open plein op dat zicht biedt op een zeventiende-eeuwse kerk. Vóór de Grote Brand van 1666 in Londen waren er in de ene vierkante mijl van de City ruim honderd kerken. Ook deze St Stephen Walbrook-kerk brandde toen af en werd opnieuw opgebouwd door Sir Christopher Wren, ontwerper van Saint Paul’s Cathedral. Het ging helemaal schuil achter het vorige Rothschild-gebouw, maar is nu door OMA teruggebracht in het straatbeeld, een historische uitzondering tussen de tempels van het grote geld. De hele massa van de nieuwbouw is omhoog getild om de middeleeuwse straatpatronen en zichtlijnen te herstellen. Overigens moet de kerk anders dan zijn grote buren op de kleintjes letten: op de website wordt bezoekers aangeraden eerst even te bellen, want soms zijn er te weinig vrijwilligers om de beloofde openingstijden te kunnen waarmaken.

In ruil voor het ‘terugbrengen’ van de kerk mocht de architect een paviljoen van twee dubbelhoge verdiepingen op kolommen bovenop op het hoofdgebouw zetten, plus een laag technische installaties. Van daaruit hebben de gasten of de bestuurders die aan de 22 meter lange vergadertafel bijeen komen, een verpletterend uitzicht naar drie kanten over de stad en op Wrens meesterwerk, St Paul’s.

OMA mocht de representatieve ruimten inrichten – vergaderen, maar zeker ook eten en entertainen – en daar zijn kosten noch moeite bij gespaard. „Wij wilden dat heel graag”, zegt Van Loon, „want net zoals met de kerk van St Stephen Walbrook zijn de interieurs de brug tussen de geschiedenis en de hedendaagse architectuur.” De vergaderkamers hebben deuren zo dik als kluisdeuren, en wanden van glas dat met een druk op de knop melkachtig of helemaal ondoorzichtig kan worden. De vergaderkamers zijn met antieke meubels ingericht en met oude schilderijen uit de bedrijfsarchieven, waaronder één van ‘King of Holland Willem I’; op andere zijn Nathan Rothschild met vrouw en kinderen enorm uitvergroot op zijden behang. Andere wanden zijn bekleed met wat zij ‘metalen behang’ noemt, aluminium waarin gestileerde afbeeldingen zijn geëtst van lambriseringen. Voor de schuifpanelen in het sky pavilion heeft het Textielmuseum in Tilburg grote hoeveelheden kleden geweven. „We hebben nooit eerder zoiets luxe gemaakt”, zegt Ellen van Loon. „De ruige uitvoering van bijvoorbeeld de Casa de Musica in Porto werd hier niet geaccepteerd. We moesten helemaal vanaf nul beginnen.”

Op de Architectuurbiënnale in Venetië in 2010 organiseerde OMA een tentoonstelling in twee zalen met de naam ‘Cronocaos’, over onze paradoxale verhouding tot erfgoed en monumenten. In de ene zaal liet die met een reeks indringende voorbeelden zien hoe we steeds grotere delen van onze omgeving laten verstenen door ze in reservaat van het behoud op te sluiten.

Tegelijkertijd toonde de expositie in de andere zaal een hele reeks projecten uit het werk van OMA waarin het behoud van het bestaande een sleutelrol speelde. In Londen lijkt die spagaat opgelost: op straatniveau en in de vergaderkamers staat alles ten dienste van geschiedenis en context, daartussen zoekt al het nieuwe zich een weg.

    • Tracy Metz