Chinese tv weert buitenlandse series

De Chinese autoriteiten willen een einde maken de „audiovisuele heroïne’’ die het land binnenkomt in de vorm van buitenlandse tv. De directies van de staatstelevisie en de talrijke regionale tv-stations hebben opdracht gekregen om tussen zeven en tien uur ’s avonds geen buitenlandse series, spelletjes en muziekshows meer uit te zenden.

Buitenlandse producties – vooral series en shows uit Taiwan, Zuid-Korea en de VS – worden door de partijleiders gezien als te vulgair, te gewelddadig en ongeschikt voor Chinese kinderen en jongeren. In het algemeen worden buitenlandse producties ongeschikt geacht om de socialistische beginselen te versterken.

Vooral shows met Zuid-Koreaanse en Taiwanese jongens- en meisjesbands, waarin veel bloot voorkomt en suggestief wordt gedanst, moeten van de Chinese buis af. CCTV, de Chinese staatstelevisie, onthoudt zich al van het programmeren van dit genre, maar regionale en lokale zenders vullen de avonduren graag met materiaal van buitenlandse makelij. Zij zijn, in tegenstelling tot de gesubsidieerde CCTV, afhankelijk van adverteerders en kijkcijfers. Hoe verder weg van Peking, hoe vrijer de tv-zenders zijn om een jonger publiek te trekken. Voor jongeren is de staats-tv met haar oorlogsseries en culturele drama’s vaak onverteerbaar.

Vanaf nu mogen buitenlandse politie- en dramaseries niet meer dan vijftig afleveringen tellen en mag nooit meer dan 25 procent van de dagelijkse zendtijd worden besteed aan entertainment.

Ook series en shows waarin rijkdom breed wordt uitgemeten, moeten worden beperkt „in deze fase van de economische ontwikkeling”. In China wordt steeds luider geklaagd over de groeiende kloof tussen arm en rijk. Series met dure auto’s en dure huizen zouden de frustraties over de inkomenskloof vergroten.

Of de nieuwe decreten uitsluitend ideologisch gemotiveerd zijn, is de vraag. Uit een verklaring van het ministerie voor Technologie en Informatie blijkt ook dat „het beschermen van binnenlandse culturele producten” een doel is. Het gaat dus ook om het beschermen van Chinese productiemaatschappijen ten opzichte van buitenlandse concurrentie. China werkt al jaren aan de opbouw van een eigen televisie- en filmindustrie.

    • Oscar Garschagen