China geeft veel meer uit aan defensie dan het zegt

Het defensiebudget van China groeit veel sneller dan officieel door de autoriteiten wordt meegedeeld en zal gerekend vanaf 2011 in 2015 verdubbeld zijn, naar 238 miljard dollar. Dat zeggen het Britse onderzoeksinstituut IHS Global Insight en het defensietijdschrift Jane’s Defence Weekly in een vandaag gepubliceerde analyse van de uitgaven en de opbouw van de Chinese strijdkrachten.

IHS en Jane’s publiceren het onderzoek op een moment dat de Chinese vicepresident Xi Jinping in zijn rol van vicevoorzitter van de Militaire Commissie ontvangen wordt op het Pentagon. President Obama, die de toekomstige leider van China vandaag spreekt, presenteerde gisteren forse bezuinigingen op de Amerikaanse defensiebegroting.

Hoewel China het tempo van de uitgaven fors opvoert, blijven de VS ook vanaf 2015 drie maal zo veel uitgeven als China dit jaar. De VS blijft militair onaantastbaar, ook voor China. Toch maken Amerikaanse en Aziatische buurlanden zich steeds meer zorgen over China’s investeringen in de strijdkrachten, die het tempo van de economische groei overtreffen.

De Chinese defensieuitgaven gaan vooral naar de modernisering van de luchtmacht, met nieuwe generaties gevechtsvliegtuigen, en naar de marine die wil kunnen beschikken over één of meerdere vliegdekschepen.

Volgens IHS/Jane’s Defence Weekly bedraagt het Chinese defensiebudget op dit moment al 120 miljard dollar, bijna 30 miljard dollar meer dan de officiële opgave van de Chinese autoriteiten die spreken over 91 miljard dollar. Jane’s zegt ook dat vanaf dit jaar het defensiebudget ieder jaar met 18 procent per jaar zal groeien en dat is aanzienlijk meer dan het officiële groeicijfer van rond de 10 procent.

De verschillen tussen de berekeningen van Jane’s en het Chinese ministerie van Defensie verklaart het Londense instituut met het argument dat Peking sommige uitgaven aan het ruimtevaartprogramma niet meerekent en Jane’s dat wel doet omdat het ruimtevaartprogramma ook een duidelijk militair karakter heeft.

De voortdurend groeiende Chinese uitgaven zorgen vooral in Zuidoost-Azië voor veel onrust en argwaan. De Chinese claims op de olie- en gasrijke eilandengroepen in de Zuid-Chinese Zee en op Taiwan zijn bronnen van spanning.

China wil bovendien in staat zijn in de toekomst de strategische aanvoerlijnen voor olie en andere grondstoffen naar het Midden-Oosten en Afrika te beveiligen als dat noodzakelijk wordt geacht. Overigens ontkent China agressieve bedoelingen te hebben. Als voorbeeld van goede wil wordt altijd de Chinese deelname aan de internationale marinemacht genoemd die koopvaardijschepen beschermt tegen Somalische piraten.

Aziatische buren leggen deze deelname echter uit als een vertoon van macht en als gevolg daarvan is er in Azië een wapenrace ontstaan. „In deze Aziatische wapenrace ligt China heel duidelijk op kop en spendeert meer dan Japan, India, Zuid-Korea en Taiwan samen”, aldus Paul Burton, opsteller van het onderzoek naar de Chinese militaire bestedingen.

Volgens IHS/Jane’s stijgen de meeste defensiebudgetten in Azië, het Midden-Oosten meegerekend, met meer dan 8 procent. De uitgaven in Vietnam bijvoorbeeld stijgen met 9 procent en in India met bijna 7 procent. In deze landen houdt de groei van defensie-uitgaven gelijke tred met de groei van de economieën. „Overheden hebben daardoor geen geldgebrek en omdat zij zich onzeker voelen over China geven zij veel uit aan nieuw materieel”, aldus Burton.

Landen als Zuid-Korea, Japan en Taiwan zijn van plan op de grootste Aziatische luchtshow, volgende week in Singapore, voor meer dan 114 miljard dollar aan bestellingen te plaatsen bij de makers van gevechtsvliegtuigen, waaronder Saab AB. Ook het kwakkelende Eurofighter hoopt op grote Aziatische orders.