Brieven

Voor euthanasie demente is instemming niet relevant

Mag een SCEN-arts (Steun en Consultatie bij Euthanasie in Nederland) bij een demente patiënt die kennelijk ongelukkig is, toestemming geven voor euthanasie?

Allereerst moet deze patiënt langdurig en meermalen consequent hebben uitgesproken dat beginnende dementie, die leidt tot een mensonwaardige toestand, voor hem een absolute reden is om dan zijn leven te beëindigen. Een mens kan, zonder dat hij zich dat bewust is, in een toestand van gevorderde dementie geraken. Dementie betekent een onomkeerbare organische hersenbeschadiging. Hierdoor herinnert zo’n patiënt zich niet meer dat hij het niet zo ver had willen laten komen. Ook wordt het oordeelsvermogen aangetast. De patiënt is niet langer toerekeningsvatbaar en wordt wilsonbekwaam.

Mag je van zo’n patiënt, die door hersenbeschadiging niet meer als een volwaardig mens is te beschouwen, verwachten dat hij nog in staat is om in te stemmen met euthanasie? Als de demente in een dergelijke omstandigheid kennelijk ongelukkig is, is het al of niet instemmen met euthanasie niet langer relevant voor het besluit tot levensbeëindiging.

H.W.H. Weeda

Leiden

Demente niet doden is mensonterend

De auteurs van de artikelen ‘Geen euthanasie bij een demente die zich bedenkt’ en ‘Demente bedenkt zich? Dan is het moord’ (Opinie, 10 februari) baseren zich op een merkwaardige redenering om tot de slotsom te komen dat euthanasie in de beschreven casus niet toelaatbaar is.

Zij hechten meer waarde aan een uitlating van de in staat van dementie verkerende mens dan aan de vrijwillige wilsverklaring die in een eerdere status van volledige toerekeningsvatbaarheid is afgelegd door diezelfde persoon. Iemand in verregaande staat van dementie weet niet meer wat hij of zij zegt. Hoe kun je een dergelijke uitlating dan zo zwaar laten wegen?

De auteurs van het eerstgenoemde artikel noemen een horrorscenario voor mensen die euthanasie wensen in het zicht van dementie. Zij stellen als „bittere les” dat je dan maar eerder uit het leven moet stappen. Is dit juist geen mensonterende consequentie van hun standpunt?

C.M.F.M. Kuijpers

Roosendaal

Is een meldpunt tegen botte Nederlanders nodig?

In de voorbije jaren heb ik in diverse landen gewoond. Als mensen onaardige dingen over Nederland zeggen, merk ik irritatie bij mijzelf, hoe Europees ik mij ook denk te voelen. Zeker nu Nederland in Europa wat minder gunstige berichtgeving krijgt dan ik gewend was, komt dit redelijk vaak voor. Het gaat vaak om de manier waarop landen de les wordt gelezen. Als Nederland ooit in de problemen komt, zullen vast nog wel wat landen een helpende hand uitsteken, maar steeds minder.

Toen ik in Krakau woonde, klaagde een kennis uit het Verenigd Koninkrijk over Polen die daar soms wel erg dronken waren en met ontbloot bovenlichaam rondliepen. Ik moest erom lachen. Vlak daarvoor hadden enkele Polen mij immers verteld hoe zij zich ergerden aan die Britten, die toch zo onbeschoft zijn om te moonen op het centrale plein in Krakau. Ook spuiden zij hun ergernissen over toeristen, die minder vaak opstaan voor ouderen in het openbaar vervoer, en over Nederlandse kennissen die hun schoenen niet uittrekken voordat ze hun huis binnenkomen.

Wat als er berichten verschijnen over een soortgelijk meldpunt van een grote politieke partij in een land waar veel Nederlanders wonen – een meldpunt waar mensen kunnen schrijven over de onbeschoftheid, oppervlakkigheid, viezigheid en botheid van Nederlanders. Zou er een populistische reactie kunnen ontstaan tegen dat land?

Hopelijk zijn de Oost-Europeanen inderdaad intellectueel superieur en minder oppervlakkig, en besluiten ze niet en masse Nederland te boycotten. Als alle Oost-Europeanen hun geld van de ING weghalen, geen Heineken meer drinken en geen bloemen uit Nederland meer kopen, zou je als PVV-stemmer zomaar ineens naar Polen moeten om een redelijk inkomen te krijgen.

Hans Dubois

Dublin