Actieve rechters verlammen Pakistaanse regering

Nieuwsanalyse

Het Hooggerechtshof van Pakistan klaagt premier Gilani aan. Het activisme van het Hof kan een bedreiging zijn voor de democratie.

Aan regeren komt de Pakistaanse regering de laatste maanden nauwelijks toe: steeds moet ze zich verdedigen tegen nieuwe aanklachten van het Hooggerechtshof. Tot ergernis van onder meer de Amerikanen, die liever zien dat de regering van premier Yusuf Raza Gilani de handen vrij heeft om te werken aan verbetering van de gespannen betrekkingen met de VS.

Maar de hoogste rechters van Pakistan hebben andere prioriteiten. Gisteren bereikte het activisme van president van het Hof Iftikhar Chaudhry en zijn collega’s een nieuwe climax. In Islamabad werd premier Gilani formeel in staat van beschuldiging gesteld wegens minachting van de rechterlijke macht. Het kan hem een half jaar cel en zijn baan kosten.

Het Hof verwijt de premier dat hij weigert de Zwitserse autoriteiten op te roepen tot heropening van een zaak tegen president Asif Ali Zardari, die wordt verdacht van het wegsluizen van uit corruptie verkregen geld naar Zwitserse bankrekeningen. Volgens Gilani is dat zinloos, omdat Zardari, een partijgenoot, als president toch immuun is voor vervolging.

Daar bleef het niet bij. In een andere zaal pakten rechters van het Hof gelijktijdig het militaire establishment aan, dat altijd straffeloos te werk kon gaan. Medewerkers van de machtige militaire inlichtingendienst ISI toonden op last van het Hof zeven mannen, die sinds 2010 worden vastgehouden. Dit hoewel ze allang waren vrijgesproken van aanslagen op militaire installaties.

Het zevental was er slecht aan toe. Verscheidene van hen hinkten en een man droeg een zak bij zich voor zijn urine. Hun advocaat betoogde dat ze in militaire hechtenis langzaam de hongerdood dreigden te sterven. „Ze kregen niet goed te eten of zelfs maar water om te drinken of hun handen te wassen. Daarom begaf de nierfunctie het bij een van hen”, zei hij. Het Hof gelastte een medische behandeling voor de mannen en verlangde voor 1 maart tekst en uitleg van de ISI. Het lot van vier metgezellen van de zeven was overigens nog treuriger. Zij overleefden hun verblijf bij de ISI niet.

Weliswaar moet nog worden afgewacht of het Hof durft door te bijten tegen de militairen, maar niet eerder zijn die ter verantwoording geroepen voor wandaden. Vooral voor de honderden Pakistanen die al jaren zonder vorm van proces vastzitten, biedt deze ontwikkeling enige hoop.

Daarmee zou president van het Hof Chaudhry alsnog aan de verwachtingen voldoen, die velen van hem hadden na zijn succesvolle verzet tegen zijn afzetting als rechter door de militaire dictator, generaal Pervez Musharraf, in 2007. Chaudhry wist een ware volksbeweging te ontketenen tegen het besluit van de toen al impopulaire militaire leider. Honderdduizenden deden eraan mee en het luidde de val in van Musharraf. De nieuwe president Zardari herstelde hem in zijn functie.

Critici van Chaudry en het Hof verweten hem echter nadien toch vooral zijn oren naar de wensen van de generaals te hebben laten hangen. Zo besloot het Hof eind vorig jaar tot een onderzoek naar ‘memogate’. Deze zaak draaide om een Pakistaanse ambassadeur in Washington, Husain Haqqani, die vorig voorjaar een memorandum zou hebben verzonden, waarin hij de Verenigde Staten om hulp vroeg tegen een eventuele militaire staatsgreep. Het memo lekte uit en Haqqani nam ontslag. De Pakistaanse legertop vond dat zijn reputatie was geschaad en eiste een onderzoek door het Hooggerechtshof. Dit loopt nog.

Het jongste conflict met de regering lijkt een zinloze machtsstrijd. Gilani zou zich veel moeilijkheden kunnen besparen door alsnog een brief naar Zwitserland te sturen. Voor Zardari zou dat weinig uitmaken, maar de premier weigert dat.

Ook buiten de regering is niet iedereen gelukkig met het activisme van het Hof. Politiek analist Hasan Askari Rizvi wees erop dat weer een niet gekozen instelling, nu eens niet het leger maar het Hooggerechtshof, gekozen politici de wet voorschrijft. „Dit is geen goed nieuws voor de democratie”, zei hij.

    • Floris van Straaten