Zwanenzang van het Franse huis voor schrijvers uit de Pays Bas

Tientallen Nederlandse schrijvers gaven de afgelopen jaren acte de présence in het Institut Néerlandais in Parijs. „We toonden onze cultuur door dwars te zijn.”

Adriaan van Dis, schrijver

„Een instelling als het Institut Néerlandais kan alleen bestaan bij gratie van autonomie. De relatie met de ambassade in Parijs is altijd lastig geweest, maar in de jaren dat Henk Pröpper en later Rudi Wester er zaten werd het debat, de controverse, niet geschuwd. In herinner me een heerlijke avond over het koloniale verleden van Nederland en Frankrijk. De houding was: compare and contrast. Tientallen mensen moesten worden geweigerd, er kwamen bedreigingen binnen. We toonden onze cultuur door dwars te zijn. Sinds Jeanne Wikler er directeur is zijn de scherpe kantjes verdwenen. Ze is geschoold in de diplomatieke wereld en bang om zich aan koud water te branden. Na het beknibbelen op de dwarsheid volgt nu het geld. Uit de aangekondigde bezuinigingen spreekt cultuurhaat en intense domheid. Want het was helemaal geen linkse hobby: Fransen van grote bedrijven kwamen bij het Institut om Nederlands leren.”

Tomas Lieske, schrijver

„Muziek of beeldende kunst zijn vrij gemakkelijk aan de man te brengen, maar door een enorm adressenbestand op te bouwen is het Institut er in de loop der jaren behoorlijk goed in geslaagd om de Nederlandse literatuur in Parijs aan de man te brengen. Met moeilijke dingen als literatuur hebben ze volle zalen weten te trekken.

„Toen ik er een keer voorlas zat de zaal tot mijn stomme verbazing stampvol. En dat voor een in Frankrijk onbekende schrijver. Niet dat daar iets enorm bijzonders is gebeurd hoor, dat ik een staande ovatie kreeg na de lezing. Maar het was bijzonder om in Parijs uit eigen werk voor te mogen lezen.”

Abdelkader Benali, schrijver

„De enige manier waarop Nederland zich internationaal kan manifesteren is door middel van cultuur. Zonder instellingen als het Institut Néerlandais is Nederland het suffertje dat staken in wielen steekt. Het Institut Néerlandais is altijd een goede voedingsbodem geweest voor discussie, met een prachtig netwerk op een geweldige locatie. De instelling is goed voor de internationale uitstraling van Nederland.”

Joke J. Hermsen, schrijver/filosoof

„In de schitterende bibliotheek van het Institut heb ik vrijwel alle hoofdstukken van mijn roman De liefde dus geschreven heb. Mijn mooiste herinnering betreft een literaire avond, waar de Franse vertaling werd gepresenteerd die ik samen met Henk van der Waal en twee Franse schrijvers van Armando’s dichtbundel Het gevecht maakten. De zaal zat bomvol Franse literatuurliefhebbers en Armando keek bijzonder vergenoegd om zich heen. Armando las zijn gedichten in het Nederlands voor, waarna ik de Franse vertaling wat aarzelend voordroeg. Telkens verscheen een grote grijns op zijn gezicht: ‘In het Frans klinkt het ook niet slecht, he?’ Na afloop was er een interview met de Franse radio, die de week erop een lange uitzending aan Le Combat wijdde, met de intellectuele hartstocht die Franse critici zo typeert.”

Erik Lindner, dichter

„Het is sinds 1960 een traditie van niet-Franse instituten in Parijs auteurs de gelegenheid te geven hun werk voor te dragen. Nederlandse dichters hebben dat ook gedaan. Maar terwijl het gebruikelijk was hen pas uit te nodigen als hun werk vertaald was, heeft het Institut juist niet-vertaalde Nederlandse dichters uitgenodigd in de hoop dat hun bezoek zou uitmonden in een Franse vertaling. Daardoor verschijnt bijvoorbeeld het experimentele dichtwerk van F. van Dixhoorn in 2013 in Franse vertaling.”