Zwanenzang van het Franse huis voor schrijvers uit de Pays Bas

In het Institut Néerlandais in Parijs traden vele kunstenaars en vooral Nederlandse schrijvers tientallen jaren op om kennis te maken met een dankbaar publiek. Door bezuinigingen dreigt aan de literaire activiteiten een eind te komen.

Époustouflant! Verbijsterend. Het was het favoriete Franse woord van Hella S. Haasse, zegt Philippe Noble op een literaire avond in het Institut Néerlandais in Parijs. Noble is verantwoordelijk voor de Nederlandse literatuur bij de Franse uitgeverij Actes Sud, aanleiding voor deze bijeenkomst is de verschijning van La Chasse aux étoiles, de Franse vertaling van Sterrenjacht, het boek dat Haasse in de jaren vijftig schreef en dat aanvankelijk als feuilleton verscheen in Het Parool.

Noble vindt het werk époustouflant… Hij proeft het woord nog eens. De volle zaal gniffelt, dankbaar om de zoveelste anekdote uit het leven van de vorig jaar overleden schrijfster. Het is het perfecte slot van wat een beetje lijkt op een vrolijke begrafenisdienst: melancholiek, dankbaar voor al het moois dat is geweest, bedroefd om de vrees voor een toekomst zonder.

Haasse zelf zou het misschien ook époustouflant hebben gevonden. Ze kende het Institut aan de Rue de Lille, in de schaduw van de Assemblée Nationale op de linkeroever van de Seine, goed genoeg om te weten hoe bijzonder de sfeer er kan zijn. Maar door bezuinigingen dreigen de literatuurbijeenkomsten te verdwijnen. Misschien was dit wel de allerlaatste keer.

Het Institut Néerlandais werd bekend en geliefd om de tentoonstellingen met werk uit de collectie van de Fondation Custodia, waarin de kunstverzameling van wijlen Frits Lugt is ondergebracht. Lugt richtte in 1957 het Institut Néerlandais op, naar het voorbeeld van het Maison Descartes in Amsterdam. Zijn indrukwekkende kunstverzameling is ondertussen flink uitgebreid en de exposities, met werk van bijvoorbeeld Rembrandt, blijven een belangrijke pijler van het Institut. En de grote kunstbibliotheek blijft bestaan. Maar gaandeweg zijn ook de literaire avonden van het Institut een begrip geworden in Parijs. De grootste Nederlandse schrijvers hebben er de afgelopen decennia opgetreden, het publiek was talrijk en dankbaar.

Het is op deze ijskoude vrijdagavond niet anders. Met pakweg honderdvijftig zijn ze. Nederlanders, Vlamingen, Fransen, en een Macedonische die letteren studeert. Jong en oud. Met de vrouwen in de meerderheid, maar dat is niet uitzonderlijk voor literaire bijeenkomsten. Wie zich niet heeft aangemeld moet op een houten bankje net buiten de zaal geduld oefenen. Uiteindelijk blijft er geen stoel onbezet.

„Het is natuurlijk doodzonde als deze avonden zouden verdwijnen. Ronduit onbegrijpelijk”, zegt Kees Snoek, docent Nederlandse literatuur aan de Sorbonne in Parijs. Hij zag de Nederlandstalige literatuur de afgelopen jaren populairder worden in Frankrijk. Niet alleen Haasse, van wie 23 boeken in het Frans verschenen, maar ook bijvoorbeeld van Anna Enquist. „Fransen houden wel van die literatuur vol historische verwijzingen. Maar ook Abdelkader Benali of Tom Lanoye worden mooi vertaald en goed gelezen.”

Snoek roemt de sfeer tijdens de literaire avonden in het statige pand. Ongedwongen. Warm. Het zijn enkele adjectieven die ook opborrelen als bij andere aanwezigen wordt gepolst naar wat deze avonden zo bijzonder maakt. „Als Adriaan van Dis, Cees Nooteboom of Oek de Jong in Nederland een lezing geven, bestaat er vaak een grotere afstand. Op het Institut voelde ik de vrijheid om op mensen af te stappen”, zegt Claire Polders. De Nederlandse schrijfster woont al tien jaar in Parijs en was een trouw bezoeker van de avonden. „Ik zou het zeker missen. Maar ik hoop dat we, met mensen die het gemis ook zullen ervaren, een alternatief kunnen vinden”, zegt Polders.

Lizzy Bans Nobre, waarnemend directeur van het Institut, benadrukt dat de definitieve beslissing nog niet is genomen. Ze verduidelijkt dat er op last van Buitenlandse Zaken 10 procent moet worden bezuinigd, ongeveer 200.000 euro per jaar. „De Raad van Toezicht en de personeelsvertegenwoordiging bekijken nu hoe dat moet. We zitten volop in dat proces.”

Maar toch is er grote onrust onder het personeel. Nadat eerder al de poot ‘maatschappelijk debat’ de facto werd afgeschaft, staat in het beleidsplan voor 2012 dat ‘literatuur’ in de loop van het jaar wordt „afgebouwd”. Voorlopig staan er geen literaire activiteiten meer gepland. Ook wordt gevreesd voor het afschaffen van de taalcursussen, die wekelijks door 250 volwassenen en 80 kinderen worden gevolgd.

„Natuurlijk zou het verschrikkelijk zijn als de avonden verdwijnen”, zegt de literaire critica Margot Dijkgraaf, die op deze avond spreekt over haar lange gesprekken met Haasse . „Dit hoort samen met de exposities tot de traditie en de missie van het Institut. Ik snap dat er moet bezuinigd worden. Maar je kunt één van die twee niet zomaar opgeven. Dat is geen verstandige keuze”, zegt ze. Dijkgraaf is ook directeur van het academisch-cultureel centrum Spui25. Ze meent dat dringend moet worden nagedacht over een „breder internationaal cultuurbeleid met een eigen smoel”. Over cultureel ondernemerschap. Over verbanden met wetenschap, bedrijfsleven, universiteiten, andere instellingen. Aan dat debat wil ze best haar steentje bijdragen. „Binnen zo’n breder beleid neemt het Institut dan sowieso een eigen plaats in.”

Ook Kees Snoek hoopt uiteraard dat de beslissing nog niet definitief is, dat een en ander nog kan worden teruggedraaid. Hij betreurt het zeer dat de debatten al zijn gesneuveld. „Ook daar was veel belangstelling voor. Na de moord op Theo van Gogh was hier een ongemeen boeiend debat met Nederlandse en Franse deskundigen. In het verenigd Europa hebben we juist dat soort nieuwe vensters nodig, ook vensters op het verleden. Het is eeuwig zonde als Nederland net nu gaat provincialiseren en zich gaat opsluiten. Zag je in de documentaire hoe mooi Haasse zich kon opwinden over zulke kortzichtige politiek? In 2004 al! Ik hoop dat het niet al te symbolisch was voor deze avond, maar ik vrees het wel. Maar ja, ik begrijp ook niets van dat hele Rutte-regime. Met een joviale glimlach wordt alles vernietigd.”

    • Dirk Vandenberghe