Zuurkool met oesters, een politieke toekomstvisie

Speelsheid staat niet in hoog aanzien bij denkers over de internationale betrekkingen. Ten onrechte.

De Duitse socioloog Ulrich Beck is een uitzondering. In Le Monde schreef hij onlangs een vrolijk pleidooi voor een fusie tussen Duitsland en Frankrijk. Het nieuwe land zou de République française d’Allemagne moeten heten.

Natuurlijk, erkent Beck, kan je meteen roepen: onzin, ondenkbaar dat zoiets er ooit van komt! Die twee zijn te verschillend. Zuurkool met oesters, een onmogelijke combinatie.

Maar je kan ook zeggen: wat een geestig en onverwacht plan. Was de val van de Muur niet ook ondenkbaar – tot het gebeurde? En 9/11? Of dat Amerika een zwarte president zou kiezen? Dat de grote banken, steunpilaren van onze vrije markt, met miljarden aan staatsteun overeind gehouden moesten worden – allemaal ondenkbaar, toch?

En dus ontvouwt Beck zijn ondenkbare voorstel. Duitsland overtuigt Frankrijk z’n kernenergie en atoombom op te geven. In ruil daarvoor verlagen de Duitsers de maximumsnelheid op de Autobahn. Om de integratie te helpen krijgen gemengde Frans-Duitse stellen belastingvrijstelling. En als de rest van de EU moord en brand schreeuwt vanwege de overmacht van de Frans-Duitse moloch? Dan halen we toch gewoon Turkije erbij als tegenwicht?

Beck presenteert zijn schets voor Frans-Duitsland met een stevige knipoog. Het gaat hem er vooral om de vanzelfsprekendheid van een aantal heersende ideeën onderuit te halen. Zoals wat hij de ‘nationalistische leugen’ noemt, het idee dat we in Europa nog altijd kunnen terugvallen op de nationale soevereiniteit als beste bescherming voor de karakteristieke verschillen tussen landen. Terwijl al lang duidelijk is dat nationalisme in deze tijd vooral schadelijk is voor de nationale belangen.

In vrijwel alle grote kwesties in de wereld, van handel en economie tot het klimaat, defensie, voedselveiligheid en migratie, schieten nationale antwoorden schromelijk te kort. De uitdaging is juist te zorgen dat nationale belangen, identiteiten en verschillen een plaats krijgen in het grote Europese verband. Dat de zuurkool en de oesters bij de fusie niet ten onder gaan, maar juist als bijzondere smaken worden gekoesterd.

En wat betreft de angst voor de dominantie van een Frans-Duitse combinatie? Als je Merkel en Sarkozy aan de gang ziet weet je dat de twee landen echt niet hoeven te fuseren om in Europa de macht te grijpen – die hebben ze al.

Een intellectueel als Beck kan vastgeroeste ideeën bestrijden met een speelse gedachteoefening. Politieke leiders doen er ook goed aan zo nu en dan het ondenkbare te denken – en zij kunnen hun dwarse ideeën meteen in de praktijk brengen.

Volgende week is het veertig jaar geleden dat de communistenvreter Richard Nixon het ondenkbare deed door als Amerikaans president het communistische China van Mao te bezoeken. Het was een strategische wending in het Amerikaanse beleid met grote historische gevolgen – voor de VS, voor China en voor de hele wereld. Maar in de jaren zeventig was het een hoogst verrassende en gewaagde stap.

Het is voor politieke leiders altijd moeilijk verder te kijken dan de grote kwesties van het moment. Nixon had de Vietnamoorlog en het Watergateschandaal, nu zijn er de schuldencrisis en het Midden-Oosten. Maar lastig of niet, regeringen die zich niet wagen aan een visie op de lange termijn (per definitie moeilijk voorstelbaar) verzaken hun plicht.

Kunnen Europa en het Westen het zich bijvoorbeeld veroorloven dat het dynamische Turkije zich steeds meer afwendt? Nee, en een stevig gebaar zou dat kunnen benadrukken. Dit jaar wordt het 400-jarig bestaan gevierd van de diplomatieke banden tussen Nederland en Turkije. De PVV is daar niet blij mee, maar premier Rutte kan die viering aangrijpen om de banden van Nederland en Europa met Turkije stevig aan te halen. In ons belang. Erwtensoep met köfte gaat prima samen.

    • Juurd Eijsvoogel