'Zonne-energie is waarschijnlijk rond 2040 een rendabel alternatief'

Reinier kist

Nederland, Groesbeek, 29-5-2010 Zonnepanelen op het dak van een boerderij die juist over de grens staat in Wyler, Duitsland. Foto: Flip Franssen

De aanleiding

Op 17 december verscheen bij NRC Weekend de advertentiebijlage ‘Future Energy’ van olieconcern Shell. De bijlage geeft een overzicht van de wereldwijde energieproductie en gaat in op de vraag hoe we in de toekomst aan de snel groeiende vraag naar energie kunnen voldoen. In het artikel over zonne-energie staat: „Met behulp van nieuwe technologieën en door stijgende prijzen van fossiele brandstoffen zal zonne-energie naar verwachting rond 2040 een rendabel alternatief zijn.” Anderhalve maand later maakt het NOS Journaal een item waarin het lijkt of zonne-energie nu al meer dan rendabel is: „Zonnepanelen goedkoper dan reguliere stroom”, stelt het Journaal bij monde van Stichting Natuur en Milieu.

Mogelijke interpretaties

Shell schrijft in de bijlage niet voor wie zonne-energie in 2040 een rendabel alternatief kan zijn. Voor Shell of voor de consument? Juist dat onderscheid maakt een wereld van verschil.

Ewald Breunesse, manager Energy Transitions bij Shell, laat desgevraagd weten dat Shell heeft gerekend met de kostprijs voor het opwekken van elektriciteit. Ook zegt hij dat Shell onder ‘rendabel’ verstaat dat „zonne-energie op zeer grote schaal concurrerend is met de fossiele energiebronnen”.

Uit het item in het Journaal en persberichten van Stichting Natuur en Milieu blijkt dat zij uitgaan van de consumentenprijs voor elektriciteit. De prijs die huishoudens dus betalen voor hun elektriciteit. Die ligt vele malen hoger dan de kostprijs waar Shell zijn berekening op baseert.

En, klopt het?

Zoals elke voorspelling, is die van Shell over de prijsontwikkelingen op de energiemarkt niet te controleren. Niemand kan met zekerheid zeggen hoeveel we in 2040 betalen voor olie, gas of zonne-energie. Maar omdat er zo enorm veel geld en belangen mee zijn gemoeid worden er jaarlijks toch talloze rapporten geschreven die een voorspelling doen over wat energie in de toekomst gaat kosten.

Dat zonne-energie pas over decennia kan concurreren met de kostprijs van elektriciteit uit fossiele brandstoffen, is onder experts een breed gedeelde mening. De meeste scenario’s gaan ervan uit dat de prijsdaling van zonne-energie van de afgelopen jaren zal doorzetten, door technische ontwikkelingen en schaalvergroting. De prijs van fossiele brandstoffen zal juist omhoog gaan, omdat olie en gas door de groeiende vraag naar energie steeds schaarser worden en de milieubelastingen op CO2-uitstoot stijgen.

Zo voorspelde de European Climate Foundation, een denktank voor klimaatbeleid, in een in november 2011 gepubliceerd rapport dat het grootschalig opwekken van zonne-energie in 2030 even duur is als energie uit fossiele brandstoffen. Maar om dat te bereiken moet Europa niet alleen nu extra investeren in duurzame energie, maar ook CO2-uitstoot veel zwaarder gaan belasten: het rapport gaat ervan uit dat als Europa zich aan de eigen milieudoelstelling houdt de prijs voor een ton CO2 in 2020 zal stijgen naar 38 euro en in 2030 naar 85 euro. Dat is een optimistisch scenario, als je bedenkt dat de Europese markt voor emissierechten in 2011 nog het laagste punt ooit bereikte: 7,80 euro per ton CO2. De schatting van Shell is dus niet onredelijk, maar wel conservatief.

Daar staat tegenover dat zonne-energie op de consumentenmarkt nu al kan concurreren met energie uit fossiele brandstoffen. Dit zogenoemde grid parity-punt is vorig jaar bereikt. Nederlandse huishoudens betalen voor elektriciteit van het reguliere stroomnet zo’n 25 eurocent per kilowattuur. Een compleet geïnstalleerd zonne-energiesysteem dat onder normale omstandigheden in Nederland 15.000 kilowattuur (kWh) in dertig jaar produceert, kost nu tussen de 3.000 en 4.000 euro. Met rente en aflossing komt de prijs van zonne-energie uit op ongeveer 21 cent per kilowattuur. Onverwachte kosten zijn zo goed als uitgesloten, omdat verreweg de meeste zonnepanelen een garantie hebben van ten minste 25 jaar. De hoge instapkosten zijn voor veel mensen echter een reden om niet over te gaan op zonnepanelen.

Hoe moet het verschil tussen kost- en consumentenprijs van energie worden verklaard? Allereerst wordt er in Nederland relatief veel energiebelasting geheven op kleinverbruikers: 60 procent van de stroomprijs voor consumenten bestaat momenteel uit energiebelasting en btw. Daarnaast komen er nog andere zaken bovenop de kostprijs, zoals transport en de marges voor de energiecentrale en leverancier. Grootverbruikers betalen in Nederland veel minder belasting. Zo berekende de adviesbureaus Ecofys en CE Delft dat kleinverbruikers (consumenten) in 2010 per eenheid energie zo’n 2,8 miljard euro meer betaalden dan de werkelijke kosten van energie, maar dat grootverbruikers juist 1,8 miljard euro te weinig betaalden.

Belastingen zijn ook een belangrijke reden dat zonne-energie nu al rendabel is voor consumenten: over stroom die wordt opgewekt met zonnepanelen en wordt terug geleverd aan het elektriciteitsnet hoeven huishoudens in Nederland tot 5000 kWh per jaar geen energiebelasting en btw te betalen.

Conclusie

Als het gaat om de kostprijs voor producenten dan is zonne-energie volgens de meest betrouwbare schattingen inderdaad pas over enkele decennia een rendabel alternatief – 2040 valt daarbij wel in de categorie ‘conservatieve schatting’.

In de berichtgeving van Natuur en Milieu wordt duidelijk vermeld dat hun stelling alleen opgaat voor consumenten. Maar Shell laat in het midden op wie de stelling van toepassing is. De lezer wordt daardoor op het verkeerde been gezet: de suggestie is dat zonne-energie pas in 2040 rendabel zou zijn voor ieder van ons.

Maar de prijs voor consumenten (21 cent per kilowattuur) kan nu al ruimschoots concurreren met elektriciteit uit het stroomnet (25 cent per kilowattuur). Dat laat Shell in het artikel achterwege. In die zin is de voorspelling van Shell misleidend. Op grond hiervan beoordelen wij de stelling dat ‘zonne-energie naar verwachting rond 2040 een rendabel alternatief zal zijn voor fossiele brandstoffen’ als half waar.