Toen Assad opeens Het Kwaad werd

In Bashar al-Assad ziet de wereld wat zij wil. Eerst was hij de Lente, nu het Kwaad. Maar hij is zeker van zijn zaak: nu eens boos, dan relaxed uit eten.

Syria's President Bashar al-Assad (R) meets Russian Foreign Minister Sergei Lavrov in Damascus, February 7, 2012, in this handout photograph released by Syria's national news agency SANA. Lavrov began talks with Syrian President Bashar al-Assad on Tuesday by saying Moscow wants Arab peoples to live in peace and the Syrian leader is aware of his responsibility, Russian news agency RIA reported. REUTERS/SANA (SYRIA - Tags: POLITICS TPX IMAGES OF THE DAY) FOR EDITORIAL USE ONLY. NOT FOR SALE FOR MARKETING OR ADVERTISING CAMPAIGNS. THIS IMAGE HAS BEEN SUPPLIED BY A THIRD PARTY. IT IS DISTRIBUTED, EXACTLY AS RECEIVED BY REUTERS, AS A SERVICE TO CLIENTS REUTERS

Zo ziet het Kwaad er dus uit. Lang, dun, het kenmerkende platte Assad-achterhoofd, terugkruipende haarlijn – beetje sullig misschien. In het blad Vogue was vorig jaar te lezen dat hij gewoon op de grond met zijn jonge kinderen zit te spelen als hij vrij is, in het gezelschap van zijn spectaculaire echtgenote.

Zijn hobby is fotografie. De staatsmedia beelden hem tegenwoordig graag af op ziekenhuisbezoek bij militairen die in de strijd tegen ‘door het buitenland gesteunde terreurgroepen’ zijn gewond. Hij buigt zich belangstellend over het bed en kust kinderen.

Een gewapend conflict kan lang door sudderen voordat de belangstelling van de buitenwereld wordt gewekt. Maar als die er eenmaal is, volgt de keuze: goed of slecht. Wie als slecht is aangewezen, kan geen goed meer doen, en vice versa. Bijna een jaar na het begin van de opstand in Syrië is die keuze gemaakt. Assad, het gezicht van het regime dat zijn burgers met artillerie bestookt, verpersoonlijkt het kwaad. De oppositie die het volk vertegenwoordigt, is goed.

De werkelijkheid is nooit zo zwart-wit.

In 2000, toen Bashar al-Assad zijn gestorven vader Hafez al-Assad opvolgde, was hoe dan ook alles anders. Hafez Assad had in 1982 een fundamentalistisch-sunnitische opstand neergeslagen ten koste van naar schatting 20.000 doden, maar bij zijn overlijden loofde de Amerikaanse president Clinton zijn „strategische keuze voor vrede”. „We hadden meningsverschillen maar ik respecteerde hem altijd.”

Elk jaar lente

En Bashars aantreden werd wijd en zijd verwelkomd. Hij was immers jong (34), had in Londen twee jaar voor oogarts gestudeerd, wist wat internet was en ging uit met een in Groot-Brittannië geboren vrouw, met wie hij korte tijd later trouwde. Veel commentatoren gingen er aan voorbij dat hij het product was van een autoritaire gezagscultuur, kind van een één-partijstaat, alleen aan de macht gekomen omdat zijn vader dat had gedecreteerd.

Precies zoals deze maanden nam hij na zijn aantreden het woord ‘hervorming’ veelvuldig in de mond. Politieke salons sprongen op waar critici van zijn seculiere, Arabisch-socialistische bewind in alle openheid over liberalisering vergaderden en klaagden over het regime, uitgezonderd Bashar dan. Er werd gesproken van de ‘Lente van Damascus’.

Maar al snel kwamen waarschuwingen over het „overschrijden van rode lijnen” en er volgden arrestaties. „Sindsdien komt de lente altijd weer zoals de voorgaande jaren, grimmig”, schreven honderden intellectuelen vier jaar later in een oproep aan het regime politieke gevangenen vrij te laten. De enige liberalisering die hij doorvoerde was die van de gesloten Syrische markt – „economische hervorming vóór politieke hervorming” – die alleen een handelselite om hem heen bevoordeelde.

Opmerkelijk is dat de repressie lange tijd werd toegeschreven aan Hafez Assads oude garde, die Bashar Assad zou verhinderen hervormingen door te voeren. Vorig jaar, aan het begin van het nietsontziende overheidsgeweld tegen anti-regime demonstranten, werd eveneens gesuggereerd dat niet de president daarvoor verantwoordelijk was, maar zijn gewelddadige jongere broer Maher en diens trawanten. Zelfs ná het begin van de protesten en de bloedige onderdrukking daarvan zonderden sommige dissidenten Bashar, die een zekere populariteit genoot wegens zijn compromisloze lijn jegens Israël, nog uit van hun woede. Maar aanwijzingen dat hij werkelijk anders denkt dan zijn omgeving zijn nergens te vinden.

Aardbeving

In recente interviews met westerse media komt niettemin opnieuw de Bashar al-Assad aan het woord van net na zijn aantreden: rustig, hervormingsgezind, zeker van zijn zaak – bepaald geen Gaddafi in zijn laatste maanden.

Het is allemaal een misverstand, onderstreept hij. Niet zijn regime is verantwoordelijk voor het geweld, maar extremisten die zich onder geweldloze betogers verbergen. Zeker, sommige leden van de ordediensten zijn te ver gegaan, gaf hij toe in gesprek met Barbara Walters van de Amerikaanse televisiemaatschappij ABC. Maar die waren gestraft. Bewijs is niet voorhanden; beloofde hervormingen – persvrijheid, een meerpartijenstelsel, verkiezingen – zijn alweer niet doorgevoerd. Vandaag gelooft niemand die beloften meer.

De oppositie zegt dat inmiddels meer dan 8.000 mensen door staatsgeweld om het leven zijn gekomen en meer dan 200.000 gevangen gezet en gemarteld. De cijfers van de opstand zijn moeilijk te bevestigen omdat het regime maar mondjesmaat onafhankelijke waarnemers toelaat. De Verenigde Naties zeggen de tel van de burgerdoden niet meer te kunnen bijhouden. Uit het rapport van de Arabische waarnemers die vorige maand in Syrië waren, blijkt overigens dat ook de oppositie soms een opgeklopte versie van de werkelijkheid presenteert, met overdreven of ongefundeerde beschuldigingen van overheidsgeweld.

Maar in een vraaggesprek met de Britse Daily Telegraph kwam een hele andere, dreigende, wraakzuchtige Bashar aan het woord. „Syrië ligt op de breuklijn [in de regio] en als je ermee speelt, veroorzaak je een aardbeving [...] Als je problemen maakt in Syrië steek je de hele regio in brand. Wil je nog een Afghanistan zien, of tien Afghanistans?”

Misschien moet je hem wél geloven en sleept hij inderdaad de hele regio in zijn val mee. Zijn regime leunt op de alawieten, een kleine shi’itische minderheid, en hij heeft hun lot aan het zijne verbonden. De overwegend sunnitische oppositie – een weerspiegeling van de sektarische verhoudingen in Syrië – zal hen afmaken, voorspellen de staatsmedia. Daarbij serveren zij echte dan wel imaginaire voorbeelden van afrekeningen die al plaatshebben. De bevestigde, groeiende militarisering van de oppositie speelt Assad in de kaart.

Angst voor de toekomst verzekert hem ook van de steun van de christelijke minderheid, waarvan de meeste leden niet durven geloven in de geruststellende woorden van de oppositie. En het regime heeft nog veel meer aanhangers, ook onder sunnieten, die tot het bittere einde toe meedoen: in de bureaucratie en in de rijk geworden handelsklasse. En natuurlijk de gevreesde inlichtingendiensten en de elite-eenheden van het leger die verantwoordelijk zijn voor het geweld tegen betogers.

In Libanon heeft Assads bondgenoot Hezbollah er belang bij zijn steunpilaar Assad te verdedigen als hij in werkelijke nood komt, al was het maar omdat diens ondergang ook de val van de shi’itische organisatie kan meebrengen. Van een sunnitisch bewind in Damascus heeft Hezbollah niets goeds te verwachten.

Compromissen zijn er niet meer. Als Assad zijn tanks uit de steden terugtrekt, wordt zijn regime overweldigd door demonstranten. Collectieve vernietiging kondigt zich aan. Maar aan persbureau Reuters meldden verschillende bronnen in Damascus dat de president „relaxed en onverstoorbaar” is en vastbesloten de opstand uit te zitten. Toen gewapende rebellen zich onlangs openlijk vertoonden in de voorsteden van Damascus ging hij uit eten in een populair restaurant in het centrum van zijn hoofdstad.

    • Carolien Roelants