Rutte toont zich kleinmoedig

Gedoogd worden door de PVV – je zou het soms je ergste vijand niet gunnen. Opnieuw wordt het minderheidskabinet van VVD en CDA geconfronteerd met de ongemakkelijke gevolgen daarvan. Vandaag of morgen krijgen de fracties van de Tweede Kamer een boze brief van tien ambassadeurs van landen uit Midden- en Oost-Europa: Polen, Tsjechië, Estland, Letland, Litouwen, Slowakije, Slovenië, Hongarije, Bulgarije en Roemenië. Verzonden namens hun regeringen.

Steen des aanstoots vormt het nieuwe meldpunt van de PVV, waarbij Nederlanders kunnen klagen over de overlast die zij in hun land ondervinden van Roemenen, Bulgaren en andere burgers die afkomstig zijn uit deze landen. Staten die sinds 2004 of 2007 lid zijn van de Europese Unie en waarvan de bewoners, voor een deel, het recht hebben elders in de Unie te werken of te wonen. Net als Nederlanders die hun economische activiteiten hebben verlegd naar bijvoorbeeld Polen.

Het is een zinloos initiatief van de PVV. Zij het dat dit niet hoeft te verbazen van een partij die er xenofobe opvattingen op nahoudt. Niemand bestrijdt dat de migratie van Midden- en Oost-Europeanen voor overlast zorgt. Het besef dat ontkenning daarvan averechts werkt, leeft breed. Deze problematiek zal dus effectief moeten worden aangepakt.

Het schofferende optreden van de PVV draagt daar niet aan bij en is laakbaar. Helaas heeft premier Rutte zich kleinmoedig getoond. In de Tweede Kamer zei hij vorige week weer eens dat hij geen commentaar geeft op „de specifieke opstelling van concrete partijen”. Vanochtend liet hij zich in soortgelijke bewoordingen uit. Inderdaad hoeft de minister-president niet op elke oprisping van de PVV te reageren, liever niet zelfs. Maar er zijn situaties, zoals nu met het meldpunt, waarin de regering deze lethargische houding niet kan volhouden. Bijvoorbeeld als het Nederlands belang in het buitenland in het geding is.

Dat besefte het kabinet-Balkenende IV, dat duidelijk afstand nam van de film Fitna van PVV-leider Wilders, waarin de islam werd beledigd. De huidige vicepremier Verhagen liet toen als minister van Buitenlandse Zaken aan buitenlandse ambassadeurs weten dat „Fitna op geen enkele wijze de visie van de Nederlandse regering weerspiegelt”. In de Arabische krant Asharq Alawsat schreef hij: „Het is ieders verantwoordelijkheid om respect te tonen voor andermans rechten en reputatie.”

Wijze woorden. Zo van toepassing op het discriminatoire meldpunt van de PVV, zeker nu die elders soms als een halve regeringspartij wordt gezien. Nu andere lidstaten in de EU opheldering willen van Nederland, kan Rutte zich niet achter zijn formalistische houding blijven verschuilen. Van de Nederlandse regering mag een helder en afwijzend standpunt worden verwacht. Zoveel moed is daarvoor niet nodig.