Pijnlijk Brits onderzoek naar journalistieke grenzen

De arrestatie van vijf Sun-journalisten schokt de Britse krantenwereld, maar het parlementair onderzoek van rechter Brian Leveson is ingrijpender: daar staat de hele Britse pers terecht.

Niemand die enige illusies koesterde over hoe paparazzi en tabloids te werk gingen in hun jacht naar nieuws. Daar brengen ook de vijf arrestaties van afgelopen weekeinde bij the Sun geen verandering in.

Maar voor rechter Brian Leveson staat ondertussen de héle Britse pers terecht. Leveson heeft van de Britse regering de opdracht gekregen om onderzoek te doen naar de werkwijze van de media. Hij moet bekijken of er een vorm van persregulering nodig is en, zo ja, hoe die er dan uit moet komen te zien. Dat kan wel eens een grotere impact hebben op de Britse pers dan arrestaties bij the Sun, of de opheffing van News of the World.

In rechtszaal 73 van de Royal Courts of Justice in Londen hoort Leveson sinds eind november vier keer per week getuigen. Als eersten waren dat gewone burgers, onder wie de ouders van vermoorde kinderen, en beroemdheden. Ze schetsten een bedrijfstak die niet meer onder controle is en hun slachtoffers opjaagt. Die niet geïnteresseerd is in feiten, maar slechts in verhalen die passen in een vooroordeel. En die vervolgens weinig wil weten van wederhoor of rectificaties.

De afgelopen weken werd de pers zelf gehoord. En het beeld van de Britse media werd er niet beter op. Verslaggevers vertelden hoe ze gedwongen worden een bepaald invalshoek te kiezen, en hoe ze liegen, hacken en achtervolgen om aan scoops te komen. Zelfs de hoofdredacteur van The Times moest toegegeven dat er ook bij die gerespecteerde krant was gehackt.

Natuurlijk, er waren journalisten die zich tegenover Leveson verdedigden voor hun werkwijze. In het publieke belang moeten er soms grenzen worden overschreden, zeiden zij. Er werd veel naar The Daily Telegraph verwezen, die door heling aan de bonnetjes kwam waarmee de krant aantoonde dat Lagerhuisleden sjoemelden bij hun declaraties.

Maar waar eindigt publiek belang en begint privacy? Paul Dacre, de machtige hoofdredacteur van de Daily Mail, zei dat sterren „beroemd zijn omdat ze daarvoor kiezen” en daarom ook niet die „publiciteitskraan uit en aan kunnen zetten wanneer het hun uitkomt.”

Buiten de rechtszaal vragen veel journalisten zich inmiddels hardop af: wat is er van ons geworden? Tijdens een discussie vorige week zei Kevin Marsh, oud-hoofdredacteur van het BBC-radioprogramma Today: „Als dit bij enige andere bedrijfstak was gebeurd, hadden wij allang uitleg geëist en de hoofden van diegenen die verantwoordelijk waren.” Hij noemde het Leveson-onderzoek „pijnlijk” om aan te zien.

Dat vindt ook Paul Connew, voormalig adjunct-hoofdredacteur van News of the World en de Mirror. Hij zei zich zorgen te maken over „luie journalistiek.” „Hacken heeft niets te maken met veldwerk of een netwerk bouwen; het geploeter dat nodig is voor een goed verhaal, zelfs als dat over beroemdheden gaat.” Dat het ook niet werkt, leidt hij af uit de artikelen die Clive Goodman schreef, koninklijkhuisverslaggever van News of the World en de enige die tot nu toe is veroordeeld wegens hacken. „Middelmatig geroddel.”

Maar hij is wel bang dat ‘Leveson’ leidt tot (zelf)censuur. Er zijn al verschillende voorstellen gedaan voor bijvoorbeeld vergunningen: „Rauwe, oneerbiedige pers hoort bij dit land. Tabloids zijn net zo Brits als de zondagse lunch met biefstuk en Yorkshire pudding.” Connew ziet al dat er sinds het begin van Leveson een bepaalde terughoudendheid is: „De manier waarop over Liam Fox [de afgetreden minister van Defensie] is geschreven, laat dat zien. Dat was nu echt een verhaal in het publiek belang, en daar had de pers veel meer in kunnen duiken.” Fox trad af nadat was gebleken dat hij zijn beste vriend had meegenomen op zakenreizen, die zich daarbij als adviseur had voorgedaan.

Leveson is nu op de helft van zijn onderzoek. Vanaf maart komen politie en politiek aan het woord, en wordt gekeken naar onder meer betalingen van journalisten aan agenten, en de manier waarop politici omgaan met de pers.