Orde in de chaos

‘Heb je nog een standpunt dat ik kan gebruiken?”, vroeg de man met wie ik op de lift stond te wachten.

„Eigenlijk niet”, zei ik. „Op het moment zit er niets anders in mijn hoofd dan wat geestelijke bric-à-brac. Een paar dingen die ik heb opgepikt van het internet. De Rij van Fibonacci, de Pecha Kucha, de biomimicry.”

„Dat gebrek aan standpunten van mij stamt nog uit de zomer”, legde ik uit, terwijl ik opnieuw op het knopje drukte. „Uit de tijd dat bij mij in de buurt een gat in de grond werd gegraven. Althans, er werd een gat gepland, en daaruit zou dan een fenomenaal nieuw gebouw verrijzen. Alle burgers uit de buurt kwamen om het virtuele gat heen staan en spuiden deskundige argumenten. Financiële en infrastructurele argumenten. Argumenten voor en argumenten tegen. Duurzaamheids-, rechtvaardigheids- en crisisargumenten. Ik ging erbij staan, want ik ben dol op argumenten.”

„Maar al gauw kwam er een autoriteit voorbij”, zei ik. Het groene pijltje flikkerde, ten teken dat de lift er bijna was. „En die verkondigde dat al onze argumenten voortkwamen uit onderbuikgevoelens. Ik schrok ervan. Ik wist niet dat je ook onderbuikgevoelens kon hebben als je NRC Handelsblad leest en je eigen geld verdient. En omdat iedereen ervan schrok, ontstond een opgewonden discussie in het dorp, de televisie kwam er zelfs aan te pas, en ik concludeerde dat de eenentwintigste-eeuwse mens flink overhoop ligt met zijn houding tegenover kennis en argumenten.”

De liftdeuren zoefden open, we stapten in. „Er is opeens zo veel informatie beschikbaar, er zijn opeens zo veel hoogopgeleide deskundigen, en er wordt zo weinig nagedacht over de vraag hoe je die nieuwe situatie organiseert. Wie je serieus neemt. Welke informatie je wel betrekt bij je standpunt en welke niet. Dus roepen mensen om de haverklap dat hun gespreksgenoten last hebben van onderbuikgevoelens. Nou ja, prima, misschien is dat ook wel zo. Maar niemand weet hoe je wel op een rationele manier je standpunt bepaalt, hoe je orde schept in de moderne chaos om ons heen.”

„Ik wilde na afloop van die zomer dus graag eens praten over het ordenen van de chaos”, zei ik, terwijl we langs de zeventiende verdieping zakten. „Maar er was geen tijd. Iedere keer als mij werd gevraagd ergens te komen discussiëren, bleek ik te zijn beland bij een Pecha Kucha. Wat dat is? Een petsja-k’tsja. Japans voor prietpraat. Twintig plaatjes mochten we laten zien, en ieder plaatje maar twintig seconden lang, zodat we nooit langer mochten spreken dan zes minuten en veertig seconden in totaal. Zeshonderdveertig woorden. Zoiets als een column. Of een elevator pitch, een verkooppraatje in de lift.”

„Nee, niet uitstappen, dit is pas de dertiende verdieping. Enfin, het werd steeds moeilijker een standpunt te bepalen, want alles in het leven ging niet alleen steeds sneller, de hoeveelheid meningen om me heen vermenigvuldigde zich ook wonderbaarlijk. En de kennis vermenigvuldigde zich, verdiepte en verdeelde zich; iedere wetenswaardigheid haalde honderd andere wetenswaardigheden uit. Ik keek met bewondering naar mensen met een standpunt. Anderen, stelde ik vast, weten hun weg te vinden in de chaos. Ik rotzooi maar wat aan.”

„Goed. Ik dus op zoek naar plaatjes voor mijn Pecha Kucha. Als eerste vond ik een foto van een ananas. Geloof me, je weet niet half hoe blij je kunt zijn met een ananas als je in de ordeloosheid dreigt te verdrinken. Aan de ananas kun je namelijk heel goed de zelforganisatie van de natuur aflezen, de ‘gratis orde’, zoals biologen het wel noemen, want de ananas is perfect gestructureerd. Het aantal spiralen op zijn schil is altijd een getal uit de Fibonacci-reeks. Maar ja, dat zult je allemaal wel weten, want het schijnt ook in The Da Vinci Code van Dan Brown te staan.”

„Een Rij van Fibonacci, las ik op Wikipedia, komt tot stand als je een getal neemt en het optelt bij het voorgaande getal, beginnend met 0 en 1, dus 0, 1, 1, 2, 3, 5, 8, 13, 21, 34, 55 enzovoort. Die getallen vind je overal terug, niet alleen op ananassen, maar ook op dennenappels, zeeschelpen, bloemkool en artisjokken; in de verdeling van bladeren op een steel, de manier waarop Brusselse spruitjes zijn verdeeld over hun tak en de manier waarop een prei zich rond zijn eigen innerlijk drapeert.”

„Ja, we zijn er. Even wachten, die deuren gaan gewoon een beetje moeilijk open. Terwijl ik me dus wanhopig afvroeg hoe je standhoudt in de aanzwellende stroom van kennis en argumenten, las ik op het internet hoe onderzoekers en bedrijven teruggaan naar de orde van de natuur om die te imiteren. De dertienjarige Aidan Dwyer verdeelde zonnecellen op dezelfde Fibonaccimanier over een paal als planten hun bladeren over de steel verdelen. Zo kreeg hij een optimale lichtopbrengst, bijna de helft meer dan de traditionele zonnecelverdeling.”

„Nu weet ik uit pure verlorenheid dus opeens alles over de biomimicri. Alleen een standpunt heb ik niet.”

En terwijl de man zwijgend wegbeende, liep ik bedachtzaam door de schuifdeuren naar buiten, over de parkeerplaats, langs de dennenbomen met hun Fibonacci-appels, de gratis orde in.

    • Marjolijn Februari