Ook Al-Qaeda mengt zich in strijd in Syrië

Als het buitenland iets wil doen voor Syrië, laat het dan wapens sturen, zegt kapitein Kurdi van het rebellenleger. Het is een opstand van Syriërs voor Syriërs.

Bij gebrek aan overtuigend leiderschap onder de Syrische rebellen, begint nu zelfs Al-Qaeda zich te bemoeien met de strijd tegen president Bashar al-Assad. De opvolger van Osama bin Laden, Ayman al-Zawahiri, deed gisteren een oproep aan iedere moslim „om zijn broeders in Syrië te steunen met alles wat hij kan, met zijn leven, zijn geld, zijn mening of informatie”. Van dat soort hulp willen de leden en supporters van het Syrische rebellenleger, het Vrije Syrische Leger in de Zuid-Turkse grensplaats Hatay, niets weten.

Het is onduidelijk wat hun reactie is op de oproep van gisteren van de Arabische Liga tot het sturen van een vredesmacht van Liga en Verenigde Naties. Vanaf het begin was hun motto: ‘geen hulp van buitenaf’. Voor een Syrische opstand, van Syriërs, voor Syriërs. Wil het buitenland zich met de strijd bemoeien: „stuur dan wapens”, zegt Ayham al-Kurdi, voormalig kapitein in het Syrische leger. Al-Kurdi weigerde vorig jaar deel te nemen aan het neerslaan van de opstand in Deraa en deserteerde. Hij zegt nu een bataljon strijders in de opstandige stad Hama te coördineren vanuit zijn huis in Hatay.

Al-Qaeda is er al. Volgens Amerikaanse inlichtingendiensten is de terreurgroep verantwoordelijk voor de grote aanslag van vrijdag in de tweede stad van Syrië, Aleppo. Zulke berichten zijn ongemakkelijk voor het Syrische verzet omdat ze de lezing van president Bashar al-Assad bevestigen dat dit geen strijd is van hervormers, maar van terroristen.

De kapitein spreekt berichten tegen dat strijders van buiten Syrië zich bij het Vrije Syrische Leger hebben aangesloten. In de grensstreek en in hoofdsteden in de regio houden de geruchten aan dat Libische strijders zich met de strijd bemoeien. De Turkse krant Milliyet onthulde eerder dat de Franse geheime dienst en het Britse MI6 in Hatay huurlingen trainen. „Het is mogelijk dat sommige individuen het land zijn binnengekomen, maar ik weet er niets van. In de structuur en organisatie van het Vrije Syrische Leger zijn geen Libiërs”, zegt Al-Kurdi beslist.

Al-Kurdi is een van de weinige officieren die vrijuit kan praten. Gedeserteerde soldaten en officieren zijn door de Turkse overheid in een speciaal kamp ondergebracht en hebben een spreekverbod. De verklaringen die af en toe toch naar buiten komen, bewijzen grote verdeeldheid binnen het rebellenleger. Kolonel Riad al-Asaad is de man die vanaf het begin het leiderschap van het rebellenleger opeist. Hij was even de hoogste officier die deserteerde uit het Syrische leger. Maar inmiddels heeft zich een generaal gemeld, Mustafa Ahmed al-Sheikh, die nu een ‘Hoge Revolutionaire Raad’ wil creëren boven het leiderschap van kolonel Asaad. „We zijn strijders dus we zouden de militaire hiërarchie moeten volgen. Generaal Sheikh heeft de training en ervaring, zijn commando is beter.”

Veel Syrische vluchtelingen zijn het niet met hem eens. In een privékliniek in het centrum van de stad zijn drie gewonde demonstranten binnengebracht. Eén verloor zijn oog. Een ander kreeg een kogel in zijn been. De derde heeft een litteken over zijn hele rug, de kogel miste maar net zijn ruggengraat. Alledrie willen ze zich aansluiten bij het Vrije Syrische Leger. Alledrie kijken naar het leiderschap van kolonel Asaad. „Dat de generaal een hogere rang heeft, doet er niet toe. De kolonel was hier eerst”, zegt Dr. Hassan Naggar die de kolonel dagelijks bezoekt in zijn kamp. „Rang speelt geen rol.”

Het Vrije Syrische Leger is geen leger, benadrukt Kapitein Kurdi. „Wij opereren in verschillende cellen. We opereren als een guerrillabeweging. Er is geen centraal commando. Het commando komt uit de cellen zelf.”

De achterdocht regeert. In de strijd tegen Assad vertrouwt niemand elkaar, ook niet buiten de grenzen van Syrië. Er was een man die de kapitein als echte leider zag en vertrouwde als zijn eigen broer. Zijn naam is kolonel Huseyin Mustafa Harmus, die vorig jaar uit Turkije werd ontvoerd en werd uitgeleverd aan de Syrische geheime dienst. Hij zit nu in de beruchtste gevangenis van Damascus. Een Turkse aanklager onderzoekt vijf Turkse geheim agenten die mogelijk geld zouden hebben ontvangen van de Syrische geheime dienst. „Ik geloof niet dat de Turkse regering bewust heeft meegewerkt aan de uitlevering”, zegt kapitein Ayham Al-Kurdi. „Maar ik ben heel voorzichtig geworden. Dat moeten we allemaal zijn.”

De pijn van Syrië: Bijlage De Wereld

    • Bram Vermeulen