Omar Ahaddaf wint in Leiden

De vader van Omar Ahaddaf had een droom. Hij wilde allochtoon worden. „Maar hij werd afgewezen omdat hij allergisch was voor schoonmaakmiddelen”, vertelde de zoon zaterdagavond in de finale van het Leids Cabaretfestival.

Zelf kwam die zoon tien jaar geleden naar Nederland, waar hij sindsdien heeft gewerkt als acteur en stand-up comedian. En sinds zaterdag is hij aanstormend cabaretier. Hij kreeg niet alleen de hoofdprijs van de jury, maar ook de publieksprijs.

„Ik ben de droom van mijn vader”, zei Omar Ahaddaf (32) tijdens zijn optreden. Met een licht Marokkaanse tongval vertelde hij over zijn achtergrond, zijn late inburgering („beter laat dan terug”) en de gesprekken die hij hier soms met autochtonen voert.

Dat iemand aan hem vraagt: „Hoe zit het met de vrijheid van meningsuiting bij jullie?” En dat hij dan antwoordt: „Tja, we mogen niet klagen.”

Juryvoorzitter Jacques d’Ancona noemde hem „een gedurfd iemand die iets te melden heeft”, prees zijn „trefzekere grappen” en repte van „innerlijke noodzaak en relevantie”. Hooguit was er kritiek op Ahaddafs dictie en de nog niet zo soepele overgangen van het ene naar het andere verhaal.

Ahaddaf moest het in de Leidse Schouwburg opnemen tegen de jongensachtige Amsterdamse acteur Pepijn Schoneveld, die vriendelijke grapjes maakte over zijn ontbrekende reukvermogen, en de Vlaamse komediant Arnout Van den Bossche, die met flip-over en naambordje op de revers een parodie op een relatiecoach speelde.

Beiden kregen van de jury echter voornamelijk kritiek te verduren. De drie finalisten gaan vanaf begin maart gezamenlijk op tournee. De winnaar van vorig jaar, Gijs van Rhijn, werkt nu aan een avondvullend programma.

    • Henk van Gelder