Na de angst voor Assad is er nu angst voor elkaar

Hoe ziet het Syrië van de opstandelingen eruit? In het grootste kamp aan de Turkse grens is elke twijfelaar een verrader.

Syrian refugees walk next to their tents at the Boynuyogun refugee camp on the Turkish-Syrian border in Hatay province February 8, 2012. There are 1,750 Syrian refugees living at the camp which was set up by the Turkish Red Crescent. The Turkish Foreign Ministry says there are currently some 10,000 Syrian refugees living in six different camps in Turkey. Picture taken February 8, 2012. REUTERS/Murad Sezer (TURKEY - Tags: POLITICS SOCIETY IMMIGRATION) REUTERS

Voor de Syrische vluchtelingen in het grootste vluchtelingenkamp aan de Turkse grens is het tijd voor hun dagelijks toneelstuk. De omroeper heeft zojuist het hele kamp tot paraatheid gemaand. De Arabische tv-zender Al Jazeera gaat in een paar minuten live voor de toegangspoort.

„Komt allen voor het protest.”

Spandoeken worden uitgerold. Kinderen klimmen op de toegangspoort. Mannen met lange baarden schrapen hun kelen.

Al Jazeera laat het kamp geen dag alleen. De zender staat hier al weken voor de poort. De Arabische lente en de ineenstorting van voorheen machtige regimes is voor de financier van de zender in het emiraat Qatar leading story. Op het moment dat de verslaggever contact heeft met het hoofdkwartier in Qatar begint achter hem de kakofonie. „Weg met Bashar Al- Assad. Weg, weg, weg.”

Het protest stopt abrupt zodra de correspondent is uitgesproken. De spandoeken gaan in plastic tassen, de kinderen gaan door met knikkeren. Dat was het weer voor deze middag.

Meer dan negenduizend Syrische vluchtelingen verdeeld over vijf kampen bivakkeren in de Turkse grensprovincie Hatay. Veel zitten er al sinds juni, toen ook het noordelijke grensgebied werd meegesleurd in de strafcampagne van het Syrische leger tegen burgerlijke ongehoorzaamheid.

Het kamp was tot voor kort even ontoegankelijk voor journalisten als Syrië zelf. Het Turkse ministerie van Buitenlandse Zaken zei te vrezen voor de veiligheid van de vluchtelingen maar leek vooral bezorgd de ooit warme banden met Damascus onnodig onder druk te zetten.

Die voorzichtigheid is weg. Turkije staat nu vooraan in het internationale protest tegen de bloedige onderdrukking van de protesten en roept gesteund door Golfstaten als Qatar en Saoedi-Arabië om het aftreden van Assad. De stem van de kampen mag gehoord worden.

De vluchtelingenkampen zijn een laboratorium voor het nieuwe Syrië. Meer dan dertig huwelijken zijn er inmiddels voltrokken. Er zijn winkels voor groenten en fruit, er zijn schooltjes. Van hier uit worden voedsel, medicijnen, wapens en soldaten de grens over gestuurd. Behalve achter de gesloten grenzen van het vaderland krijg je nergens anders een beter beeld van het Syrië dat de demonstranten en de gewapende strijders van het Vrije Syrische Leger voor ogen staat.

Een jaar geleden begon de strijd tegen president Bashar Al-Assad ongewapend, met rozen en olijfbladeren en oproepen tot democratische hervormingen. Maar met het voortdurende nieuws over het bloedvergieten in Homs, in Hama, in Idlib, in Daraa, zelfs in de twee grote steden Aleppo en Damascus, overheerst tussen de blauwe tentzeilen nu de taal van wraak en gewapende strijd.

„We willen dat de internationale gemeenschap ons wapens geeft. Ik zweer bij God, met voldoende wapens staan we morgen aan het bed van de president”, zegt de 20-jarige Khalid, pluisbaard, groene sjaal. Hij deserteerde twee weken geleden uit het Syrische leger. „We werden naar een protest gestuurd en de kolonel gaf een opdracht om te vuren. Ik hoorde dat de demonstranten uit mijn geboortedorp kwamen. Ik kon het niet. Ik heb eerst over hun hoofden heen geschoten. Toen heb ik mijn wapen weggesmeten en ben ik naar ze toe gerend.”

De wapens komen al. Iedere dag meer. Bronnen zoals de voormalig CIA-agent in Turkije, Phil Giraldi, beweren dat ongemarkeerde NAVO-vliegtuigen wapens uit de arsenalen van het voormalige Libische leger via Turkse havens naar Syrië smokkelen. Tanks die eerst met stenen werden bekogeld, worden nu beschoten met raketwerpers. Oliepijpleidingen worden opgeblazen.

„Alleen een leger kan dit leger stoppen”, zegt Ramez Said, die met een been vol grote ijzeren pinnen door het vluchtelingenkamp strompelt. Hij werd zelf neergeschoten tijdens een ongewapend protest. „Zo gauw ik ben hersteld keer ik terug om met het Vrije Syrische Leger te vechten.”

Zo denkt ook Khalid. Hij heeft al zijn goud verkocht om een wapen te kopen. Hij wil zich aansluiten bij het Vrije Syrische Leger. Hij spreekt als de teksten die dagelijks over Youtube worden uitgestort. „Ik sta klaar om de laatste druppel bloed in mijn lichaam te offeren voor het heroïsche volk van Syrië.”

Die strijdlust klinkt overal, tent na tent. Bij de toiletten, bij de groentekraampjes. Nu is het tand om tand, oog om oog. Zelfs in dit kamp waar op papier alleen civiele vluchtelingen mogen schuilen. Er is ook een speciaal kamp ingericht voor gedeserteerde officieren, waarvandaan leiders van het Vrije Syrische Leger hun operaties zouden plannen. Wie twijfelt aan hun gewelddadige methoden, loopt het gevaar voor verrader te worden uitgemaakt.

„Als deze strijd nog lang voortduurt dan zal Syrië worden overspoeld met wapens en kweken we een hele generatie die alleen geweld kent. Die wapens krijg je nooit meer afgepakt. Als de besluiteloosheid van de internationale gemeenschap aanhoudt, stevenen we onherroepelijk af op een burgeroorlog zoals in Irak”, zegt Haj Yussuf, een zakenman die zes maanden geleden vluchtte uit Noord-Syrië. Hij kijkt om zich heen of niemand mee luistert. „Het is heel gevaarlijk om dat hier hardop te zeggen. Het wordt hier niet geaccepteerd. Ze zullen je uitmaken voor verrader, een agent van het regime.”

De geest van veertig jaar verdeel-en-heers onder vader en zoon Assad waart door het vluchtelingenkamp. Angst voor geheim agenten, angst voor elkaar, angst voor afwijkende meningen.

    • Bram Vermeulen