Luis Suárez, geliefd als geniale spits en gehaat om zijn streken

Terug van acht duels straf wegens racistische kreten tegen de Fransman Patrice Evra weigerde Luis Suárez zaterdag voor het duel Manchester United-Liverpool diens hand te schudden.

Luis Suárez, je houdt van hem of je haat hem. Een winnaar. Een overlever. Een voetballer die altijd voor zijn ploeg door het vuur gaat, zeggen zijn fans. Een bedrieger. Een ruziemaker. Een speler die overal voor problemen zorgt, stellen zijn vijanden. Eén ding staat vast. Het is nooit saai als Suárez speelt.

Suárez speelde zaterdag weer, nadat hij een straf van acht duels had uitgezeten. Hij had Patrice Evra van Manchester United in een eerdere ontmoeting meerdere malen negro had genoemd. De Uruguayaan verbaasde zaterdag vriend en vijand toen hij de hand van dezelfde Fransman weigerde.

Suárez werd opnieuw van alle kanten bekritiseerd. United-manager Sir Alex Ferguson noemde hem „een schande voor Liverpool”. Gordon Taylor, directeur van de Engelse spelersvakbond (PFA), wil dat de Engelse voetbalbond hem opnieuw wegens „respectloos, ongepast en beschamend gedrag” straft. Volgens Hans Nijland, directeur van FC Groningen, verdiende Suárez „een geweldige schop onder zijn kont”. „Als voetballer dien je wel het goede voorbeeld te geven”, zei Nijland die Suárez op zijn negentiende naar Nederland haalde.

Het liefste had Suárez zijn critici met een aantal doelpunten de mond gesnoerd, maar hij kon met één treffer een 2-1 nederlaag niet voorkomen. Suárez bood later op de website van Liverpool zijn excuses aan voor zijn actie. „Ik heb inmiddels met de manager [Kenny Dalglish] gesproken en realiseer me dat ik fout zat”, verklaarde Suárez op de clubsite. „Ik heb niet alleen hem in de steek gelaten, maar ook heel de club. Ik had Evra de hand moeten schudden. Ik heb een fout gemaakt. Het spijt me.”

Suárez voelde zich onbegrepen. „De nederlaag doet pijn omdat we alles hebben gegeven. Ik ben teleurgesteld omdat niet alles is, zoals het lijkt”, twitterde hij na afloop van de wedstrijd. Hij kreeg bijval van de fans van Liverpool die met beelden probeerden aan te tonen dat het juist Evra was, die zijn hand opzettelijk laag hield.

Een allemansvriend zal Suárez nooit meer worden. Ajacied Nicolas Lodeiro nam het zaterdagavond na NAC-Ajax voor zijn landgenoot op. „Wat hij heeft gezegd [negro] is in ons land iets normaals, maar dat is jammer genoeg voor hem anders uitgelegd. Ik heb Luis een paar keer gesproken de laatste tijd en ik weet zeker dat hij sterk genoeg is om hier uit te komen. Hij zal willen laten zien dat de mensen het fout hebben. Hij heeft alles voor het voetbal over. Dat heeft Luis ook op mij overgebracht.”

Na een scheiding van zijn ouders groeide Suárez bij zijn grootouders in Montevideo op. Ver weg van zijn voorbeeldfiguur, zijn oudere broer Paolo. Voetbal was de enige manier om aan de misère te ontsnappen. „Mijn familie had het niet breed. Ik zag mijn ouders en mijn broers en zussen niet vaak. Misschien is het ergens goed voor geweest. Het enige waar ik me mee bezighield was voetballen. Dat hield me op de been”, zei Suárez eerder in deze krant.

Op zijn veertiende begon Suárez zijn lange weg als profvoetballer in de septimo division, de zevende divisie. Hij maakte in de jeugdelftallen van het Nacional Montevideo een snelle ontwikkeling door. De fans doopten hem om tot Saviolita, naar de Argentijnse spits Saviola. FC Groningen, dat een andere speler in Uruguay aan het scouten was, raakte in hem geïnteresseerd. Nijland was na een paar persoonlijke gesprekken overtuigd. „Ik zag een schitterende kerel, met een ijzeren wil. Iemand met schijt aan de wereld.”

Het hoofdstuk ‘Europa’ begon voor Suárez in het voor hem onbekende Groningen. Samen met zijn toen 17-jarige vriendin verruilde hij Montevideo voor de Groninger wijk Helpman. Binnen de selectie kreeg de voetballer veel steun van zijn landgenoot Bruno Silva en de Braziliaan Hugo. Met de toenmalige trainer Ron Jans bouwde met de international van Uruguay een haat-liefdeverhouding op. Het publiek van FC Groningen sloot hem in de armen. Maar de liefde bleek niet langer wederzijds toen Ajax hem wilde halen.

Nijland stond opeens in een arbitragezaak tegenover Suárez. „Hij wilde per se naar Ajax en ook toen kwam zijn vechtersmentaliteit naar boven”, aldus Nijland. „Hij gooide zijn kont tegen de krib om een overgang te forceren. Onze vriendschap heeft toen wel een klap opgelopen.” Hij zag vervolgens hoe Suárez via Ajax en het nationale elftal van Uruguay een transfer naar FC Liverpool afdwong.

Toenmalig Ajax-trainer Martin Jol probeerde het eigenzinnige gedrag van Suárez te beteugelen door hem aanvoerder te maken. De Zuid-Amerikaan bleek gevoelig voor het gebaar en werd de leider in het veld. Hij knipte zijn haren en veranderde van een jongen in een volwassen voetballer. Maar zijn streken bleven. Hoogstandjes en schitterende doelpunten wisselde hij af met vreemde duikelingen en vervelende acties, zoals een beet in de schouder van toenmalig PSV’er Otman Bakkal. Vooral met zijn soms lachwekkende fopduiken zette hij veel kwaad bloed.

Op het WK van 2010 in Zuid-Afrika bevestigde Suárez voor het oog van de wereld zijn controversiële imago. Hij riep de haat van heel Afrika over zich af met een fopduik tegen Zuid-Afrika en een handsbal in de kwartfinale tegen Ghana. Maar in Uruguay groeide hij aan de zijde van Diego Forlán uit tot een volksheld.

Lodeiro leerde Suárez als international vooral kennen als een loyale collega. Afgelopen zomer wonnen ze samen de Copa América. „Suárez heeft ervoor gezorgd dat ik nu bij Ajax speel. Daarvoor ben ik hem dankbaar. Het is jammer dat hij zo snel weg is gegaan”, aldus Lodiero.

Groningen-directeur Nijland zag zaterdag Manchester United-Liverpool op de tv. „Suárez is nog steeds een pure winnaar. Hij heeft er heel veel, zo niet alles voor over, om te slagen als voetballer. Daarin gaat hij heel ver. In Engeland is hij een paar keer te ver gegaan. Daar moet hij mee oppassen. Maar of hij in zijn gedrag te begeleiden is, weet ik niet. Suárez laat zich door niets en niemand sturen.” Nijland lachend: „Toch is hij weer welkom als hij vriendelijk zou vragen of hij weer bij FC Groningen mag komen spelen.”

    • Koen Greven