Liever kinderen dan ouderen verzorgen

Het onderwijs in de ouderengeneeskunde op universiteiten en verpleegkundige opleidingen (hbo en mbo) is ver beneden de maat. Maak dit onderwijs aansprekender, bepleit Rudi Westendorp.

Sinds 1998 geef ik college over gezondheid en ziekte van oude mensen aan vierdejaarsstudenten geneeskunde. Elk jaar vraag ik de 250 artsen in spe hoeveel van hen beroepshalve met ouderen zouden willen werken. Het is een terugkerende confrontatie voor beide partijen. Slechts een handvol steekt haar vinger op (70 tot 80 procent van de studenten is vrouw). Alle overige studenten uit het gehoor geef ik het advies om een job change te overwegen. Gerommel in de zaal. Ik leg dan uit dat de moderne student geneeskunde zich onvoldoende lijkt te realiseren dat de wachtkamers en ziekenhuisbedden hoofdzakelijk gevuld zijn met oudere patiënten.

Bij toekomstige verpleegkundigen is de situatie nauwelijks anders. Onlangs heeft een collega van mij, hoogleraar verpleegkunde Marieke Schuurmans, onderzoek verricht onder verpleegkundigen in opleiding. Grofweg de helft wil zeker niet met oudere patiënten werken. Slechts een op de acht studenten spreekt een voorkeur uit voor de zorg aan mensen op leeftijd. Dit is geen geruststellend vooruitzicht, met de vergrijzing die de komende jaren in Nederland haar top bereikt. Het is een illusie dat de benodigde twaalfduizend extra handen aan het bed zullen worden geleverd door de mensen die op dit moment studeren.

De cruciale vraag is of het verwachtingspatroon van studenten geneeskunde en verpleegkunde in de toekomst realistischer kan worden. Lange tijd heb ik gedacht dat dit onmogelijk is. Mensen zijn immers evolutionair geselecteerd om zich voort te planten, kinderen te krijgen en hen tot volwassenheid te brengen. Een zorgtaak voor oude mensen is in dit evolutionaire programma niet opgenomen. Daarom willen jonge dokters graag kinderarts worden – ik destijds ook – en willen verpleegkundigen op de ‘kraam’ werken.

De uitzonderingen – die er gelukkig ook zijn – lijken de regel alleen maar te bevestigen. Zorgen voor ouderen is een kwestie van cultuur en aangeleerd gedrag, omdat het geen biologische vanzelfsprekendheid is. Niet voor niets bevatten alle grote, religieuze boeken de oproep ‘eer uw vader en uw moeder’. Dit is een sociologische reparatie van een natuurlijk defect. Het is een maatschappij structurerend principe om een verzorgingsstaat te kunnen opbouwen.

In deze vaststelling kunnen de handvatten worden gevonden om de inhoud van het medisch en verpleegkundig onderwijs in gunstige zin om te vormen.

Tussen de dagelijkse praktijk en de wijze waarop nieuwe professionals worden opgeleid, bestaat een spagaat. In het onderwijs aan de universiteiten en beroepsopleidingen ligt de nadruk op een enkelvoudige ziekte bij patiënten van jonge en middelbare leeftijd. Gemiddeld 2 procent van het onderwijs op de universiteit wordt besteed aan ouderengeneeskunde. Vaak is de kennis van de laatstejaarsstudenten verpleegkunde op het gebied van ouderen vergelijkbaar met die van de gemiddelde Nederlander. Het onderwijsaanbod reflecteert de capaciteiten en interesse van de docenten die het onderwijs verzorgen. Een dergelijk medisch wereldbeeld is een persiflage van de werkelijkheid, waarin nu al de helft van het totale budget in de gezondheidszorg opgaat aan mensen van 65 en ouder.

De complexiteit van de geneeskunde bij ouderen komt volstrekt onvoldoende naar voren in de lesstof. Ik zie twee doorslaggevende oorzaken hiervan.

1De complexe ouderenzorg komt niet of nauwelijks voor in het ‘raamplan’ voor de studie geneeskunde, de wettelijk opgelegde inhoud van het onderwijs. De inhoud van de studie is het resultaat van compromissen, waarbij ‘complex en oud’ het gauw aflegt tegen ‘eenduidig en jong’. Dit moet anders.

2Op de hogescholen ontbreekt het nog aan een raamplan. Hierdoor is de complexe geneeskunde en verpleegkunde bij ouderen niet gewaarborgd in de beroepsopleidingen. Het geschipper bij het tot stand komen van het raamplan legt de vinger op de zere plek. Waar zijn de pleitbezorgers die de zaak op tafel leggen op de diverse burelen? Waar zijn de docenten die op professionele en empathische wijze het onderwijs vormgeven? Onderwijsmedewerkers zijn, net als iedereen, onderdeel van een maatschappij waar jong in is en oud out.

Ik weet niet of ik specifiek van oude mensen houd. Wel vind ik een gemiddelde oudere ontegenzeggelijk veel interessanter dan een gemiddelde jongere. Met wie kun je tegelijkertijd de toekomst schetsen én het verleden reflecteren?

Ook hebben we in de medische wetenschappen een enorme vooruitgang geboekt in onze kennis over de biologie van veroudering. We begrijpen de existentiële vragen steeds beter. Waarom worden wij grijs, kaal en ziek, terwijl zeeanemonen er na 150 jaar nog fris en fruitig uitzien? Waarom moeten mensen zich de veroudering laten welgevallen? Is het vermijdbaar? Nog niet, maar het verouderingsproces is nu al af te remmen, zodat we langer gezond blijven.

Het zijn deze vragen die jonge mensen uitermate intrigeren. Het is deze positieve kijk op onze levensloop die de interesse wekt bij jonge professionals in de zorg. Eenmaal voor het vak gevangen komt de compassie met de jaren vanzelf naar boven. Op deze wijze heb ik een kleine schare jonge dokters gewonnen voor de veroudering. Ook collega Schuurmans heeft een groot aantal ambitieuze verpleegkundigen in haar slipstream.

Een goed wettelijk kader, een aantrekkelijk onderwijsaanbod, en het hartgrondig steunen van rolmodellen – moeilijker hoeft het niet te zijn.

Rudi Westendorp (52) is hoogleraar ouderengeneeskunde en directeur van de Leyden Academy on Vitality and Ageing.