Hoe schrijf je een Zweedse drie-steens-boekenmuur?

Eriksson & Sundquist: Het kraaienmeisje. Cargo, 381 blz. € 19,90 **

Het zou mooi zijn als het woord ‘thrillertrilogieën’ zich voortaan zou beperken tot Wordfeud en Scrabble, maar het succes van de drie-steensboekenmuurtjes van Stieg Larsson, Jussi Adler-Olsen, Lars Kepler en Jens Lapidus is zó groot dat het voor Scandinavische would-be-schrijvers kennelijk onweerstaanbaar is om te debuteren met drie spannende boeken. Jerker Eriksson en Håkan Axlander Sundquist doen dat ook met Het kraaienmeisje, het eerste deel van wat een trilogie gaat worden over de Stockholmse hoofdinspecteur Jeanette Kihlberg en psychotherapeut Sofia Zetterlund.

Het kraaienmeisje is een vreemd boek dat pas op driekwart echt – maar dan ook echt – spannend wordt en eindigt met een cliffhanger zodat je deel twee te zijner tijd wel móét kopen. Hierdoor is het goedbeschouwd een onvoltooid boek en waarom dit ene verhaal in drie delen zal worden verkocht, is niet moeilijk te raden: geld. Bovendien stelt het duo de ontknoping hiermee ook voor zichzelf nog even uit.

Dat is jammer en onnodig, want uit het laatste kwart van het boek blijkt dat de schrijvers knappe intriges uptempo kunnen serveren. De eerste driekwart van het boek leest daarentegen als een invuloefening waarin het verhaal flink wordt uitgewalst tot de gewenste lengte.

Voor iedereen die een thrillertrilogie ambieert te schrijven, is dit proces van walsen wel instructief, hoewel je het beter niet zo opzichtig kunt doen als Eriksson & Sundquist. Veel schrijvers – thrillerschrijvers in het bijzonder, vanwege het doorslaggevende belang van een goed geconstrueerd plot – creëren eerst het geraamte van hun verhaal, compleet met de hele intrige en welomschreven karakters en levensloop van hun hoofdpersonen.

Als dit in schriften en op systeemkaartjes is uitgewerkt, wordt het vlees van het verhaal aangebracht op de botjes van het geraamte. Er is zelfs handige software voor schrijvers verkrijgbaar die schriften en systeemkaartjes vervangt, zoals het terecht bejubelde programma Scrivener. Daarin kan de plotwending ‘hier begint de hoofdinspecteur te erkennen dat zij het vertrouwen in de relatie met haar man is verloren’ handig worden geparkeerd totdat deze door de schrijver(s) in een later stadium even wordt uitgewerkt. Zie pagina 167 van Het kraaienmeisje. Het verhaal zelf is een vaak pijnlijk zieke verhandeling over de effecten die kindermishandeling, -verkrachting en -handel hebben op de psyche van het kind, dat in Het kraaienmeisje daardoor zelf ook verandert in een monster.

De gebeurtenissen en emoties komen vaak hard aan en de stem van Victoria Bergman, een zwaar mishandeld meisje dat de eigenlijke hoofdpersoon is, is raak en schrijnend. Het was mooier geweest als het die stem was vergund om wat korter van stof te zijn.

    • Robert Gooijer