En over vier jaar houden de EU-lidstaten referenda over een politieke unie

De reddingsmaatregelen van de euro verdienen niet de schoonheidsprijs, maar er waren ook tekorten in het Verdrag van Maastricht.

Laten we leren van de crisis, stelt Viviane Reding.

Twintig jaar geleden ondertekenden de Europese regeringsleiders het Verdrag van Maastricht. Het werd de grootste sprong voorwaarts in de eenwording van Europa – de invoering van een eenheidsmunt.

De beslissing om de monetaire soevereiniteit naar Europa over te hevelen, volgde op enkele politieke aardverschuivingen. Door de val van de Muur en eenwording van Duitsland ontstond de politieke bereidheid om de landen van Europa samen te brengen onder één dak. Toen de euro tien jaar later werd ingevoerd, was dit de kroon op het werk.

Nog voor de inkt droog was, kwam evenwel de kritiek. Op monetair en fiscaal vlak was half werk geleverd. ‘Maastricht’ voorzag in een uniform monetair beleid, maar de nationale regeringen bleven bevoegd voor het economisch, fiscaal en sociaal beleid. De Europese Centrale Bank verzorgde het monetaire beleid, maar er was geen fiscale tegenhanger.

Voor deze asymmetrische constructie was gekozen omdat ze volgens sommigen zou leiden tot gezonde nationale concurrentie op het vlak van belastingen, sociale zekerheid en zorgverzekeringen. Anderen betreurden dat in Maastricht geen echte politieke unie was opgericht, maar vertrouwden erop dat het invoeren van de eenheidsmunt ook in andere beleidsdomeinen zou leiden tot eenwording.

Twintig jaar later weten we beter. Nadat de euro een tijdje mooi weer had gemaakt, leidde de wereldwijde financiële crisis tot een Europese schuldencrisis. Maastricht bleek als fundament niet sterk genoeg. Europa leerde harde lessen. We hadden moeite om een goed antwoord te geven op de crisis. Sommige waarnemers werden ongeduldig en bepleitten het afschaffen van de euro.

We moeten de doemdenkers evenwel teleurstellen. De Europese leiders lieten duidelijk merken dat ze verdergaan met de euro. Ze namen beslissing na beslissing om het Europese huis te stabiliseren. De Europese Centrale Bank gaf ongezien financiële hulp en herstelde het dak. De Commissie en het Europees Parlement vochten voor een geloofwaardig financieel controlesysteem.

Vorige week ondertekenden de Europese leiders twee nieuwe verdragen – een fiscaal verdrag, waarin van de lidstaten wordt geëist dat ze wetgeving inzake een evenwichtige begroting goedkeuren, en een verdrag over een stabiliteitsmechanisme, waardoor een monetair fonds landen in de eurozone kan stabiliseren met financiële middelen uit Europese obligaties.

Huize Europa is klaar om nieuwe stormen te doorstaan, maar we kunnen niet rusten op onze lauweren. We moeten nog altijd het hart van de Europese burger veroveren. Deze nieuwe beleidsarchitectuur werd opgesteld in stormachtige tijden. We zouden er niet bepaald een schoonheidswedstrijd mee winnen.

Het is tijd om ons gebouw sterker te maken. Daarom stel ik een vijfpuntenplan voor 2020 voor.

1Volgend jaar, 2013, het Europees jaar van de burger, biedt een goede gelegenheid om een open debat te beginnen over het Europa van 2020.

2De Europese parlementsverkiezingen in 2014 kunnen de aanzet zijn tot een ruimer debat. Moeten we kiezen voor een politieke unie? Kan dat met alle EU-landen, of alleen de landen van de eurozone? Europese politieke partijen moeten verschillende standpunten innemen en kandidaten voordragen voor het voorzitterschap van de Commissie.

3Voorafgaand aan de Europese Parlementsverkiezingen moeten de Europese leiders het erover eens worden dat de voorzitter van de Commissie, zodra hij is aangesteld door het Europees Parlement, ook de voorzitter wordt van de Europese Raad. De bestaande verdragen zijn bewust in deze zin opgesteld.

4De Europese regeringsleiders moeten ermee akkoord gaan dat de nieuwe voorzitter van de Raad een bijeenkomst organiseert waarop een verdrag voor een Europese politieke unie wordt opgesteld. Dit verdrag moet bepalen dat het Europees Parlement een echte wetgevende macht wordt, met de bevoegdheid om wetten op te stellen en de Commissie te kiezen. Het verdrag moet ook bepalen dat de voorzitter van de Commissie het recht heeft om het Europees Parlement zonodig te ontbinden.

5De lidstaten zouden in de periode 2016-2019 referenda moeten organiseren over het verdrag voor een Europese politieke unie. Het verdrag zou van kracht worden als twee op de drie lidstaten het goedkeuren. Burgers kunnen dan kiezen – ofwel ze keuren het nieuwe verdrag goed, ofwel ze verwerpen het, maar blijven wel nauw verbonden met de Unie.

Net als in 1989-1990 bieden belangrijke gebeurtenissen ook vandaag weer de kans op historische veranderingen. Europa kan een sterke politieke unie worden. In 2020 kan ons continent – met een sterke munt en de grootste interne markt ter wereld – een krachtige rol spelen op het internationale toneel.

We moeten de moed en het geduld hebben om hervormingen door te voeren. Rome werd niet op één dag gebouwd. Met een Europese politieke unie lukt dat evenmin, maar we krijgen een historische kans om het te laten gebeuren.

Viviane Reding is vicevoorzitter van de Europese Commissie en EU-commissaris voor Justitie, grondrechten en burgerschap.

    • Viviane Reding