Echt heerlijk

Iemand probeerde voor m’n huis zijn auto in te parkeren. Het was nogal hoorbaar dat het niet lukte. De motor gierde als een bezetene. „Wat een idioot”, dacht ik en verliet mijn laptop om vanuit het raam de boel nader te bekijken. Tot mijn grote genoegen zag ik dat de wagen een Bulgaars kenteken droeg. Licht opgewonden rende ik naar de voordeur en opende deze. De auto was inmiddels tot bedaren gekomen en een jong echtpaar stapte uit.

„Are you from Bulgaria?”, riep ik. De man en vrouw keken om. „Ja”,antwoordde hij. Ze spraken Nederlands.

„Kom eens”, zei ik en wenkte hen naar binnen. Ze stelden zich voor als Bonka en Dimitar.

Ik liet hen de landkaart van Bulgarije zien die groots en groen in mijn gang hing.

„Waarom?” vroeg de man.

„Bulgarije is mooi”, zei ik en zette voorzichtig een lied in ‘Hubava si moja goro’. De tranentrekker uit de Bulgaarse folklore.

Het gezicht van de vrouw brak open. Ze glimlachte met een zachtheid die mij raakte op een dag dat ik vooral naar mijn eigen beeldscherm gekeken had. Intiem moment op deurmat. De man was vooral verbaasd.

„Ik zing in een Bulgaars koor”, legde ik uit, „met de naam Cubriça (pittig kruid)”.

Ze woonden sinds kort in deze buurt, vertelde de man. Hij had een klein bouwbedrijfje. „Morgenmiddag brengen wij jou eten met daarin cubriça”. Met deze woorden namen ze afscheid.

Dan bak ik voor jullie een trommel zandkoekjes, bedacht ik.

De volgende dag, mijn huis geurde naar versgebakken hartjes, stonden ze voor mijn deur met een dampend bord waarop eten prijkte.

„Bulgaarse moussaka”, legde de man uit. Ik liet hen binnen, gaf de koektrommel en zong nog een lied. „Oh, granka, granka”. Wederom hield ik van de blik van de vrouw. Ik zag er heimwee in en andere dingen van gemis.

Toen ze even later weg waren, bleef ik achter met een vleesgerecht; vriendelijk bedoeld, maar niet vegetarisch. Even overwoog ik het naar de Turkse bovenburen te brengen. Maar dit leek me multicultureel gezien te veel van het goede. Mijn zwager werd de uitverkorene. In de bakfiets voor z’n huis heb ik de moussaka achtergelaten. Twee nachten heeft het daar in de buitenlucht gestaan. Hij bleek een weekendje weg met ’t hele gezin. Bij thuiskomst heeft ie het alsnog opgegeten. „Echt heerlijk”, zei hij.

Met dank aan Bonka en Dimitar.

Nathalie Baartman, Amsterdam

Via opinext@nrc.nl