Bill houdt van de overheid, en van zichzelf

Bill Clinton, Aan het werk. Balans, 256 blz. €19,95

‘De overheid is niet de oplossing van onze problemen. De overheid is het probleem.’ Met die bekende uitspraak van president Reagan in zijn inaugurele rede in 1981 begon de ellende. Tenminste, dat is de stelling van Bill Clinton in ‘Aan het werk’ – deze week uit in de Nederlandse vertaling. Volgens Clinton dateert het groeiende wantrouwen van de Amerikaanse bevolking jegens Washington van toen.

De anti-overheidsretoriek van Reagan – en vele Republikeinen na hem – is destructief gebleken, zegt hij. Bij de financiële crisis van de laatste jaren had Obama veel actiever moeten ingrijpen om de val te verzachten. Maar dat werd tegengehouden door „de anti-overheidszeloten”, zoals Clinton ze noemt. Projecten om de economie te stimuleren werden geblokkeerd of afgezwakt. De overheid is immers het probleem, niet de oplossing.

Een misrekening, vindt de Democratische oud-president, want naast een effectieve particuliere sector is een sterke, effectieve overheid nodig. Hij onderbouwt de argumenten voor een actieve overheid met beleid uit zijn eigen twee termijnen (1993 - 2001).

Toegegeven, Clinton werd geholpen door een gunstige conjunctuur, maar hij wist het structurele tekort op de begroting om te buigen in een overschot. Hij bezuinigde, maar breidde de overheid op andere plekken uit: meer geld voor onderwijs bijvoorbeeld, en strengere regels voor milieu en voedsel.

En toen kwam Bush jr. Die maakte een bende van het nette huishoudboekje dat Clinton had achtergelaten. Hij verlaagde de belastingen, terwijl de uitgaven explodeerden, onder meer door de oorlogen in Irak en Afghanistan.

Clinton verbaast zich. Hoe kunnen de Republikeinen zich met succes profileren als de partij van de kleine overheid, als de uitgaven onder Bush bijna twee keer zo hoog lagen als tijdens zijn presidentschap? Hoe kunnen ze de overheid laten uitdijen en vervolgens kiezers vangen door te ageren tegen Washington?

Het antwoord geeft Clinton zelf, zij het indirect. Hij beschrijft zijn frustratie als bij de tussentijdse verkiezingen van 2010 blijkt dat de Democratische Congresleden met wie hij op campagne gaat geen eensgezinde boodschap hebben. De campagne van de Democraten is versnipperd, in tegenstelling tot de consequente anti-overheidsleuzen van de Republikeinen. Ze verliezen.

Clinton staat niet lang stil bij deze frustratie. Hij viert zijn gelijk, beschrijft uitgebreid zijn successen als president. Maar het trompetgeschal van Clinton maakt des te duidelijker hoe grandioos de Democraten hebben gefaald de kiezer wél vertrouwen te geven.

In het tweede deel van het boek presenteert Clinton 46 grote en kleine plannen om miljoenen nieuwe banen te scheppen. Inspirerend om te lezen, maar geen van de plannen wordt realiteit zolang de scepsis jegens de overheid onverminderd groot blijft. En dat is niet alleen de schuld van Reagan.