Angst en Allah voor de vrije Syriërs

Hoe ziet het nieuwe Syrië van de opstandelingen eruit? In het grootste kamp aan de Turkse grens, is elke twijfelaar een verrader.

Leden van het Vrije Syrische Leger in de buurt van de noordwestelijke stad Idlib bereiden zich voor op komende gevechten. Foto AP

Voor de Syrische vluchtelingen in het grootste vluchtelingenkamp aan de Turkse grens is het tijd voor hun dagelijkse toneelstuk. De omroeper heeft zojuist het hele kamp tot paraatheid gemaand. De Arabische tv-zender Al-Jazeera gaat in een paar minuten live voor de toegangspoort.

„Komt allen voor het protest.”

Spandoeken worden uitgerold. Kinderen klimmen op de toegangspoort. Mannen met lange baarden schrapen hun kelen.

Al-Jazeera laat het kamp geen dag alleen. De zender staat hier al weken voor de poort. De Arabische lente en de ineenstorting van voorheen machtige regimes is voor de financier van de zender in het emiraat Qatar leading story. Op het moment dat de verslaggever contact heeft met het hoofdkwartier in Qatar begint achter hem de kakofonie. „Weg met Bashar al-Assad. Weg, weg, weg.”

Het protest stopt abrupt zodra de correspondent is uitgesproken. De spandoeken gaan in plastic tassen, de kinderen gaan door met knikkeren. Dat was het weer voor deze middag.

Meer dan negenduizend Syrische vluchtelingen verdeeld over vijf kampen bivakkeren in de Turkse grensprovincie Hatay. Veel zitten er al sinds juni, toen ook het noordelijke grensgebied werd meegesleurd in de strafcampagne van het Syrische leger tegen burgerlijke ongehoorzaamheid.

Het kamp was tot voor kort even ontoegankelijk voor journalisten als Syrië zelf. Het Turkse ministerie van Buitenlandse Zaken zei te vrezen voor de veiligheid van de vluchtelingen, maar leek vooral bezorgd de ooit warme banden met Damascus onnodig onder druk te zetten.

Die voorzichtigheid is weg. Turkije staat nu vooraan in het internationale protest tegen de bloedige onderdrukking van de protesten en roept met Golfstaten als Qatar en Saoedi-Arabië om het aftreden van Assad. De stem van de kampen mag gehoord worden.

De vluchtelingenkampen zijn een laboratorium voor het nieuwe Syrië. Meer dan dertig huwelijken zijn er inmiddels voltrokken. Er zijn winkels voor groenten en fruit, er zijn schooltjes. Van hier uit worden voedsel, medicijnen, wapens en soldaten de grens over gestuurd. Behalve achter de gesloten grenzen van het vaderland krijg je nergens anders een beter beeld van het Syrië dat de demonstranten en de gewapende strijders van het Vrije Syrische Leger voor ogen staat.

Rozen

Een jaar geleden begon de strijd tegen president Bashar al-Assad ongewapend, met rozen en olijfbladeren en oproepen tot democratische hervormingen. Maar met het voortdurende nieuws over het bloedvergieten in Homs, in Hama, in Idlib, in Deraa, zelfs in de twee grote steden Aleppo en Damascus, overheerst tussen de blauwe tentzeilen nu de taal van wraak en gewapende strijd.

„We willen dat de internationale gemeenschap ons wapens geeft. Ik zweer bij God, met voldoende wapens staan we morgen aan het bed van de president”, zegt de 20-jarige Khalid, pluisbaard, groene sjaal. Hij deserteerde twee weken geleden uit het Syrische leger. Hij laat zijn legerpas zien waar zijn rang als korporaal op staat omschreven. „We werden naar een protest gestuurd en de kolonel gaf een opdracht om te vuren. Ik hoorde dat de demonstranten uit mijn geboortedorp kwamen. Ik kon het niet. Ik heb eerst over hun hoofden heen geschoten. Toen heb ik mijn wapen weggesmeten en ben ik naar ze toe gerend.”

De wapens komen al. Iedere dag meer. Bronnen zoals de voormalig CIA-agent in Turkije, Phil Giraldi, beweren dat ongemarkeerde NAVO-vliegtuigen wapens uit de arsenalen van het voormalige Libische leger via Turkse havens naar Syrië smokkelen. Tanks die eerst met stenen werden bekogeld, worden nu beschoten met raketwerpers. Oliepijpleidingen worden opgeblazen.

„Alleen een leger kan dit leger stoppen”, zegt Ramez Said, die met een been vol grote ijzeren pinnen door het vluchtelingenkamp strompelt. Hij werd zelf neergeschoten tijdens een ongewapend protest. „Zo gauw ik ben hersteld keer ik terug om met het Vrije Syrische Leger te vechten.”

Zo denkt ook Khalid. Hij heeft al zijn goud verkocht om een wapen te kopen. Hij wil zich aansluiten bij het Vrije Syrische Leger. Hij spreekt als de teksten die dagelijks over Youtube worden uitgestort. „Ik sta klaar om de laatste druppel bloed in mijn lichaam te offeren voor het heroïsche volk van Syrië.”

Die strijdlust klinkt overal, tent na tent. Bij de toiletten, bij de groentekraampjes. Nu is het tand om tand, oog om oog. Zelfs in dit kamp waar op papier alleen civiele vluchtelingen mogen schuilen. Er is ook een speciaal kamp ingericht voor gedeserteerde officieren, waarvandaan leiders van het Vrije Syrische Leger hun operaties zouden plannen. Wie twijfelt aan hun gewelddadige methoden, loopt het gevaar voor verrader te worden uitgemaakt.

„Als deze strijd nog lang voortduurt dan zal Syrië worden overspoeld met wapens en kweken we een hele generatie die alleen geweld kent. Die wapens krijg je nooit meer afgepakt. Als de besluiteloosheid van de internationale gemeenschap aanhoudt, stevenen we onherroepelijk af op een burgeroorlog zoals in Irak”, zegt Haj Yussuf, een zakenman die zes maanden geleden vluchtte uit Al-Janudiyah in Noord-Syrië. Hij kijkt om zich heen of niemand mee luistert. „Het is heel gevaarlijk om dat hier hardop te zeggen. Het wordt hier niet geaccepteerd. Ze zullen je uitmaken voor verrader, een agent van het regime.”

De geest van veertig jaar verdeel-en-heers onder vader en zoon Assad waart door het vluchtelingenkamp. Angst voor geheim agenten, angst voor elkaar, angst voor afwijkende meningen. De sunnieten voeren hier het hoogste woord. Syriërs uit de alawitische gemeenschap (van president Assad) zijn hier niet te vinden, ook al zijn ook sommige alawitische wijken in opstand gekomen. Ondenkbaar, levensgevaarlijk, zegt Haj Yussuf. Er is een handvol Koerden, maar die houden zich muisstil. Net als in de strijd tegen Assad.

Balpen

Hier tussen de hekken van het kamp Yaladagi overheerst ook de overtuiging dat het Syrië na de val van Assad conservatiever moet zijn, met ruimte voor meer religieus, lees sunnitisch, onderwijs. Dat wordt duidelijk in het schoolgebouw dat het gemeentebestuur van Hatay heeft opengesteld voor de kinderen van de vluchtelingen. In de ochtend tekenen de kinderen hun herinneringen. Een jongen van acht tekent tanks, liggende mensen en kleurt met balpen de straten rood. „Dit is het bloed van de Syriërs”, zegt hij beslist. Zo is het thuisland, zoals hij het zich herinnert.

Rond het middaguur stappen de onderwijzers over op het volgende onderwerp. Onder de portretten van Mustafa Kemal Atatürk, grondlegger van seculier Turkije, lezen Syrische vrouwen met hoofddoeken voor uit de koran. Een doodzonde in het Turkije waar staat en godsdienst sinds bijna 90 jaar strikt gescheiden zijn. Een ambtenaar die in dit land met een hoofddoek op zijn werk durft te verschijnen, wacht straf. Maar in het schooltje voor Syrische vluchtelingen gebeurt het.

Syrië onder Assad is veel minder strikt seculier dan Turkije en staat religieus onderwijs toe, onder toezicht. Maar na veertig jaar heerschappij van een alawitische minderheid voelen deze sunnieten dat de tijd is gekomen om zelf te bepalen hoe het onderwijssysteem wordt ingericht. „We willen de nieuwe generatie met islamitisch en Arabisch bewustzijn opvoeden”, zegt de 29-jarige lerares Dalia. Ze vluchtte uit de kustplaats Latakia nadat de mannen in haar wijk werden vastgebonden en gemarteld. „We willen meer vrijheid. Dat betekent voor mij dat we onze religie mogen beoefenen waar we willen, wanneer we willen. Hier planten we nu de godsdienst in de hoofden van onze kinderen, omdat Assad ons dat recht had afgenomen. Als hij valt krijgen we een nieuwe model in Syrië, als God het wil.”

Een imam komt binnen met twee schoolkinderen aan de hand. In de aanpalende moskee klinkt de oproep tot gebed. In de klaslokalen wordt de koran opengeslagen. Het portret van Atatürk kijk toe. „We keren straks allemaal terug naar Syrië. Dit is eigenlijk geen Turkije”, excuseert het hoofd van de school zich. Ze wil haar naam niet geven.

Zakenman Haj Yussuf schudt zijn hoofd. Hij draagt geen baard, zoals de meeste jonge mannen in het kamp. Hij is sunniet, maar dat zou er niet toe moeten doen, vindt hij. „Deze revolutie begon als een civiele strijd, een strijd voor meer vrijheden, een strijd die niets met godsdienst van doen had. Ons stond een seculiere staat voor ogen. Maar hoe langer de strijd duurt, hoe meer mensen om me heen religieuzer worden. God vult de leegte van de wanhoop. Zo hadden we het niet bedoeld.”

    • Bram Vermeulen