Alleen Rusland kan Assad op andere gedachten brengen

Is Rusland de laatste hoop van de internationale gemeenschap om het bloedvergieten in Syrië te stoppen? Rusland is sinds zijn veto van de Syrië-resolutie in de VN-Veiligheidsraad de gebeten hond in het Westen. De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Hillary Clinton vroeg zich af „aan wiens kant” de Russen eigenlijk stonden. Ban Ki-moon, de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, zei dat het Moskous schuld was dat Syrisch bloed blijft vloeien – in diplomatieke bewoordingen.

Toch kan Rusland volgens de politiek analist Robert Danin van de Amerikaanse denktank Council on Foreign Relations juist een belangrijke rol spelen bij de beëindiging van het conflict. Moskou, stelt hij in een opiniestuk op de website van zijn denktank vorige week donderdag, heeft eigenlijk als enige nog invloed in Damascus, en zou dus kunnen bemiddelen. Sergej Lavrov, de Russische minister van Buitenlandse Zaken, kwam tijdens zijn ontmoeting in Damascus vorige week met president Bashar al-Assad, vlak na het Russische veto, zelf al met plannen om gesprekken op te zetten tussen het regime en de oppositie. Van die oppositie weigert tot nu toe een groot deel te praten.

Danin pleit dan ook voor een andere opstelling van westerse leiders jegens de Russen. „We kunnen beter de dialoog met hen aangaan dan ze te demoniseren”, zegt hij. Dat zijn die leiders ook aan het Syrische volk verplicht, vindt hij. „Waarschijnlijk wordt het bloedvergieten in Syrië alleen maar erger.” Dan moet je alles proberen om dat te voorkomen.

Danin legt de vinger op de gevoelige plek. Europa en de Verenigde Staten hebben nauwelijks nog ingangen bij het Syrische regime en dat maakt praten lastig. Nu minister Clinton de ambassadeur die zij in het kader van de toenadering naar Damascus had gestuurd, heeft teruggehaald, wordt het nog moeilijker hoogte te krijgen van Bashars plannen. Het Westen heeft zich al vaker in hem vergist, zoals Carolien Roelants op pagina 3 uitlegt.

Rusland heeft er ook belang bij om mee te werken. Het heeft een belangrijke ankerplaats in Syrië en levert het land al jaren voor miljarden aan wapens. Syrië is Ruslands exclusieve steunpunt in het Midden-Oosten, en dat is geen positie om lichtzinnig op te geven – zie de conflictkaart in deze bijlage.

Bovendien is nu het moment banden te smeden met de oppositie, die, zoals Bram Vermeulen beschrijft, nog in grote onzekerheid verkeert welke kant Syrië opgaat als Assad eenmaal gevallen is. Nieuwe vrienden bieden zich aan – Al-Qaeda heeft zich nu ook gemeld.

Wat Rusland niet wil, is dat Assad ten val wordt gebracht door externe bemoeienis. Al was het maar uit angst dat premier Poetin zelf een keer met zoiets wordt geconfronteerd. In Rusland, of in omliggende voormalige Sovjetrepublieken die het nog altijd als zijn invloedssfeer beschouwt. Mocht Assad bij gesprekken met de oppositie echter ‘vrijwillig’ besluiten te vertrekken, dan ligt de zaak natuurlijk anders. Reden te meer om de komende dagen op Moskou te letten.

    • Chris Hensen