Tony Cohen: ‘Mijn collectie komt uit eigen creatie.’

Een paar weken geleden plaatste ik een blog over de show van Tony Cohen tijdens de laatste Amsterdam Fashion Week ((Tony ♥ Haider).
Een aantal elementen deed me erg denken aan het werk van Haider Ackermann; niet zozeer de kledingstukken zelf, maar het draperen, de asymmetrie, de manier waarop een doek over een hoofd was geslagen, broeken met slepen of openvallende plissérokken, het kleurgebruik.
Maar dan, ik zal het nu maar zeggen, veel en veel minder goed van snit en kwaliteit.

Er wordt wel gezegd dat de modetaal af is. Alles is al gemaakt, het gaat er nu om wanneer je oude dingen weer tevoorschijn haalt, en hoe de styling is.
Iedere ontwerper kijkt bovendien naar andere ontwerpers. Er zullen er maar weinig zijn die nooit geput hebben uit het werk van Yves Saint Laurent of Chanel. Het gaat er dan om dat er een eigen, nieuwe draai aan wordt gegeven.
Het helpt ook al als er een tijd is verstreken sinds het origineel. Allebei niet het geval bij Cohen. Bovendien waren zijn vorige twee shows totaal anders van sfeer.

Vrijdag was ik uitgenodigd op het kantoor van Cohen in het World Fashion Centre in Amsterdam. Hij zou aantonen dat zijn collectie ‘uit eigen creatie’ kwam.

Cohen liet aan de hand van foto’s zien hoe sommige kledingstukken al in shows uit 2008 en 2009 was getoond. Soms waren ze nu iets aangepast; aan een top had hij nu een lange rok gezet. Maar hij gaf toe dat hij zich bij sommige outfits wel kon voorstellen dat ik aan Ackermann moest denken. De manier waarop hij het had gepresenteerd, was echter een ‘logisch gevolg’ van de ontwikkeling die hij doormaakt, zei hij.
Dat hij vorig seizoen met een hippiejurkenshow kwam, vond hij geen argument. ‘Dat was mijn commerciëlere lijn. Dat is iets heel anders.’

Een andere blogger had drie dagen na mijn blog een stuk geschreven over de overeenkomst, en dat kwam door mij, dacht Cohen (de blogger zat vlak naast me en riep het eerder dan ikzelf. Ook bij anderen viel de naam Haider Ackermann na Cohens show).

Cohen toonde aan dat er op kledingstukniveau geen sprake was van imitatie – op die broeken onder rokken na dan, en de kleurcombinaties. Maar dat heb ik ook nooit beweerd.

Laten we er even van uitgaan dat de overeenkomsten toevallig waren. Dan nog moet je dat als merk niet willen, denk ik: een show brengen die doet denken aan het werk van een veel geprezen ontwerper, die zijn publiek soms tot tranen weet te ontroeren met zijn werk. Er zullen altijd mensen zijn die de vergelijking gaan maken. Cohen zei dat hij de mode van Haider Ackermann goed kent.
Aan de andere kant: maar een klein gedeelte van het publiek in Amsterdam is waarschijnlijk bekend met Ackermann.
Achter mij hoorde ik na afloop van de show roepen: ‘Wat erg, he, dat je nou nog een half jaar moet wachten voor het in de winkel ligt!’