Zwakke Finnen zijn het probleem niet

Tennissers Thiemo de Bakker en Robin Haase zetten Nederland vrijdag in de Davis Cup op voorsprong (2-0) tegen Finland. Wanneer is de huidige generatie spelers klaar voor de Wereldgroep?

Thiemo de Bakker verkeert in extase na de winst van de tweede set in zijn gewonnen Davis-Cup partij tegen de Fin Timo Nieminen. Foto Henk Koster

Lachende gezichten in Den Bosch. De Nederlandse tennissers vielen elkaar in de armen, nadat de eerste dag van het Davis Cup-duel met Finland was afgesloten met een 2-0 voorsprong. Ongekende luxe voor het team van captain Jan Siemerink.

Thiemo de Bakker (23), die vorig jaar een vrije val maakte op de wereldranglijst en zich dit seizoen wil terugknokken, won in straight sets van Timo Nieminen. Robin Haase had Nederland, in de eerste ronde van de Europees/Afrikaanse zone, eerder al op voorsprong gezet door Juho Paukku te verpulveren (6-1, 6-1 en 6-1). Haase, na afloop refererend aan de ontelbare fouten van Paukku: „Eigenlijk hoefde ik niet van hem te winnen, hij deed het zelf voor mij.”

Met die woorden omschreef Haase precies het bedenkelijke niveau van de Finnen. Er ging veel fout. Opslagen die telkens verkeerd werden opgegooid (Paukku), of zelfs een keer helemaal misgeslagen (Nieminen). Er viel veel te lachen in Den Bosch.

Maar wat zegt het over de status van het Nederlandse tennis? Vrijwel iedereen aan Nederlandse zijde plaatste kanttekeningen bij de comfortabele voorsprong. Paukku, nummer 656 van de wereld, leek volledig bevangen door de zenuwen. Nieminen, dertig jaar oud, had zelfs nog nooit een wedstrijd op ATP-niveau gespeeld. Dat geeft te denken. De twee Finnen werden opgesteld omdat hun landgenoten Jarko Nieminen, nummer 47 van de wereld, en Harri Heliovaara met blessures moesten afzeggen.

In dat licht is het lastig te zeggen of Nederland de stap naar de Wereldgroep kan maken. Als het team Finland verslaat, wacht begin april de thuiswedstrijd tegen Roemenië. Mocht ook die horde worden genomen, dan speelt Nederland in september een play-off voor een plek in de Wereldgroep.

Raemon Sluiter, voormalig coach van De Bakker, is als oud-prof nog nauw betrokken bij de huidige generatie. Hij verwacht dat Nederland over twee, drie jaar kansrijk is voor de Wereldgroep. „Robin stelt hoge eisen aan zichzelf, leeft voor zijn sport en als zijn ranking (54ste van de wereld, red.) zich dit jaar stabiliseert, moet hij daar tevreden mee zijn, vind ik.”

Haase behoeft dus weinig zorg, vindt Sluiter. „Wat er achter deze generatie zit, is veel zorgwekkender”, meent hij. „Veel talenten hebben moeite de laatste stap te maken.”

Maar over De Bakker, door een aantal blessures afgegleden naar plek 209, is Sluiter positief gestemd. „Thiemo beseft gelukkig dat hij niet binnen drie weken op zijn oude niveau terug is. Dat duurt misschien wel drie maanden of een half jaar, maar dat maakt niet uit. We weten dat hij die potentie heeft.”

De andere Nederlandse toppers bieden minder zekerheid. Voor Thomas Schoorel, die het afgelopen seizoen veel last ondervond van een schouderblessure, is het zaak fit te worden. Hij speelt vanaf zaterdag kwalificaties voor het ABN Amro Tennistoernooi, dat maandag begint. Toernooidirecteur Richard Krajicek maakte vrijdag bekend dat Igor Sijsling de laatste wildcard krijgt. „Igor is nog te wisselvallig”, vindt Sluiter. „Hij heeft al eens aangegeven dat hij het moeilijk vindt dag-in-dag-uit voor zijn sport te leven, en dat zie je terug in zijn spel.”

Ook voorzien van een wildcard is Jesse Huta Galung, die sinds kort gecoacht wordt door Stephan Ehritt. „Niets ten nadele van zijn vorige coaches, maar ik denk dat het een goede match is”, zegt Sluiter. „Jesse zie ik de top-100 wel halen. Voor spelers die rond de 150ste plek schommelen, is het financieel alleen erg lastig. Aan het einde van het jaar houden ze net te weinig geld over, waardoor ze nog competitie moeten gaan spelen. Als ik Jesse was, zou ik me iets meer richten op het spelen van toernooien.”

En, om de status van het Nederlandse tennis nog maar eens te schetsen, haalde Siemerink de Antilliaanse dubbelspecialist Jean-Julien Rojer over voor Nederland uit te komen.

Maurits Hendriks, technisch directeur van NOC*NSF, was vrijdag aandachtig toeschouwer in Den Bosch. Hij heeft de laatste maanden geïnvesteerd in de verhoudingen met de tennisbond. „Want die relatie was niet in orde”, ontdekte Hendriks. „Je loopt als sportkoepel het gevaar dat je tennissers gaat zien die als individuen de wereld over reizen.” Volgens hem krijgen tennissers daardoor onbedoeld minder aandacht dan andere topsporters.

    • Jan Cees Butter