Zaadcelletje hebben? Ruilen voor tien eicellen?

Onvruchtbare stellen kunnen bij een privékliniek in Noord-Brabant eicellen ruilen tegen zaadcellen en omgekeerd. De meeste gynaecologen vinden dat onethisch. Idealistisch ruilen of handel in wanhoop? De minister laat zich komende week informeren. „De grote levensvragen stellen ze niet.”

Laborante haalt sperma uit een vrieskist in fertiliteitskliniek Behandelcentrum Geertgen. Foto’s Joyce van Belkom

Karin en Paulina, een lesbisch stel, hebben een zoontje van vier maanden. Ze wonen in een rijtjeshuis in Eindhoven en werken allebei. Vandaag zit de baby tevreden bij Paulina op schoot, in de woonkamer. De open haard knispert. Karin (30) heeft zelf het hout gehakt.

Het jongetje is geboren dankzij een opmerkelijk ruilsysteem. Bij vruchtbaarheidskliniek Geertgen, in het Brabantse Elsendorp, kreeg Karin donorsperma en in ruil daarvoor stond zij eicellen af. Wel moest ze een zware hormoonkuur ondergaan. Want normaal gesproken produceert een vrouw elke maand één eicel, maar met hormooninjecties kan ze er in één keer wel tien of 20 produceren.

De deal werd ruim een jaar geleden gesloten en werkte zo: Karin mocht de wachtlijst voor donorzaad overslaan mits ze extra eicellen afstond aan de kliniek. Er is maar één kliniek in Nederland die zo’n ruil aanbiedt: die van de Geertgen. Behandelcentrum Geertgen, een erkende fertiliteitskliniek en orgaanbank, is van Henk Ruis (60), een bevlogen gynaecoloog. Hij werkte jarenlang in ziekenhuizen maar stortte zich in 2004 op zijn kliniek en het ruilsysteem. Karin: „Bij Geertgen konden we binnen drie maanden voor donorzaad terecht als we eicellen voor een ander teruggaven.”

Karin en Paulina wilden al langer eicellen afstaan, om idealistische redenen. „We weten zelf té goed hoe fijn het is als een ander je helpt. Eerst wilden we zwanger worden van een bekende donor en later, als het gezin voltooid was, zouden we eitjes afstaan aan vrouwen die ze goed konden gebruiken.” Twee weken voordat ze zouden beginnen haakte de bekende donor af. Teleurstelling. En toen wendden Karin en Paulina (28) zich tot Geertgen. Dat voelde meteen goed. „Je bent geen nummer maar een klant. De artsen luisteren naar je.” De zorgverzekering betaalde.

Stralende baby

Eicellen zijn schaars. De meeste vrouwen maken er twaalf per jaar maar sommige vrouwen produceren er geen een. Omdat ze te oud zijn of onvruchtbaar. Nederlandse vrouwen beginnen gemiddeld op hogere leeftijd aan kinderen dan vrouwen in alle andere Europese landen.

Eicellen zijn zo schaars dat er wereldwijd een markt voor is ontstaan. In Spanje zijn ze te koop voor 10.000 euro per stuk. Ze worden dan in het laboratorium bevrucht met het zaad van de echtgenoot, of donorzaad, en de baby groeit verder in de buik van de vrouw. In Engeland adverteert London women’s clinics in de metro met Free ivf! naast een foto van een stralende baby. De kliniek biedt vrouwen een vruchtbaarheidsbehandeling ter waarde van 2.000 euro gratis aan. Dan produceert zij met hormooninjecties zoveel eitjes dat ze zelf zwanger kan raken én eicellen over heeft voor klanten die nóg minder vruchtbaar zijn.

Vorige week maakte gynaecoloog en ivf-expert Bart Fauser bekend dat hij, in april, een eicelbank opent in het Academisch ziekenhuis in Utrecht. De tweede in het land. Bij Geertgen bestaat de eicelbank sinds 2005. Er melden zich elk jaar 1.500 Nederlandse stelletjes. Sommige hebben zaad nodig, anderen juist eicellen. Er werken 63 mensen, onder wie vier gynaecologen, vier vruchtbaarheidsartsen, vier psychologen en twaalf verpleegkundigen.

Het ruilsysteem noemt Geertgen ‘faire wederkerigheid’. Van een paar dat sperma nodig heeft, doneert de vrouw eicellen. Die worden weer gebruikt om een ander paar te helpen van wie de man op zijn beurt zaadcellen doneert. Beide paren zijn door deze ‘ruil’ geholpen, en de wachtlijsten worden korter.

Toch is het ruilsysteem van Geertgen omstreden. De vereniging van gynaecologen (NVOG) nam er in oktober een officieel standpunt tegen in. Zij vinden dat vrouwen een te hoge prestatie moeten leveren (de hormoonkuur en verwijdering van extra eicellen) vergeleken met mannen, die alleen zaad hoeven in te leveren. De patiëntengroep is te „kwetsbaar”, schreven zij. Over de kliniek zelf doet de vereniging geen uitspraken.

Overstimulatie

Tijdens de ivf-behandeling van Karin ontstond een probleem. De hormonale stimulatie was zo’n succes dat er wel twintig eitjes in haar eierstokken groeiden. Ze kreeg een zogeheten ovariëel hyperstimulatiesyndroom (dat de eierstokken abnormaal vergroot) en een trombose. Ze mag nooit meer ivf; als ze nog een kind wil, moet ze een van de ingevroren embryo’s gebruiken die er nog over zijn.

Door de trombose kreeg ze tijdens de hele zwangerschap en kraambed bloedverdunnende prikken. Karin: „Natuurlijk: als we toen wisten waar we in zouden belanden, waren we er misschien niet aan begonnen. Maar ze hadden ons netjes gezegd dat er een kans van twee procent op problemen was. Dan denk je: dat overkomt ons niet. Terugkijkend hebben we wel vragen. Was de overstimulatie te voorkomen geweest? Of kwamen de twintig eitjes goed van pas om andere vrouwen te helpen?”

Wat Karin en Paulina weer goed vinden, is dat Stichting Geertgen een fonds heeft voor paren voor wie de verzekeraar geen ivf meer vergoedt, en die toch deze behandeling willen ondergaan.

Bevruchting

Drie medisch ethici (van de universiteiten in Maastricht en Gent) verdedigden de ruil van zaad tegen eicellen onlangs in deze krant. „De kritiek is zwak”, schreven zij. „Dat een eiceldonor een grotere inspanning moet leveren dan een zaaddonor klopt, maar dit kan geen doorslaggevend bezwaar zijn. Binnen het huidige systeem leveren eiceldonoren (zus, vriendin) dezelfde inspanning – zonder dat zij daar iets voor terugkrijgen. Men kan toch moeilijk volhouden dat het moreel beter is om deze belasting af te wentelen op altruïstische vrijwilligers (zus, vriendin), dan een beroep te doen op degenen die zelf ook van de zaad- of eiceldonatie profiteren?”

Directeur Ruis van Geertgen vecht, zegt hij, tegen een gevestigde orde van gynaecologen. „Ze willen geen nieuwkomer accepteren en grijpen ons systeem aan om ons te weren.” Minister Schippers (Gezondheidszorg) spreekt komende week met deskundigen om te komen tot een standpunt over faire wederkerigheid. Zij is een liberaal en heeft al laten weten dat ze zelf, in beginsel, geen bezwaar heeft tegen eicel- en zaadruil.

Haar voorganger, Ab Klink (CDA), was niet enthousiast. Daardoor heeft Ruis nóg een probleem. Klink wees zijn verzoek om een ivf-vergunning af, in 2010. Ruis’ kliniek mag álles bieden, van hormonen om de vruchtbaarheid te vergroten tot het invriezen van zaad en eicellen. Maar de bevruchting – het bijeenbrengen van zaad en eicel – gebeurt in Duitsland, in een erkende ivf-kliniek daar. Bij de dertien Nederlandse ivf-instellingen wordt hij niet geholpen, zegt hij.

Ruis ging in beroep tegen Klinks beslissing maar de bestuursrechter hield die beslissing in stand. Nu vecht hij het besluit aan bij de Raad van State. Want de omweg naar Duitsland met ingevroren eicellen en sperma, kost per patiënt duizend euro. Dat betaalt Geertgen, zegt hij, nu zelf; ongeveer een miljoen euro per jaar. Ruis: „Dat is niet vol te houden.”

Maakt Ruis met zijn ruilsysteem misbruik van de wanhoop van kinderloze stelletjes? Als je de zware hormoonkuur ondergaat, sla je de wachtlijst over. In zekere zin wel, zegt hij, maar hij maakt er geen winst mee. „Bovendien: ze kunnen nergens anders terecht in Nederland.”

Het systeem van Londen Women’s clinics maakt wel gebruik van wanhoop én armoede: onbemiddelde vrouwen krijgen gratis ivf mits ze de extra zware hormoonkuur ondergaan om de betalende onvruchtbare klant van eitjes te voorzien.

Over de psychologische begeleiding bij Geertgen zijn Karin en Paulina kritisch. Ze hadden een gesprek van een uur met een psycholoog. Karin: „Dat voelt wat kort. Zeker als je bedenkt dat een vriend die een nier wilde af staan, een jaar lang gesprekken met een psycholoog voerde.” Henk Ruis zegt, in een reactie, dat alle klanten die langer willen praten, van harte welkom zijn.

Paulina: „De grote levensvragen stellen ze niet. Je geeft iets weg. Zelf kan je met lege handen blijven staan – als jouw bevruchting mislukt.”

Karin: „Hoe voelt het als over 16 jaar het kind dat uit het weggegeven ei ontstaan is, aanbelt? Hoe voelt het als je zelf wel zwanger wordt en er 16 jaar later een half broer of zus van je kind aanbelt? Of hoe groot wordt het verlangen, als je hoopt dat het kind uit het weggegeven ei contact zoekt, maar dat niet doet?”

Paulina: „Pas als je op deze vragen zonder te knipperen antwoord kan geven, mag je wat mij betreft beginnen met deze behandeling. Maar die vragen stellen ze je niet.”

Nu ze hun zoon hebben, vragen Karin en Paulina zich af wat er gebeurt als hij over zestien jaar wil weten wie zijn biologische vader is. Volgens de donorwet mag hij dan over de gegevens beschikken waarmee hij zijn vader kan opsporen.

Karin: „Wij hebben uit ideologische overwegingen eitjes af gestaan. Gewoon, om iemand anders te helpen. Maar inmiddels hebben we op televisie een programma gezien waarin ook andere ouders die aan faire wederkerigheid hebben meegedaan, aan het woord kwamen. Die waren radeloos omdat ze geen kinderen konden krijgen.

„Mij bekroop het idee dat er behalve idealistische mensen ook mensen aan meedoen die klem zitten omdat hun eitjes of zaadcellen niet goed zijn en ze er niet op een andere manier aan kunnen komen. En dan hoop ik wel dat als mijn zoon later bij zijn biologische vader aanbelt, de deur voor hem open zal gaan.”

    • Nienke Trommel
    • Frederiek Weeda