Warm lijk vol cervelaatworst

Ik had al een keer eerder een advertentie voorbij zien komen: „Zombies gevraagd voor een film”. En ook: „Alleen aanmelden als je geen probleem hebt met rauwe vleeswaren op je gezicht.” Voor zover ik het kon inschatten had ik geen problemen met rauwe vleeswaren op mijn gezicht. Toch liet ik de kans lopen – en bleef de jaren erna spijt houden.

Mijn hart gaat namelijk sneller kloppen van zombies, en hoe ze door een apocalyptisch landschap scharrelen terwijl er een worm uit hun oogkas kruipt. Geen enkel ander monster is zo eerlijk en recht door zee: een zombie wil hersenen eten, meer niet. Kom daar maar eens om bij zo'n zwijmelende glittervampier.

De volgende keer dat ik de mogelijkheid kreeg om te figureren als ondode – in een videoclip voor Rockabilly Roadkill van The Sadists – aarzelde ik geen moment: ik was klaar om een volledig pakje cervelaat over mijn gezicht te laten draperen. Eindelijk zou ik zien hoe ik er uitzag als warm lijk, eindelijk zou ik gezellig kunnen samenscholen met andere zombies – eindelijk kon ik met gerust hart sterven. En daarna weer herrijzen.

Omgetoverd worden tot zombie blijkt vooral veel te maken te hebben met siliconenhuid: zorgvuldig worden mijn wenkbrauwen afgeplakt, zodat er vreemde, gesmolten vormen op mijn gezicht ontstaan, die vervolgens worden bedekt met kleverig nepbloed. Terwijl iedereen wacht tot de opnames van de videoclip beginnen, bedenk ik wat ik allemaal zou kunnen doen met dit hoofd (me verstoppen in een steeg en iemand laten schrikken. Me verstoppen in de wc van een McDonald’s en iemand laten schrikken. Me waar dan ook verstoppen en iemand laten schrikken). Als ik even later echter besluit een klein rondje over het Leidseplein te lopen, kijkt helemaal niemand van me op. Voor de duidelijkheid: ik zie er dus uit alsof ik bij wijze van lunch een aorta heb leeggeslurpt. Mocht er ooit een zombieuitbraak komen, ik waarschuw u alvast: vertrouw niet op de mensen in Amsterdam.

Tijdens de opnames probeer ik me zo zombieachtig mogelijk te gedragen. Een onnadenkend persoon zou misschien denken dat dit gemakkelijk is: zombies doen natuurlijk niet erg veel. Toch is bewegen alsof je ledematen net weer tot leven zijn gewekt best lastig. En blijf ik me vooral zo’n onhandige zombie uit een jaren tachtig B-film voelen, die veel te houterig beweegt en absoluut niet eng is. En een niet enge zombie is al snel een belachelijke zombie.

Uiteindelijk zitten de opnames erop: ik heb op een vale teddybeer geknaagd, ik heb gegromd, ik heb onheilspellend gewiegd: voor even was ik een zombie. Een onderdeel van een groter, monsterlijk geheel.

En nu zit ik gewoon weer met dat kloppende hart opgescheept.

    • Renske de Greef