Waarom glijden schaatsen over het ijs?

Foto Bas Czerwinski

Hoe werkt schaatsen? Lang werd gedacht dat de smalle ijzers het ijs eronder samendrukken en het zo laten smelten tot water. Dat zou een glad waterig laagje geven waarover de ijzers goed glijden. Niet waar dus [zie het proefje hiernaast]. Je kunt dat ook uitrekenen. Dan zie je dat het veel te veel moeite kost om ijs zo hard samen te drukken dat het smelt. Je hebt 120 keer de luchtdruk (120 atmosfeer) nodig voor een temperatuurstijging van maar 1 graad! Om gerekend moet je dan een flinke neushoorn op (vier) schaatsen zetten. Een mens van 65 kilo op noren levert met zijn ijzers maar 6 atmosfeer druk op het ijs, zeggen experts.

Hoe werkt schaatsen dan wel? Doordat het bovenste laagje ijs, grenzend aan de lucht, géén gewoon ijs is. Het is een dunne, haast vloeibare film die op water lijkt – en daar glij je overheen! Als het niet al te bitter koud is tenminste. Want hoe kouder het ijs, hoe dunner die film. En een flinterdunne film schaatst niet lekker. Omgekeerd: hoe warmer het ijs, des te gemakkelijker je er met je schaatsen in zakt. Dan gaat schaatsen ook stroever. Het beste gaat het al met al, zeggen experts, bij -7 graden Celsius.