Verhagen geeft les in tactiek

Vicepremier Verhagen stelt eisen aan extra bezuinigingen en zoekt, lijkt het, de confrontatie met de PVV. Zo maskeert hij ook een potentieel conflict met zijn eigen minister van Financiën.

Aan de lange tafel van de ministerraad, in de Trèveszaal, zit vicepremier Maxime Verhagen (Economische Zaken, CDA) tussen Ivo Opstelten (Justitie, VVD) en Jan Kees de Jager (Financiën, CDA). Een mooi beeld: de dominante tacticus tussen de bezadigde liberaal en de apolitieke technocraat.

Dat Verhagen een begenadigd tacticus is, bleek deze week opnieuw uit zijn vraaggesprek met De Telegraaf. Hij sprak daarin, een beetje vroeg, over het thema waarvoor Den Haag zich schrap zet: de onderhandelingen over extra bezuinigingen in maart, die beginnen als het Centraal Planbureau op 1 maart doorrekeningen over de economie publiceert.

In het interview zegt de vicepremier dat hij niet alleen wil bezuinigen. Nederland moet ook hervormen – op de woningmarkt, in de sociale zekerheid, in de zorg. Na de ministerraad voegde hij er vrijdag aan toe dat hij ook de economie wil „stimuleren”. Opvallend. De Jager zei vorig jaar zomer nog dat „de tijd van stimuleren echt voorbij is”.

Het interview was een ogenschijnlijk gewaagde manoeuvre van de vicepremier. Premier Rutte wrong zich donderdag nog in allerlei bochten om niets te zeggen over de oproep van werkgeversvoorzitter Wientjes tot een nullijn in 2013. Hij kon nu eenmaal niet vooruitlopen op besprekingen die in de coalitie nog moeten beginnen, herhaalde hij steeds.

Een dag later deed zijn vicepremier – „de collega”, zei Rutte zuinig – dat dus wel. Verhagen verdedigde zich met de stelling dat hij op zijn beleidsterrein, „de Nederlandse economie”, was gebleven. Toch lijkt de manoeuvre voordelig uit te werken voor Verhagen, zeker als je weet hoe de vlag er binnen zijn partij bij hangt.

Aan de ene kant stelt zijn partijgenoot De Jager zich steeds hard op in Brussel. Rond Griekenland, maar ook rond het Stabiliteits- en Groeipact dat bepaalt dat Nederland volgend jaar maximaal een begrotingstekort van 3 procent mag hebben. Aan dat pact „gaan we beslist niet morrelen”, zei De Jager onlangs nog in de Kamer. Die Brusselse eis vergt, zo valt binnen de coalitie te beluisteren, bezuinigingen van 6 tot 8 miljard euro in 2013. Dat bedrag wordt vermoedelijk alleen gehaald door een impopulaire btw-verhoging en de nullijn van Wientjes.

Deze maatregelen klinken kloek, maar ze zijn voor een politicus niet aantrekkelijk: ze zouden ook vuilnismannen, verpleegkundigen en onderwijzers treffen, en met een vakbeweging waar het SP-kader de PvdA’ers wegspeelt, betekent dat een heet najaar.

Aan de andere kant staat Verhagen onder druk van partijgenoten die bezuinigingen op ontwikkelingssamenwerking of invoering van nieuwe eigen bijdragen in de zorg willen ontlopen. Die willen het liefst een flexibelere opstelling: „een beetje meer” dan 3 procent begrotingstekort in 2013 vinden zij „helemaal geen ramp”. Ook sommige CDA-bewindslieden vinden dat. Maar De Jager heeft zich zo sterk gecommitteerd dat hij voor het CDA inmiddels de positie van een VVD-minister inneemt.

Gesteld voor die spanning is het voor de vicepremier geen ramp het conflict buiten de eigen partij te zoeken, bijvoorbeeld met de PVV. Die wil weinig weten van bezuinigen op zorg en hypotheekrenteaftrek. Verhagens oproep tot „hervormingen” gaat precies daarover. Wie alleen het financiële gat van 2013 wil dichten, komt een eind met nullijn en btw-verhoging. Wie ook voor de jaren daarna wil voldoen aan het regeerakkoord en de Brusselse normen, ontkomt vermoedelijk niet aan hervormingen waartoe Verhagen opriep.

PVV-voorman Wilders deed fijn mee met de uitweg van Verhagen door hem vrijdag op te roepen „een toontje lager” te zingen. Maar dat ‘conflict’ met de PVV maskeert een veel groter risico voor Verhagen: verdeeldheid in de eigen partij.