Vasten versterkt effect chemotherapie bij kanker

Muizen met kanker hebben een grotere kans op herstel als chemokuren worden voorafgegaan door of afgewisseld met een paar dagen vasten. Sterker nog, vasten heeft op zichzelf al een gunstig effect bij vijf van de acht onderzochte soorten kanker.

Of dat bij mensen ook zo is, zoeken de onderzoekers, verbonden aan de University of Southern California, momenteel uit in een klinische trial. Een kleinschalige voorstudie wijst wel in die richting (Science Translational Medicine, 8 februari).

De resultaten van de muizenexperimenten spreken voor zich. Bij de dieren werden diverse soorten menselijke kankercellen ingespoten. Nadat die waren aangeslagen kregen de muizen twee dagen geen eten, alleen water. Bij vijf van de acht geteste kankertypen hadden twee opeenvolgende vastenkuren al effect op de omvang van de tumoren. Het combineren van de vastenkuren met chemokuren bleek nog effectiever. Het duidelijkst waren de resultaten als agressieve neuroblastoomcellen werden ingebracht. Een neuroblastoom is een tumor die veel bij kinderen voorkomt. Afhankelijk van de mate waarin de tumor zich door het lichaam had verspreid, genas 20 tot 40 procent van de proefdieren. De dieren die tussen de chemokuren gewoon te eten kregen, overleefden geen van alle.

Een verklaring voor deze effecten vinden de onderzoekers in experimenten met gekweekte borstkankercellen. Normale cellen die van een voedselrijk medium worden overgezet in een voedselarm, schakelen om te overleven over naar een soort sluimerstand, waarin ze weinig energie verbruiken en ook betrekkelijk ongevoelig zijn voor allerlei schadelijke stoffen. De kankercellen daarentegen zetten alles op alles om te kunnen blijven delen. Omdat daarvoor de energie ontbreekt, putten ze zichzelf uit. En in die toestand blijven ze ook gevoelig voor toxische stoffen als chemotherapeutica, terwijl normale cellen in die toestand er juist enige weerstand tegen hebben.

Een klinische trial moet nu uitwijzen of de resultaten van het muizenonderzoek ook voor kankerpatiënten opgaan en of vastenkuren toegevoegde waarde hebben ten opzichte van de standaard chemotherapie. Men zal daarnaast willen weten hoe lang er gevast moet worden voor een optimaal resultaat en bij welke patiënten het beste resultaat te verwachten is. Zo kunnen de onderzoekers zich voorstellen dat vastenkuren van nut kunnen zijn voor patiënten waarbij de ziekte nog niet zo ver gevorderd is dat zij voor chemotherapie in aanmerking komen. Een andere belangrijke vraag is hoe lang vasten effectief is. In het muizenonderzoek vonden zij dat melanomen al na één kuur een zekere resistentie hiertegen ontwikkelen. Huup Dassen

    • Huup Dassen