Universiteit laks in opsporen en bestraffen van plagiaat

Het ontbreekt universiteiten aan de wil om plagiaat op te sporen en te bestrijden. Bestrijding is bovendien lastig doordat wetenschappers heel verschillend denken over wat plagiaat is.

Dat blijkt uit een reconstructie van deze krant van een plagiaatzaak aan de TU Delft. Personeel van de universiteit is per mail gewaarschuwd voor de publicatie, en gemaand niet met de pers te spreken. De zaak is „een aardige illustratie van ingewikkeld gedoe rondom plagiaat”, zegt Pieter Drenth, plagiaatexpert en oud-voorzitter van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen. „Inclusief de pavlovreacties tegen klokkenluiders en pers.”

De universiteit in Delft werd in 2007 en 2008 door meerdere onderzoekers gewaarschuwd voor plagiaat in het proefschrift van een onderzoeker aan de faculteit bouwkunde. De decaan en de promotoren wilden niet van plagiaat weten en intimideerden de klokkenluiders. Pas nadat de rector van de architectuuropleiding in Jekaterinburg een officiële klacht over plagiaat had ingediend, werd de wetenschapscommissie van de universiteit ingeschakeld. In december 2008 stelde de commissie vast dat de promovenda in vijf passages plagiaat had gepleegd. Het college van bestuur besloot dat ze haar doctorstitel mocht houden.

Voorzitter Jeroen van den Hoven van de integriteitscommissie zegt over het defensieve optreden van de universiteit: „Dat is begrijpelijk, onderzoek naar fraude kost buitengewoon veel tijd. Maar dat is geen reden om het niet te doen, of om onderzoek uit te stellen.”

De decaan en de promotoren houden vol dat van plagiaat geen sprake was. Een van hen spreekt van een „slordig randverschijnsel”.

In een brief in deze krant schrijft A.J. van Essen, emeritus hoogleraar in Groningen, dat hij in dertig jaar maar een keer een plagiaatgeval heeft kunnen bewijzen. En daar was de faculteit ook nog eens „niet blij” mee. „Het gaf gedoe, er was geen protocol voor, het zou het afstuderen van de student vertragen, hetgeen de faculteit een malus zou kunnen opleveren.”

    • Esther Rosenberg
    • Karel Berkhout