Tikkende eurotijdbom

Hoe diep kan Griekenland door de knieën? Hoe ver moet de Europese Unie gaan met haar eisen?Gisteren bereikte de Griekse nationale regering op het laatste nippertje overeenstemming over een boeket aan draconische bezuinigingen. Die zijn nodig om een nieuw financieel hulppakket ter waarde van 130 miljard euro bij EU en IMF veilig te stellen. De tijd dringt. Op 20 maart moet voor 14,5 miljard euro aan rente en aflossing op de lopende staatsschuld worden voldaan. De EU-ministers van Financiën zijn nu nog niet akkoord. Eerst zal zondag de Vouli, het Griekse parlement, de uitvoeringswetten moeten aannemen om te bewijzen dat deze maatregelen echt doorgaan en niet op papier blijven steken.

Dat debat is nog geen etmaal later al onder druk gezet door de xenofobe partij Laos, die het bezuinigingsplan verwerpt en zich zo wil opwerpen als de rechts-nationalistische verdediger van de natie. Laos was, net als de socialistische Pasok en de conservatieve Nea Demokratia, een van de drie steunpilaren van de regering van de partijloze premier Papademos.

Ook als de Vouli instemt, is de kous niet af. Over drie maanden is er wederom een meetmoment. Gezien de geschiedenis van de afgelopen twee jaar ligt het voor de hand dat de invoering van alle in Athene gefiatteerde maatregelen dan tegenvalt.

Zeker omdat er in april verkiezingen zijn die het politieke landschap ingrijpend kunnen wijzigen. Versnippering van de machtsverhoudingen ligt in het verschiet. Met Laos aan de rechterzijde zal Nea Demokratia geen meerderheid halen. En de Pasok kan slechts hopen dat ze groter blijft dan de concurrerende Communistische Partij, Radicaal Links en het wat gematigdere Democratisch Links.

Versnippering leidt meestal niet tot bestuurlijke stabiliteit. Zeker niet in Griekenland, dat sinds zijn onafhankelijkheid in 1830, om het mild uit te drukken, een buitengewoon povere democratische palmares heeft en ook enkele episodes van (fascistische) militaire junta’s heeft gekend.

Terwijl de wederzijdse gijzeling van Griekenland en Europa zo voortduurt, vloeien intussen de miljarden weg waarvan niet zeker is of ze ooit terugkomen.

Is er, behalve doormodderen, een uitweg uit de impasse? De Grieken krijgen maatregelen opgelegd die niet alleen hard zijn voor de burgers maar in feite ook de soevereiniteit van de Staat, voor zover daar in Griekenland sprake van was, verder uitkleedt. Regering en parlement hebben amper begrotingsvrijheid.

En of het wat oplevert, is de vraag. De meest gunstige uitkomst is in 2020 een land dat nog steeds een schuld heeft die grenst aan het onhoudbare. Omgekeerd verplichten de andere eurolanden zich tot miljardensteun in een tijd dat zij zelf de broekriem moeten aanhalen, zonder dat ze er echte zekerheid voor terugkrijgen. In alle gevallen zijn de steunoperaties steeds moeilijker te verkopen aan het sceptische electoraat.

Europa als geheel laadt intussen de schaamte op zich van een schatrijk werelddeel dat, puur door politieke onwil, een crisis in de eigen gelederen alleen kan bezweren met geld en druk van buitenaf. Dat is alles bij elkaar geen fraai beeld. De tijd komt snel naderbij dat er een eenduidige keuze moet worden gemaakt.

Of de man gaat overboord, in de woorden van eurocommissaris Kroes. Waarna Europa slechts kan hopen dat het niet overslaat op andere zwakke eurolanden. Of er komt financiële hulp waar de Grieken daadwerkelijk wat aan hebben en die ertoe bijdraagt dat er over een aantal jaren een hervormd en vitaal land verrijst. Het probleem is dat niemand weet wat het effect zal zijn van de terugkeer van de Griekse drachme. Het enige wat we weten is dat het zal leiden tot een nog drastischer verarming van Griekenland. Maar de politici die zeggen dat dit Nederland of Duitsland niet raakt, bluffen. Dralen was daarom tot nog toe het hoogst haalbare.

Maar de tijdbom tikt: in Griekenland én in de rest van Europa.